Letterkunde

BOEKEN NR. 6, JUNI 2020

Charlotte van den Broeck, Ward Zwart (ill.): Cosmos, Texaco

door Dirk De Geest

Charlotte van den Broeck is niet meer weg te slaan in onze literatuur. Sinds haar spraakmakende optreden bij de Frankfurter Buchmesse is zij zowat de spreekbuis geworden van de jonge poëzie. Ook op essayistisch vlak is zij daarbij bijzonder productief. Zopas publiceerde ze, op vraag van Literatuur Vlaanderen (het voormalig Vlaams Fonds voor de Letteren) een creatief essay over poëzie en het lezen van gedichten. Daarmee wordt een vervolg gebreid aan de spraakmakende landkaart Het Land van Music-Hall, die dichter Peter Holvoet-Hansen enkele jaren geleden maakte, samen met striptekenaar Brecht Evens.  
 
Ook nu weer gaat het om een samenwerking van de dichter met een grafisch kunstenaar, ditmaal Wout Zwart. Hij onderbreekt het betoog op geregelde tijdstippen met een eigen visuele verbeelding, een tocht in stripvorm die soms de tekst van Van den Broeck herneemt maar op andere plaatsen veeleer aanvult of zelfs doorkruist. De wisselwerking tussen woord en beeld wordt zo zichtbaar gemaakt, een spanning die vanzelfsprekend al inherent is aan de poëzie zelf.
 
In haar essay vertrekt Van den Broeck van het gedicht als ruimte en het gedicht in de ruimte. Zij vertrekt daarbij heel ruim, van de kosmos, om gaandeweg in te zoomen op het huis en de kamer. Telkens ontstaat een soort van lappendeken van gedichten uit binnen- en buitenland, van herinneringen en persoonlijke ervaringen, van kruisbestuiving met andere dichters of met filosofen. Het eerste hoofdstuk opent bijvoorbeeld met een gedicht van Ida Gerhardt uit haar debuutbundel Kosmos, maar al snel komen daarbij fragmenten van onder meer Peter Verhelst en Paul Celan in het geheugen. Op die manier reist de lezer van gedicht naar gedicht (met evenwel een duidelijke klemtoon op de moderne poëzie). De daaropvolgende hoofdstukken nemen bijvoorbeeld de trips van de dichters als uitgangspunt naar belangrijke poëziefestivals over de hele wereld. Ze beschrijft haar ervaringen en haar ontmoetingen met stimulerende collega’s, en dat vormt dan weer een aanleiding om gedichten van hun hand voor te stellen.
 
Cosmos, Texaco
is inderdaad allereerst een bloemlezing, een verzameling van citaten en ervaringen. De commentaren van Van den Broeck lezen weliswaar vlot maar ze zijn allerminst diepgaand, en haar inzichten blijven doorgaans nogal oppervlakkig. Ik kan mij niet voorstellen dat de geïnteresseerde lezer hier een nieuw beeld krijgt van wat poëzie kan betekenen, laat staan een nauwkeuriger inzicht in zijn eigen leeservaring. Hij heeft vooral gereisd met Charlotte Van den Broeck en mensen ontmoet in haar spoor en haar aanwezigheid. Het is niet niets, maar wat mij betreft had het voor een ruim gesubsidieerd initiatief toch wat meer mogen zijn. Met veel heimwee heb ik daarom teruggegrepen naar het magistrale, diepgaande en uiterst leesbare essay dat Charles Ducal eertijds neerschreef voor de Poëzieweek, zonder typografische hoogstandjes.  
 
Charlotte van den Broeck, Ward Zwart: Cosmos, Texaco, Poëziecentrum, Gent 2020, 124 p. : ill. ISBN 9789056553388

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 7, JULI 2020

Brieven in de nacht

Hoda Barakat

De onvolmaakten

Ewoud Kieft

De poort

Natsume Sōseki

Het verschroeide land

Emiliano Monge

Ieder zijn eigen meer

Nenad Joldeski

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 7, JULI 2020

Dick Bruna

Bruce Ingman, Ramona Reihill

Het boek van Jongen

Catherine Gilbert Murdock, Ian Schoenherr (ill.)

Ik heet Reinier en ons huis is afgebrand

Joke van Leeuwen

Offerkind

Rob Ruggenberg

Vogel Vliegop

Julia Donaldson, Catherine Rayner (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri