Vertaald proza

BOEKEN NR. 8, SEPTEMBER 2020

Stephan Abarbanell: Het licht van die dagen

door Ludo Abicht

Zoals zijn achternaam aanduidt, stamt de auteur langs vaderszijde uit een Sefardisch (Spaans-Portugees Joods) geslacht. Hij behoort tot de vierde generatie na de bekering van zijn voorouders tot het christendom. En zoals zijn voornaam verraadt, die van de eerste door de Joden vermoorde christelijke martelaar Stephanus, moet er in die bekeerde Duitse familie weinig van de Joodse gevoeligheid daaromtrent  zijn overgebleven. Stephan studeerde echter theologie aan een aantal gerenommeerde Duitse universiteiten, waar sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog de belangstelling voor het Bijbelse en moderne Jodendom groot is. Die belangstelling blijkt ook uit interviews en de thema’s van zijn eerste romans die met het Jodendom en Israël te maken hebben. Net als de wetenschapper Landauer in deze roman, ook van niet-religieuze Joodse origine, werkte Abarbanell, zoals zoveel jonge Duitsers van zijn generatie een tijd lang op een progressieve kibboets. Die positieve ervaring, die in het verhaal bovendien versterkt werd door een liefdesgeschiedenis met een Israëlische verpleegster, werd ook in deze nieuwe roman verwerkt.   

Het boek zelf leest als een politieke thriller in de geest van John Le Carré:  de jonge Landauer werd tijdens de moordpartijen in de Palestijnse kampen Sabra en Shatila op de kibboets gered door een gevluchte Palestijn die zich als christelijk falangist had voorgedaan. Jaren later, en het kan geen toeval geweest zijn, ziet Landauer deze Palestijn terug in Berlijn, waar hij een succesrijk zakenman geworden was. De Palestijn vraagt Landauer, die net uit de Verenigde Staten is moeten terugkeren na een professioneel schandaal, hem een dienst te bewijzen: kan hij voor hem, die daar te ziek voor is, naar Beiroet reizen om te onderzoeken wat er met zijn toenmalige geliefde gebeurd is: werd zij door de falangisten vermoord, samen met de hele familie, of werd zij als verraadster omgebracht door haar eigen mensen? Of is ze nog ergens in leven?
 
Het verhaal springt van het verleden in Libanon en Israël naar het heden in Berlijn en brengt een aantal thema’s samen die met de geschiedenis van de regio verweven zijn: de invasie van Libanon door het Israëlische leger in 1982, de idealistische beginjaren van de Zionistische kibboetsbeweging, de steun van welvarende Palestijnen in het buitenland voor de gewapende strijd tegen Israël en, uiteraard, de waakzaamheid van geheime Israëlische diensten als de Mossad en Shin Bet. Daartussen lopen dan een aantal liefdesgeschiedenissen van de protagonist, onder meer met een ondernemende en aantrekkelijke Nederlandse journaliste, Mila, die heel toevallig onderzoek aan het doen is naar deze wapensmokkel voor HAMAS en andere gewapende verzetsgroepen.
 
Heel toevallig, en hier wringt het schoentje, worden al deze thema’s niet alleen in de roman vervlochten, maar krijgt de lezer bijna een Google-samenvatting van de hele ingewikkelde problematiek. Het is echt des Guten zuviel. Zo blijkt de vroegere universiteitscollega van Landauer in de VS ooit de falangistische folteraar te zijn geweest van die verdwenen Palestijnse geliefde die dan, weer toevallig, gered werd door de geheimagent van de Mossad, dezelfde man die zowel Landauer als zijn opdrachtgever in het vizier heeft en daarbij, nog maar eens toevallig, gebruik kan maken van de informatie die door Mila, de journaliste, verzameld werd. Om het nog complexer te maken heeft Talia, de vroegere verpleegster en superzioniste (ze noemde zichzelf ‘een Israëlische jihadiste’), zich intussen bekeerd tot het radicale Israëlische vredeskamp en werkt ze samen met de ex-militairen van Breaking the Silence.
 
Deze opeenstapeling van toevalligheden, en ik heb er slechts een paar vermeld, had nog eventueel kunnen verdedigd worden, omdat in het kluwen van het Midden-Oosten de werkelijkheid vaak ingewikkelder is dan de fictie erover. Wat echter echt stoort in dit boek is de tweedimensionaliteit van de karakters, die bijna voorspelbaar clichématig worden voorgesteld, en die voorspelbaarheid begint na een tijdje te vervelen. Waar de belangrijkste figuren in de romans van bijvoorbeeld Le Carré of Mankell complexe, tegenstrijdige karakters zijn, is dit in dit boek hooguit het geval bij de niet zo orthodoxe agent van de Mossad. Deze uit Duitsland afstammende zionist is weliswaar overtuigd dat Israël zich met zowat alle middelen moet verdedigen tegen al zijn vijanden (‘Nooit meer!’), maar kan op momenten heel genuanceerd en menselijk uit de hoek komen. Een dergelijke gelaagdheid en interne contradictie ontbreekt jammer genoeg bij de andere figuren in deze roman.
 
Stephan Abarbanell: Het licht van die dagen, Signatuur, Amsterdam 2020, 347 p. ISBN 9789056726652. Vertaling van Das Licht jener Tage door Marcel Misset. Distributie Standaard Uitgeverij 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 8, SEPTEMBER 2020

De bruidsvlucht

Annemarie Estor

Het hellen van een leven

Luis Carrasco

Kindertijd

Tove Ditlevsen

Oorlogsdagboek. Met brieven van Jack Hamesh

Ingeborg Bachmann

Solituden, songs

Jacques Hamelink

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 8, SEPTEMBER 2020

Alfabet

Charlotte Dematons

Dit is Jeruzalem

Stanislav Setinský

En de wereld zei ja

Kaia Dahle Nyhus

Het verlangen van de prins

Marco Kunst

Oliver Twist

Tiny Fisscher (bew.), Annette Fienieg (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri