Vertaald proza

BOEKEN NR. 7, JULI 2020

Joseph Roth, Jan Vanriet (ill.): Radetzkymars

door Carl De Strycker

Nadat ze eerder bundels met journalistiek proza van Joseph Roth samenstelde en ontsloot, en vorig jaar zijn briefwisseling met Stefan Zweig vertaalde, ging een grote droom van Els Snick – Roths bewaarengel in de Nederlanden – in vervulling: ze mocht zijn hoofdwerk naar het Nederlands omzetten: Radetzkymars. En dat ondanks het feit dat er al een Nederlandse vertaling bestaat die zelfs nog leverbaar is, namelijk in de reeks L.J. Veen Klassiek. Een hervertaling in ons taalgebied, dat valt enkel canonieke werken te beurt. Dat is Radetzkymars van Roth zonder twijfel: een meesterwerk van de twintigste-eeuwse Duitse literatuur.   

Zoals dat gaat met zaken die door iedereen bejubeld worden, wil de faam ervan wel eens zo groot worden dat de verwachtingen te hoog gespannen zijn. Net zoals toen ik voor het eerst een Westvleteren dronk, het ‘beste bier van de wereld’, en ik daar een soort vloeibaar goud van verwachtte, terwijl het natuurlijk gewoon bier bleek te zijn, geldt ook voor dit boek: dit is niet de ultieme roman, maar wel eenvoudigweg een heel goed boek. Weliswaar traditioneel verteld, maar slim geconstrueerd en meeslepend, en – een kenmerk van grote literatuur – zo geschreven dat het je de geschiedenis en de gevoelens (hier: nostalgie) aan den lijve laat ondervinden, wat de impact ervan sterker maakt dan eender welk historisch werk over hetzelfde thema. Dat onderwerp is de teloorgang van het grote Habsburgse rijk, de Koninklijke en Keizerlijke dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije.
 
De desintegratie en uiteindelijke ondergang van die veelvolkerenstaat valt samen met de regeerperiode van keizer Franz Joseph, die maar liefst 68 jaar (1848-1916) op de troon zat. Roth vertelt die geschiedenis aan de hand van het verhaal van de telgen van het huis Trotta, ‘een jong geslacht. Hun stamvader was na de Slag bij Solferino in de adelstand verheven’, zo opent het boek. Die heeft als soldaat namelijk tijdens de genoemde veldslag, die een nederlaag voor Oostenrijk betekende, de keizer die het opperbevel voerde het leven gered – en zo dus het rijk. Als dank werd hij geadeld en bevorderd tot kapitein.
 
Omdat hij teleurgesteld is over de wijze waarop zijn heldendaad de geschiedenis ingaat, verlaat hij het leger en verbiedt hij zijn zoon een militaire carrière. Die wordt als districtshoofd, ver buiten het centrum van de macht Wenen evenwel, een ambtenaar van aanzien, en zorgt ervoor dat zijn eigen zoon, Carl Joseph, wel soldaat wordt omdat hij meent dat met het dienen in het leger de keizer het beste gediend wordt en dat dit het meeste eer oplevert. Maar Carl Joseph maakt er een potje van. Hij is geen goed ruiter, heeft geen bijzonder inzicht in het krijgswezen, en wordt enkel op basis van zijn afkomst en de roep van zijn familie luitenant.
 
Wanneer hij een misstap begaat, wordt hij overgeplaatst van een eliteregiment naar een bataljon aan de grens, waar verveling heerst en discipline ver te zoeken is: de officieren verspelen er fortuinen en Carl Joseph houdt er – heel oneervol voor K.u.K.-officier – een liaison met een getrouwde vrouw op na. Keer op keer werkt hij zich in de problemen en moet zijn vader hem redden, tot en met een hoogst ongebruikelijke audiëntie bij de keizer aan toe. Niet het eigen talent, maar de naam en de verdiensten van de voorvader primeren blijkbaar in deze maatschappij; een opzichtige parallel de monarchie natuurlijk.
 
Net wanneer Carl Joseph tegen zijn vader durft in te gaan en gedesillusioneerd afscheid neemt van de weermacht, breekt de Eerste Wereldoorlog uit. De statige keizerlijke troepen zijn weliswaar netjes uitgedost in hun kleurrijke uniformen, maar blijken niet voorbereid op de moderne oorlogsvoering. In een poging om een even heldhaftige daad te stellen als zijn grootvader valt Carl Joseph op het slagveld, wat ook de verwoesting van het leven van zijn vader betekent: ‘Zijn zoon was dood. Zijn ambt was afgelopen. Zijn wereld was ondergegaan.’ Niet veel later overlijdt de oude keizer, waarop ook de baron sterft. Zijn vriend zegt: ‘Ik denk dat ze allebei Oostenrijk niet konden overleven.’
 
De dood van deze mannen van de oude stempel, van wie de levensopvatting niet meer compatibel is met de moderne wereld, is een beeld voor de ondergang van het Habsburgse rijk. Voortdurend wijzen personages op het feit dat de dubbelmonarchie op haar laatste benen loopt omwille van politieke spanningen enerzijds (onder de verschillende volkeren in het veeltalige rijk ontstonden nationalistische bewegingen), maar anderzijds ook door de inertie, het traditionalisme en het conservatisme die er heersen, gesymboliseerd in de figuur van de oude keizer in zijn witte galauniform (van wie in het magistrale 15de hoofdstuk een rake karakterschets wordt gegeven).  
 
Iets voor de helft van de roman meent graaf Chojnicki: ‘Dit rijk moet ten onder gaan. Zodra onze keizer de ogen sluit, valt het in honderd stukken uiteen’, waarmee hij het slot van het boek voorspelt. Maar vooral is dit een metafoor voor het definitieve einde van de lange negentiende eeuw. Dat hebben Zweig en Roth als de besten weten te vatten. Zweig in De wereld van gisteren (in die geweldige scène waarin Franz Josephs opvolger Karl zijn land moet verlaten nadat het is uiteengevallen) en Roth in zijn Radetzkymars, genoemd naar die protserige en potsierlijke mars van Johann Strauss sr. ter ere van de maarschalk die in hetzelfde jaar als de Slag bij Solferino een onafhankelijkheidoorlog van een van de delen van het Oostenrijkse rijk succesvol wist neer te slaan… Zoals letterlijk geldt voor de redding van het leven van Franz Joseph door Trotta in Solferino, blijkt de overwinning van Radetzky op het figuurlijke vlak slechts uitstel van executie voor het land en de wereld die door deze keizer werden belichaamd.  
 
Joseph Roth, Jan Vanriet, Geert Mak (vw.): Radetzkymars, Van Oorschot, Amsterdam 2020, 448 p. ISBN 9789028210516.Vertaling van Radetzkymarsch door Els Snick. Distributie Elkedag Boeken

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 7, JULI 2020

Brieven in de nacht

Hoda Barakat

De onvolmaakten

Ewoud Kieft

De poort

Natsume Sōseki

Het verschroeide land

Emiliano Monge

Ieder zijn eigen meer

Nenad Joldeski

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 7, JULI 2020

Dick Bruna

Bruce Ingman, Ramona Reihill

Het boek van Jongen

Catherine Gilbert Murdock, Ian Schoenherr (ill.)

Ik heet Reinier en ons huis is afgebrand

Joke van Leeuwen

Offerkind

Rob Ruggenberg

Vogel Vliegop

Julia Donaldson, Catherine Rayner (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri