Vertaald proza

BOEKEN NR. 8, SEPTEMBER 2020

Anne Tyler: Een rooie aan de kant van de weg

door Jen de Groeve

‘Ik ben een zaal vol gebroken harten’
 
Micah Mortimer is een ICT-man van rond de veertig met een eigen bescheiden bedrijfje, die ook nog wat bijklust. Hij woont in het souterrain van het appartementsblok waar hij conciërge is. Dat is best een redelijke woning vindt hij, zonder uitzicht weliswaar maar ze voldoet, onpersoonlijk gemeubileerd, volledig aan zijn behoeften. Micah is een eenling – zijn bedrijf heet ‘Tech Hermit’ -- en een gewoontedier. Elke dag om kwart over zeven een rondje hardlopen, dan douchen en een beetje opruimen. De plaid recht, kussens opkloppen, ontbijtspullen in een sopje terwijl hij met de rolveger de vloer doet. Stofzuigen doet hij alleen op vrijdag. Als er al een klant belt terwijl hij nog aan het ontbijt zit, is dat hoogst vervelend, want hij start niet met het oplossen van computerproblemen voor elf uur. Niemand weet wat er in Micah’s hoofd omgaat ‘en het staat haast wel vast dat niemand het hem ooit heeft gevraagd.’
 
Anne Tyler opent haar roman met een ruime typering van deze hoogst oninteressante man en geeft een omstandige inkijk zijn volstrekt kleurloze leven. Alsof ze je argumenten aanreikt om over een interessanter onderwerp te gaan lezen. Maar Tyler weet al meer dan twintig romans lang haar lezers te boeien met dit soort personages en hun leven dat in cirkels draait. Doodgewone, wat saaie mensen die lichtjes uit de pas lopen. Zonder tumult geprofileerd met ditjes en datjes, in vriendelijk kabbelende vertellingen over zaken uit het leven van alledag.  
 
Micah Mortimer is echter, anders dan we van Tylers personages gewoon zijn, erg tevreden met zichzelf en zijn indolente leventje. Hij is overtuigd van zijn eigen gelijk, voelt zich comfortabel in zijn strakke denkwijze en gelooft niet in tweede kansen. Hij is een onaandoenlijk mens, toont vrijwel geen empathie, duwt mensen van zich af, maar Tyler portretteert hem met een mild lachje als een malloot. Bij het poetsen op maandag-dweildag praat hij in zichzelf in nep-Duits – ‘Das mopp für die vloer’ – en bij het autorijden stelt hij zich voor dat hij gevolgd wordt door een universeel bewakingssysteem dat hij ‘Verkeersgod’ heeft gedoopt, en dat hem keer op keer een pluim geeft voor zijn correcte houding in het verkeer.
 
Op een onverwacht moment belt zijn vriendin – jawel, hij heeft een vriendin, maar ze leiden in hoge mate hun eigen leven. Dat telefoontje is vreemd, ze spreken elkaar nooit op dit tijdstip, maar Cass is erg ongerust: ze vreest dat ze uit haar huurappartement zal worden gezet omdat ze een poes houdt. Micah begrijpt haar onrust niet, wuift haar zorgen weg, maakt er een grapje over… en voelt niet dat Cass wacht op een uitnodiging om bij hem in te trekken – ‘waarom had ze dat dan niet gewoon gezegd?’ Als ze een einde aan hun relatie maakt, gaat Micah nijdig over op de orde van de dag, want de appartementsbewoners hebben weeral de recycle-regels aan hun laars gelapt.  
 
En dan is er nog die jongen, de zoon van een ex-liefje, die komt aanbellen en zegt dat Micah misschien wel zijn vader is. Als de jongen niet gewillig doet wat hij volgens hem hoort te doen, werkt Micah hem botweg de deur uit. ‘Hij besefte dat hij dit helemaal verkeerd had aangepakt. Maar hij wist niet wat hij anders zou doen als hij een tweede kans kreeg.’ Helemaal zonder empathie is hij niet, maar hoe doe je dat, mensen tegemoet komen?
 
De titel, Een rooie aan de kant van de weg, is een speelse metafoor voor Micah’s onvermogen om klaar te zien. Elke ochtend opnieuw wanneer hij gaat hardlopen, houdt hij een brandkraan langs de kant van de weg even voor een roodharig persoon. Sinds Cass hem verlaten heeft, begint het hem langzaamaan te dagen dat hij, met dezelfde hardnekkigheid waarmee dit gezichtsbedrog dag na dag terugkomt, hij zichzelf al levenslang een rad voor ogen draait en dat al zijn gedachten en handelingen de ‘uitgesleten groef’ volgen waarin zijn leven vastloopt. En waardoor het in elke relatie die hij aangaat, vroeg of laat misgaat. Maar wat kan hij doen? ‘In de omgang met mensen voelde het soms alsof hij aan een grijpkast op de kermis stond en de prijs maar niet kon pakken omdat de knoppen niet goed werkten.’
 
Het is markant dat Tyler zo’n grote intensiteit bereikt met een schijnbaar willekeurig patchwork van terloopse observaties. Zoals wanneer Micah aan een wereld zonder mensen denkt en zich voorstelt hoe handig dat niet zou zijn – bij het hardlopen niet hoeven te slalommen langs moeders met kinderwagens, bijvoorbeeld --, hoe rustig het zou zijn zonder telefoontjes van klanten of huurders die komen aankloppen. Maar als hij onderweg twee vrouwen hoort praten, een moeder haar zoontje naroepen, sijpelt langzaam een gevoel van leegte door en het besef dat zijn emoties niet met zijn denkbeelden stroken. Haast ongemerkt laat Tyler tastbare eenzaamheid opdoemen in de groteske levenswandel van deze wereldvreemde roffelaar. Als hij overdenkt hoe al zijn relaties zijn stukgelopen, kan zelfs zijn beste nep-Frans geen schwung meer geven aan de dagelijkse taken.
 
Als Micah’s emoties oplopen en hij zijns ondanks Cass om een tweede kans smeekt – hij doet dat in geleende woorden en geeft er een lachwekkend pathos aan --, laat hij ten slotte zien wat er in zijn hart omgaat. Daarmee geeft hij zichzelf maar net op tijd de kans zijn leven in een andere richting te keren. Of hij werkelijk aan zichzelf kan ontkomen, het valt te betwijfelen, maar hij neemt met zijn goedwillige gestuntel Cass én de lezer voor hem in.
 
Wie het oeuvre van Anne Tyler volgt, had bij elke nieuwe geschiedenis van een grijze muis die niet thuis is in zijn of haar eigen leven, allicht af en toe een déjà vu. Niet alleen zijn haar personages telkens weer in dezelfde hoek te vinden, Tyler volgt ook in al haar romans een herkenbaar procedé. Om met een dergelijk afgebakend repertoire te blijven boeien, moet de uitwerking wel van superbe kwaliteit zijn. En dat is het geval voor Een rooie langs de kant van de weg, een boek op het niveau van haar beste werk – ik denk dan onder meer aan Dinner at the Homesick Restaurant, The Accidental Tourist (bekroond met de National Book Critics Circle Award 1985) en Breathing Lessons (Pulitzer Prize 1989). Micah is een aanraakbaar personage. Met eminente vakkundigheid ontrafelt Tyler zijn psyche en evoceert ze gaandeweg steeds beklemmender gradaties van onvermogen en onuitgesproken, ontkend gemis. De luchtige toon en het vlotte verteltempo maken dat het gewicht ervan niet meteen doordringt, je realiseert je maar beetje bij beetje dat wat op het zicht een onbeduidend leventje is, een wrange leegte inhoudt. Dat Micah’s onaangepaste gemodder en ridicule gewoontes eigenlijk best veel herkenbaars inhouden, begint gaandeweg dan ook enigszins te verontrusten.
  
Tylers werk wordt soms wat schamper ontvangen door de literaire kritiek. Ze snijdt met haar innemend en warmhartig proza immers geen grote kwesties aan en haar ambitie lijkt zich te beperken tot een licht lezende vertelling in een stijl zonder franje. Maar Tylers schrijfkunst is zeer mooi in balans. Ze observeert haar personages spits en zonder reserve, ze schrijft ongecompliceerd maar met vernuft. En de lezer die zich gerieflijk installeert voor een weinig eisende lectuur, zal zich van lieverlee toch moeten realiseren dat Tyler, zacht en goedmoedig, maar onverbiddelijk de blik richt op wat er onder de oppervlakte van doordeweekse levens beweegt. En ze verrast er bij elk nieuw boek opnieuw mee, ondanks de gekende tactiek. Dat zegt heel wat over het raffinement waarmee ze haar procedés hanteert.
 
In 2015 haalde ze met De blauwe draad de shortlist van de Man Booker Award. Een rooie aan de kant van de weg staat dit jaar alvast op de longlist. Of de waardering van de literaire jury voor dit boek ook verder reikt, weten we op 15 september.
 
Anne Tyler: Een rooie aan de kant van de weg, Prometheus, Amsterdam 2020, 205 p. ISBN 9789044644753. Vertaling van Redhead by the Side of the Road door Peter Abelsen. Distributie L&M Books 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 8, SEPTEMBER 2020

De bruidsvlucht

Annemarie Estor

Het hellen van een leven

Luis Carrasco

Kindertijd

Tove Ditlevsen

Oorlogsdagboek. Met brieven van Jack Hamesh

Ingeborg Bachmann

Solituden, songs

Jacques Hamelink

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 8, SEPTEMBER 2020

Alfabet

Charlotte Dematons

Dit is Jeruzalem

Stanislav Setinský

En de wereld zei ja

Kaia Dahle Nyhus

Het verlangen van de prins

Marco Kunst

Oliver Twist

Tiny Fisscher (bew.), Annette Fienieg (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri