Poëzie

BOEKEN NR. 6, JUNI 2020

Johan van Cauwenberge, Patrick Lateur (sam.): Wat blijft is de rivier

door Dirk De Geest

Een van de paradepaardjes van uitgeverij P is ongetwijfeld de ‘Parnassusreeks’, waarin fondsauteurs de kans krijgen om een keuze samen te stellen (of te laten samenstellen) uit hun gehele oeuvre. Voor een dichter is het een uitgelezen gelegenheid om alles te herlezen wat hij of zij in lange tijd heeft geschreven, om te ziften en te schikken, om een soort van poëtisch zelfportret te presenteren in plaats van de momentopnames die afzonderlijke bundels toch vaak zijn. Voor lezers biedt zo een ruime bloemlezing dan weer de mogelijkheid tot een nieuwe (of hernieuwde) kennismaking, want na een paar jaar is een oudere bundel doorgaans onvindbaar geworden.
 
Als twintigste volume in die Paranssusreeks krijgt Johan van Cauwenberge een podium om zich als dichter te presenteren. Bij het grote publiek is hij allicht nog steeds bekend als een van de notoire stemmen van de klassieke Vlaamse radiozender Klara, en poëzieliefhebbers kennen hem van enkele bloemlezingen bij dezelfde uitgever: een bundel met stadsgedichten (Suburbia) en zijn pas verschenen anthologie met liefdespoëzie (Van Plato tot Panajotova). Nochtans heeft Johan van Cauwenberge al een aanzienlijk aantal bundels gepubliceerd, waarvan de meeste onder de radar zijn gebleven.  
 
Dat geldt zeker voor het vroege werk uit de jaren 1970. Samensteller Patrick Lateur heeft uit die eerste bundeltjes een aantal gedichten geselecteerd, die duidelijk laten zien hoe de dichter nog op zoek is naar zijn métier, maar hoe tegelijk al de kwaliteiten en de thema’s van het latere werk hierin al beginnen te dagen. De vorm doet bij momenten nog prozaïsch aan, maar er is sprake van een sterke zintuigelijke en beeldende poëzie waarin de liefde en de zuiderse landschappen al een belangrijke symbolische rol vervullen. De ruimte brengt daarbij een lange traditie en een weelderige natuur in herinnering. De toon van de gedichten is uitbundig-genietend, maar tegelijk bij momenten ook onmiskenbaar melancholisch. Al vroeg is daarbij een verlangen merkbaar om via poëzie op zoek te gaan naar beschouwing en een dieper zelfinzicht.
 
Met Dantologie (1994) en De metamorphose van Dr. Tulp (1998) vindt Van Cauwenberg zijn maturiteit als dichter. De bundels laten zien hoe de dichter zich graag spiegelt aan de werkelijkheid, maar hoe zijn zin voor reële details gekoppeld wordt aan symboliek en veralgemening. De inspiratie van literatuur en beeldend werk (vooral uit de tijd van de renaissance en de barok) is daarbij doorslaggevend. Net als Dante bevindt het ik zich in het ‘midden van het leven’, omringd door geliefden en boeken maar zich niettemin intens bewust van de voortschrijdende tijd. Net daardoor wordt de mens getekend door kwetsbaarheid maar tevens door een zekere luciditeit. Er ontstaat meer ruimte om op te gaan in begenadigde momenten en ervaringen, in de schoonheid van landschappen en de geliefde. Daarbij komt een complexe wisselwerking tot stand tussen verleden en toekomst, met het heden als een kruispunt van de tijdsdimensies. Uiteindelijk kiest de hedendaagse dichter voor het ogenblik in plaats van voor de eeuwigheid, voor de reële zintuiglijkheid en de sensuele liefde in plaats van de mystieke onthechting. Ook in de bundel over de anatoom dokter Tulp is die wisselwerking tussen de historische informatie en de actualiteit revelerend. De zucht naar kennis in de wetenschap in de zeventiende eeuw wordt een soms hilarische spiegel van onze eigentijdse bekommernissen en naïeve opvattingen. Die kritisch-relativerende toon keert ook terug in bijvoorbeeld De vorstelijke gedichten (2009). Boeiend is overigens ook hoe aan de bloemlezing een afdeling is toegevoegd met voorheen niet gebundelde gedichten.
 
Een betere kennismaking met een interessante minor poet is bijgevolg nauwelijks denkbaar. De rijk gedocumenteerde inleiding van Patrick Lateur biedt de lezer daarenboven nog een extra wegwijzer.  
 
Johan van Cauwenberge, Patrick Lateur (sam.): Wat blijft is de rivier, P, Leuven 2020, 192 p. ISBN 9789493138193

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 7, JULI 2020

Brieven in de nacht

Hoda Barakat

De onvolmaakten

Ewoud Kieft

De poort

Natsume Sōseki

Het verschroeide land

Emiliano Monge

Ieder zijn eigen meer

Nenad Joldeski

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 7, JULI 2020

Dick Bruna

Bruce Ingman, Ramona Reihill

Het boek van Jongen

Catherine Gilbert Murdock, Ian Schoenherr (ill.)

Ik heet Reinier en ons huis is afgebrand

Joke van Leeuwen

Offerkind

Rob Ruggenberg

Vogel Vliegop

Julia Donaldson, Catherine Rayner (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri