Nederlands proza

BOEKEN NR. 6, JUNI 2020

Stefan Brijs: Berichten uit de vallei. Natuurlogboek

door Jooris van Hulle

‘Mijn schrijfhut staat halverwege een heuvelflank. […] Dit is het decor waar ik, de verrekijker steeds bij de hand, tijdens mijn schrijfuren naar staar, tobbend over een volgend woord, een zin, een wending in het verhaal. Altijd is er ergens iets te zien.’
 
Sinds 2014 woont Stefan Brijs in het zuiden van Spanje. Als een vervolgdeel op zijn Andalusisch logboek (2017) brengt hij nu Berichten uit de vallei. Natuurlogboek. In een niet te stuiten woordenvloed maakt hij de lezer deelgenoot van zijn fascinatie voor al wat leeft en beweegt in zijn directe omgeving of waar hij getuige van is op de trips die hij maakt in de omliggende streek. Met de dieren- of plantengids in de hand beleeft hij de natuur:
 
‘door een plant of een dier te benoemen kweek je er een band mee. Automatisch krijg je er ook meer waardering voor. En hoe juister de naam hoe groter die waardering.’
 
In de maat van de seizoenen – van lente tot winter – zoekt Brijs naar de soms minieme veranderingen die het landschap en al wat erin tot leven komt, telkens weer een aparte klank- en kleurenintonatie verlenen en waar hij grenzeloos kan van genieten. Over een bezoek aan het flamingopark in Fuente de Puedra schrijft hij:
 
‘Die wildernis heb ik gezien, die ongerepte natuur, het paradijs zonder de mens – en meer mogen we niet wensen.’
 
Maar evenzeer gaat hij, hoe lyrisch zijn uitlatingen ook mogen zijn, op de rem staan: ‘Ik hoed me er steeds voor te gretig te zijn. Momenten van onverwachte schoonheid mogen niet gerekt worden – des te langer zinderen ze na.’ En even nadrukkelijk heeft Brijs oog en oor voor de bedreigingen waaraan het ongerepte natuurgebied is blootgesteld: in naam van de heiligmakende economie worden hele gebieden opgeofferd aan de avocado-, mango- en olijvencultuur. Regelrechte aanslagen zijn het op het landschap, zo verregaand dat de jongste generatie bewoners haar geluk gaat zoeken in de steden:
 
‘zo loopt alles hier leeg, wordt alles plantage, grootgrondbezit, zo ver het oog reikt, en de rottende olijven, die zullen blijven liggen, want er is ook geen vogel meer om ze op te eten.’
 
Met de auteur prijst de lezer zich gelukkig dat hij protesterend tegen de kaalslag recht voor zijn deur, twee stukjes ongerepte natuur heeft kunnen redden, zijn ‘eigen minireservaatjes’ die hij blijvend koestert. Hoe fel dan ook het contrast als hij voor even terugkeert naar Vlaanderen en Nederland:
 
‘geen mus of merel gezien, alleen stads- en houtduiven en Turkse tortels. Ook de horizon was verdwenen. Overal werd er gebouwd en verbouwd. Breder, hoger, pompeuzer. Verkeer. Lawaai. Kunstlicht. De snelwegen zaten zelfs op zaterdagmiddag dicht met auto’s, die zich steeds vaker vermommen als bulldozers.’
 
Meteen ook begrijpt de lezer de slotzin van het boek, dit ter afronding van zijn ‘Nagekomen bericht uit Extremadura’: ‘Vervang kleine trap door grutto en dit verhaal situeert zich in Nederland.’
 
Stefan Brijs heeft van zijn natuurlogboek geen pamflet gemaakt, maar laat anderzijds toch niet na te wijzen op de weinig hoopgevende evolutie die zich daar in Spanje en bij uitbreiding ook hier bij ons voltrekt. Eigenlijk – zo lees je tussen de regels door - zou hij alles aan de natuur willen overlaten. Ook het eigen einde: als hij een wesp heeft doodgeslagen en ziet hoe er direct van tussen de tegels honderden mieren tevoorschijn komen om zich het lijk toe te eigenen, beeldt hij zich in ‘hoe op een dag alle mieren van de wereld tegelijk uit hun holen zouden komen en alle mensen, al dan niet levend, in stukken knippen en voorgoed onder de grond laten verdwijnen.[…] Geen onzinnige gedachte, want hoewel de schattingen erg uiteenlopen is het aannemelijk dat voor elke mens op aarde meer dan één miljoen mieren zijn.’
 
Het mag ons niet verbazen dat Stefan Brijs juist dit fragment heeft gebruikt als inleiding bij zijn overpeinzingen bij ‘Het einde’, zoals die verschenen in De Standaard der Letteren.
 
Stefan Brijs: Berichten uit de vallei. Natuurlogboek, Atlas/Contact, Amsterdam 2020, 189 p.  
ISBN 9789045040592. Distributie VBK België

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 7, JULI 2020

Brieven in de nacht

Hoda Barakat

De onvolmaakten

Ewoud Kieft

De poort

Natsume Sōseki

Het verschroeide land

Emiliano Monge

Ieder zijn eigen meer

Nenad Joldeski

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 7, JULI 2020

Dick Bruna

Bruce Ingman, Ramona Reihill

Het boek van Jongen

Catherine Gilbert Murdock, Ian Schoenherr (ill.)

Ik heet Reinier en ons huis is afgebrand

Joke van Leeuwen

Offerkind

Rob Ruggenberg

Vogel Vliegop

Julia Donaldson, Catherine Rayner (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri