Nederlands proza

BOEKEN NR. 6, JUNI 2020

Alfred Birney: In de wacht

door Jo Vanderwegen

Met In de wacht heeft Alfred Birney opnieuw een zeer persoonlijk en tegelijk geëngageerd boek geschreven. Veel thema’s en motieven zoals we die al kenden uit zijn vroegere werk keren ook in zijn jongste roman terug: de multiculturele samenleving, oorlogstrauma’s van een getormenteerde vader, vissen, een verleden met wortels in Indonesië, Schotland en Nederland, en een fascinatie voor aura’s en horoscopen.
 
Hoofdpersoon is Alan Noland (what’s in a name) – in wie we onmiskenbaar de auteur zelf herkennen – die met hartproblemen in het ziekenhuis ligt. Hij wacht op een ingreep. Aan hem trekt een doorsnede van de maatschappij voorbij. Tal van nationaliteiten staan bij zijn bed; stadsgenoten uit Den Haag delen zijn kamer. Voor zijn geestesoog dartelen vroegere geliefden of hij meent gitaarklanken waar te nemen. Zelfs Eefje de Visser passeert de revue. De patiënt fulmineert krachtig tegen de werkwijze van de geestelijke gezondheidszorg, tegen de canonisering in de Nederlandse literatuur van de Tachtigers (waarbij hij het opneemt voor de vergeten Indische schrijvers), en dergelijke meer, en dat alles in een zeer gebalde, compacte stijl.
 
In veel opzichten doet In de wacht dan ook denken aan zijn Birney’s laatste werk, het in de reeks Privé-domein uitgegeven dagboek Niemand bleef. De hoofdpersoon in dat lijvige boek herstelt thuis van hartproblemen en beschrijft zijn leven vanachter het venster, en af en toe vanop de fiets, die een grote rol speelt in zijn herstel. Ook in In de wacht gaat Alan Noland fietsen, of plant hij toch een fiets aan te kopen bij oud wielrenner Gerrit Bontekoe. Maar In de wacht is scherper van toon én de maatschappelijke standpunten van de auteur komen duidelijker naar voren dan in het vorige boek.  
 
De ziekenhuisafdeling waar Birney’s alter ego terechtkomt, vormt een minimaatschappij. De verpleegkundigen die het meeste aan zijn bed komen, representeren de voormalige Nederlandse kolonie Suriname met respectievelijk een inwoner van Hindoestaanse en een Chinese afkomst; zij gaan in gesprek met een Indonesiër over de Nederlanders met wie ze in het dagelijks leven geconfronteerd worden. Zo veroordeelt Noland/Birney het feit dat vele Nederlanders met een familieachtergrond in het buitenland nog steeds niet als Nederlander worden aanzien en behandeld, of neemt hij het op voor mensen die door de psychiatrie al te gemakkelijk van een label en vooral van een gevarieerd assortiment pillen voorzien worden.
 
Zeer opmerkelijk is ook de toekomstvoorspelling van Noland, al in eerste bladzijden: ‘Verspreid anders op de gok een uitgekiende bacterie over de wereld, ergens in Centraal-China, dat tikt lekker aan, die bacterie lift gewoon mee op de jaarlijkse griepgolven, totdat de aarde weer wordt bevolkt door zo’n anderhalf miljard mensen.’ – begrijpelijkerwijs is er door de uitgever een voetnoot aan toegevoegd dat deze stille wens wel degelijk geuit werd vóór de uitbraak van het coronavirus.
 
In 2017 verwierf Alfred Birney ruime bekendheid dankzij het met de Librisprijs bekroonde De tolk van Java, een vuistdikke roman over zijn vader en diens rol in de voormalige Nederlandse kolonie Indonesië, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog. Maar al veel eerder schreef hij prachtige, beeldende korte romans over zijn afkomst, zoals bv. de rivierentrilogie Rivier de Lossie (2009), Rivier de IJssel (2010) Rivier de Brantas (2011), waarin Birney op zoek gaat naar zijn wortels in Schotland, Nederland en Indonesië. Motieven als de vis keren steeds weer terug (de meerval, zwemmend in een Chinees restaurant in Schotland, en ook in de titel van een van zijn verhalenbundels, De fenomenale meerval en andere verhalen of bv. de sluimerstaartgoudvis van in In de wacht). Maar ook Birney’s liefde voor onbekendere schrijvers uit de Nederlandse koloniale literatuur is een vast aandachtspunt in zijn oeuvre.
 
In de wacht is dus een veellagige roman geworden – hoewel de term ‘roman’ op zichzelf natuurlijk al dubbelzinnig is, want het gaat eerder om wat in de Angelsaksische literatuur faction wordt genoemd: een mengeling tussen autobiografische feiten en fictie. Er zit immers behoorlijk veel ‘Alfred Birney’ in In de wacht: hijzelf, gitaarvirtuoos en -leraar van gemengde Indonesische afkomst, werd de afgelopen jaren verschillende malen met hartproblemen in het ziekenhuis opgenomen, zijn bijna volwassen zoon houdt van gamen en gitaarspelen en kreeg zowel in zijn romanleven als in zijn echte leven les van Paco Peña. Bovendien hebben zowel Alfred Birney als Alan Noland uitgesproken meningen over de wereld om hen heen. Het wachten van Alan Noland is, naast een terugkerend thema in de roman (bv. het wachten van zijn kamergenoot de kastelein op een operatie, het wachten van Alan op een bezoekje van zijn moeder, alsook op een ingreep, omdat de arts op vakantie was naar Suriname) aldus een vehikel geworden om via een monologue intérieur de mening van Alfred Birney te verwoorden over de staat van een maatschappij anno nu.
 
Tot slot nog een woord over de opmerkelijke omslagillustratie van dit buitengewone, met vaart geschreven boek. Er is een zandloper te zien, met bovenin een insect, vechtend om niet naar beneden te zakken door het zand, en onderin hetzelfde dier, maar dan morsdood. In het boek verwijst de hoofdpersoon uitgebreid naar Gregor Samsa, die plots van mens tot kever wordt in Die Verwandlung van Franz Kafka. Tevens zou het ernaar kunnen verwijzen dat niemand kan ontkomen aan het verglijden van de tijd en aan het ouder worden. De hoofdpersoon voorspelt – in wat aanvankelijk gezien werd als een fictionele toekomstroman – dat in de verre toekomst ouderen wellicht als overbodig bestempeld zullen worden, een beeld dat met het coronavirus en de bijbehorende vraag of patiënten van zeventig jaar en ouder nog behandeld dienen te worden, ineens akelig reëel en dichtbij komt. Boeken hoeven geen strijd met elkaar aan te gaan, maar In de wacht verdient op zijn minst een ereplaats naast het beste van Birney. Het is herkenbaar, ontroerend en strijdbaar. Een boek om te lezen en te herlezen, omwille van zijn veellagigheid en zelfrelativerende humor. Een uitstekende en zeer kenmerkende Alfred Birney.
 
Alfred Birney: In de wacht, De Geus, Amsterdam 2020, 320 p. ISBN 9789044543384. Distributie L&M Books 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 7, JULI 2020

Brieven in de nacht

Hoda Barakat

De onvolmaakten

Ewoud Kieft

De poort

Natsume Sōseki

Het verschroeide land

Emiliano Monge

Ieder zijn eigen meer

Nenad Joldeski

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 7, JULI 2020

Dick Bruna

Bruce Ingman, Ramona Reihill

Het boek van Jongen

Catherine Gilbert Murdock, Ian Schoenherr (ill.)

Ik heet Reinier en ons huis is afgebrand

Joke van Leeuwen

Offerkind

Rob Ruggenberg

Vogel Vliegop

Julia Donaldson, Catherine Rayner (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri