Vertaald proza

BOEKEN NR. 8, SEPTEMBER 2020

Naoko Abe: Sakura : Hoe een Engelsman de Japanse kersenbloesem redde

door Jo Vanderwegen

Al in 2016 verscheen in Japan het werk van de Japanse journaliste Naoko Abe over de Britse botanicus Collingwood Ingram (1880-1981), wiens fascinatie voor de sakura een belangrijke factor was in het behoud van de diversiteit van de kersenbloesem. In haar thuisland ontving ze veel bijval voor haar werk, en al gauw kwam de vraag waarom het boek niet in het Engels was verschenen: de taal van haar nieuwe thuisland, én de moedertaal van Ingram zelf. Voor de vertaling vulde Abe haar biografie aan met gegevens die niet – zoals het geval was bij de Japanners – hoorden tot de algemene kennis van haar nieuwe, Engelstalige lezers (over de Japanse cultuur en geschiedenis) en vervolgens vond The Sakura Obsession zijn weg naar een breed internationaal publiek. En het moet gezegd: los van plantkundigen of ornithologen vinden ook historici zeker hun gading in het breed opgezette boek.
 
Naoko Abe vertelt het levensverhaal van de welgestelde Collingwood Ingram. Na een tocht over de wereld op zoek naar aparte vogels, deemstert zijn interesse voor ornithologie langzaam weg en komen kersenbloesems hiervoor in de plaats. Ook verzamelt hij bij leven een aanzienlijke verzameling Japanse kunstvoorwerpen in de vorm van onder meer netsuke en satsoema (porselein genoemd naar de Japanse provincie Satsuma), nu te zien in het British Museum. Abe vertelt over hoe Ingram in de Eerste Wereldoorlog als lid van het Kent Cyclist Battalion optrad en later verzocht werd om magnetische vliegtuigkompassen te kalibreren voor de admiraliteit van het leger. Ook speelde hij een belangrijke rol als kapitein van het Royal Flying Corps, gestationeerd in Frankrijk. In die periode hield Ingram tal van dagboeken en schetsboeken bij om in woord en tekening te beschrijven wat hij zag. Ook in de Tweede Wereldoorlog zou Collingwood Ingram, net als zijn vrouw, belangrijke taken opnemen in dienst van de Britten. Naast Ingram zelf spelen trouwens ook zijn zonen en schoondochter een belangrijke rol in de oorlog. Op dat moment heeft Ingram al kennisgemaakt met tal van (zeldzame) bloemen van de kersenboom. Hij maakte vrienden in Japan en reisde er zelfs een paar keer naar toe, per boot, een eerste keer in 1902. De reis was wellicht geïnstigeerd door de groeiende interesse in Japan, die dankzij tal van tentoonstellingen over het japonisme in Parijs nu ook naar Londen was overgewaaid.  
 
Collingwood Ingram werd gegrepen door de schoonheid van de sakura rond 1920 wanneer hij twee sierkersen ontdekt op het terrein van zijn nieuw aangekochte huis. Na verloop van tijd probeerde hij de boom op zijn eigen terrein, de ruime tuin van zijn huis The Grange, te kweken. Daartoe liet hij zaailingen en exemplaren van zeldzamere kersenbloesems (in de vorm van takjes) transporteren van Japan naar Engeland. Aanvankelijk ging dat niet goed, hij weet het aan de lange tocht over de evenaar en liet ze vervolgens per pakket vervoeren via de trans-Siberische spoorlijn, beschermd door aardappelen. Dat transport ging wél goed, zodat er ook jaren later in het zuiden van Engeland nog genoten kan worden van de bloei van de taihaku of de umineko, een soort die Ingram zelf ontwikkeld had en noemde naar de zwartstaartmeeuw. Van de taihaku vreesde hij dat er te weinig aandacht voor was in Japan. Daarom kweekte hij hem verder op zijn eigen domein en kon hem jaren later opnieuw introduceren in Japan. Voor zijn werk voor de Japanse kerselaar werd Collingwood Ingram geëerd met een erelidmaatschap van diverse botanische en kersenbloesemgenootschappen in het Verenigd Koninkrijk en Japan.
 
Wanneer Ingram na de oorlog verneemt dat zijn geliefde schoondochter (overigens van Belgische afkomst) als verpleegster in Hong Kong is gevangengehouden door de Japanners, zal dat feit hun beider vriendschap niet verhinderen. Het onderwerp aansnijden doen ze echter hun leven lang niet meer.  
 
Abe gaat dieper in op wat voor manier de Japanse autoriteiten het symbool van de neerdwarrelende kersenbloesemblaadjes aanwendden om kamikazepiloten te overtuigen hun opdracht met trots te vervullen. Hierbij is de auteur voldoende kritisch over het beleid van de militaire leiding van Japan. Om zich te informeren interviewde ze kennissen, vrienden en familieleden van Ingram, maar ook sprak ze met de kleinzoon van Tome Torihama. Zij had in de Tweede Wereldoorlog niet alleen een restaurant waar kamikazepiloten tijdens hun laatste dagen de maaltijd gebruikten, zij bood hen ook een luisterend oor en informeerde (stiekem, want niet toegestaan door de staat) familieleden over hoe de piloten hun laatste levensdagen doorbrachten. Naoko Abe maakt tot slot ook gebruik van de dagboeken van Collingwood Ingram, zijn nagelaten documentatie en de boeken die hij bij leven uitgaf.
 
Sakura is zo een zeer geslaagd boek geworden dat bovendien geïllustreerd is met prachtige kleurenfoto’s en ook met tekeningen van de hand van Collingwood Ingram zelf. Misschien had Naoko Abe nóg dieper kunnen ingaan op de rol van de kersenbloesem in de Japanse beeldende kunst. Ze beschrijft immers wel hoe Murasaki Shikibu het in haar werk al heeft over de sakura – wellicht is dat een onderwerp voor de toekomst. Hoewel Sakura kan gelezen worden als een pure biografie, is het ook zeer hanteerbaar als naslagwerk door het uitgebreide notenapparaat met veel extra informatie, de ruime bibliografie en de gedetailleerde index. Zeer aan te bevelen.
 
Naoko Abe: Sakura. Hoe een Engelsman de Japanse kersenbloesem redde, Thomas Rap, Amsterdam 2020, 448 p. ISBN 9789400405899. Vertaling van The Sakura Obsession door Fred Hendriks. Distributie Standaard Uitgeverij 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 8, SEPTEMBER 2020

De bruidsvlucht

Annemarie Estor

Het hellen van een leven

Luis Carrasco

Kindertijd

Tove Ditlevsen

Oorlogsdagboek. Met brieven van Jack Hamesh

Ingeborg Bachmann

Solituden, songs

Jacques Hamelink

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 8, SEPTEMBER 2020

Alfabet

Charlotte Dematons

Dit is Jeruzalem

Stanislav Setinský

En de wereld zei ja

Kaia Dahle Nyhus

Het verlangen van de prins

Marco Kunst

Oliver Twist

Tiny Fisscher (bew.), Annette Fienieg (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri