Vertaald proza

BOEKEN NR. 8, SEPTEMBER 2020

I.S. Toergenjev : Romans

door Kris Velter

Romans van Ivan Sergejevitsj Toergenjev (1818-1883) is opgenomen in de prestigieuze Russische Bibliotheek van Uitgeverij Van Oorschot. Het werd vertaald, van aantekeningen en van een nawoord voorzien door Froukje Slofstra. Zij vertaalde eerder werk van Isaak Babel, Boris Pasternak en Lev Tolstoj, alsook het meesterlijke Leven en Lot van Vasili Grossman, waarvoor ze de Aleida Schotprijs en een prijs van de Russische Academie van Wetenschappen kreeg.  

Hoewel Ivan Toergenjev een van de grootste Russische schrijvers ooit was, heeft hij nooit dezelfde mate van aantrekkingskracht uitgeoefend als Dostojevski of Tolstoj. In de korte romans van Toergenjev staat het kleine centraal: banale liefdesgeschiedenissen die zich afspelen op het platteland in de huizen van adellijke lieden in het feodale Rusland. Dostojevski en Tolstoj schreven epische verhalen waarin psychologische, filosofische en ethische kwesties centraal staan. Froukje Slofstra schrijft in het nawoord:  
 
‘Voor zover er sprake is van een teneur of een boodschap is dat er een van gelaten onderwerping aan het lot. Spirituele crises uitmondend in loutering en inzicht, de vraag naar goed en kwaad of naar de zin en de betekenis van het bestaan, de ambitie stemmen en levensverhalen te vervlechten tot een groot epos – dat alles ontbreekt bij Toergenjev.’
 
Toergenjevs eerste roman, Roedin (1856), speelt zich af op het landgoed van Darja Michajlovna. Roedin, een intelligente, bevlogen en charmante man, wordt geïntroduceerd in het salon. Hij wordt het middelpunt van het gezelschap en bemoeit zich met de opvoeding van de kinderen, het huishouden en het beheer van het landgoed. Al snel blijkt echter dat Roedin niet is wie hij pretendeert te zijn: hij is kil, oneerlijk, berekenend en leeft graag op kosten van anderen. Hij is een bevlogen redenaar, wiens woorden echter nooit daden worden. Dat blijkt ook als Natalja, de dochter van Darja Michajlovna, verliefd wordt op hem en, zoals de meeste verliefde vrouwen in het oeuvre van Toergenjev, alles wil opofferen en hem overal wil volgen. Roedin verklaart haar zijn liefde, maar dat blijkt echter niets anders te zijn dan spel en tijdverdrijf. In Rusland werd van Roedin al snel een type gemaakt: de overbodige man. In het nawoord wordt echter verwezen naar Karel van het Reve die de mythe doorprikt door te beweren dat er geen enkel bewijs is dat er ooit zo iemand in Rusland heeft bestaan.
 
Een adelsnest, dat ook bekend is onder de naam Liza, verscheen in 1859. Fjodor Ivanytsj Lavretski, een ambtenaar bij het ministerie van Binnenlandse Zaken, maakt zijn intrede in het huis van Marja Dmitriëvna en begint, nadat hij heeft vernomen dat zijn overspelige echtgenote gestorven is, een relatie met Dmitriëvna’s negentienjarige dochter Liza. Tot echter blijkt dat zijn echtgenote nog wel degelijk in leven is. De diepgelovige Liza, een prachtig uitgewerkt personage, wijst de goddeloze Lavretski op zijn plichten tegenover zijn echtgenote en gaat zelf het klooster in. De liefdesverwikkelingen zijn overigens nog complexer: ook de jonge ambtenaar Pantsjin en de sjofele muziekleraar Lemm zijn verliefd op Liza. De maatschappelijke achtergrond in de roman is voor het eerst van betekenis. Toergenjev introduceert figuren met tegenovergestelde ideeën: Pantsjin is een ‘westerling en dus een vertegenwoordiger van de idee dat Rusland de westerse ontwikkelingen moet volgen, terwijl Lavretski een ‘slavofiel' is die van mening is dat Rusland een eigen koers dient te volgen. De discussie tussen deze twee groepen speelt gedurende de hele negentiende eeuw en komt in de romans van Toergenjev vaak terug. Het personage Lavretski zou gebaseerd zijn op Toergenjev zelf.
 
In Aan de vooravond (1860) zijn twee vrienden, een filosoof en een kunstenaar, verliefd op Jelena Nikolajevna. Een derde man, de Bulgaar Insarov, loopt met haar weg: ze trouwen in het geheim en vluchten naar Europa, waar Insarov een cruciale rol wil spelen in de bevrijding van Bulgarije door de Turkse bezetter. Opnieuw blijkt er geen groot verhaal in de roman te zitten, maar het stilistisch vernuft van Toergenjev toont zich hier in de karaktertekeningen. De roman werd gretig gelezen maar oogstte ook een storm van kritiek. Jelena kiest immers niet voor de Russische mannen, die zonder daadkracht zijn, maar voor de Bulgaarse revolutionair. Daarmee heeft Toergenjev geen dappere Russische held geschapen.
 
Vaders en zonen uit 1862 is Toergenjevs bekendste roman en volgens de critici ook zijn beste. Vladimir Nabokov noemde het een van de briljantste romans uit de negentiende eeuw. Centraal staat de strijd tussen de liberale en gematigde hervormingsgezinde ‘vaders’ uit de jaren 1840 en de meer radicale ‘jongeren’ uit de jaren 1960 die de gevestigde orde volledig probeerden te ondermijnen. Bazarov is een onvergetelijk personage: een weinig respectvolle, eigengereide nihilist. Arkadi, een vriend van Bazarov, verklaart aan zijn vader: ‘Een nihilist is iemand die voor geen enkele autoriteit buigt, die geen enkel principe voor waar aanneemt, hoeveel achting dat principe ook heeft.’ Bazarov heeft geen respect voor de landedelen bij wie hij verblijft: ‘Een en al eigenliefde, mondaine maniertjes en fatterigheid!’ Met deze opvatting botst hij met een ander personage, de ijdele Pavel Petrovitsj: ‘Ik wil alleen maar zeggen dat artisticiteit een principe is, en dat in onze tijd alleen amorele of leeghoofdige mensen zonder principes kunnen leven.’  
 
Bazarovs is uiteraard ook de mening toegedaan dat romantische liefde niet bestaat: ‘Bazarov was een groot liefhebber van vrouwen en van vrouwelijk schoon, maar liefde in ideale, of zoals hij het uitdrukte romantische zin noemde hij idiotie, onvergeeflijke onzin; ridderlijke gevoelens beschouwde hij als een soort afwijking of ziekte (…).’ Toch wordt hij verliefd op Anna en ontwikkelt gevoelens die hem kwellen en woedend maken. Meerdere liefdesverhalen ontspinnen zich. Vader en zoon Kirsanov trouwen zelfs op dezelfde dag. De eerste met een dienstmeisje, de tweede met Anna’s zus Katja. Op het einde komt nog een epiloog – zoals ook in de overige romans – waarin de auteur de losse eindjes aan elkaar knoopt en het verdere lot van zijn personages uit de doeken doet. ‘Is ons verhaal daarmee niet ten einde? Maar misschien is er wel een lezer die wil weten wat elk van de opgevoerde personages nu, op dit moment doet. Die lezer komen we graag tegemoet.’
 
De laatste roman die is opgenomen is Rook uit 1867. Het speelt zich af in Baden-Baden, een plaats waar Toergenjev zelf ook heeft gewoond. Het liefdesverhaal is tragisch: een man, Litvinov, wordt voor de tweede keer verliefd op dezelfde vrouw, Irina. Twee keer belooft ze om hem onvoorwaardelijk lief te hebben en alles achter te laten om hem te volgen. Twee keer verbreekt ze die belofte. De tweede keer had de man zelfs zijn verloofde Tatjana voor haar aan de deur gezet. Niet voor de eerste keer, maar wel het meest expliciet, komt de tegenstelling tussen ‘westersen’ en ‘slavofielen’ tot uiting. Froukje Slofstra schrijft: ‘Het kleine stadje fungeert als een soort hogedrukpan, waarin ideologische tegenstellingen op scherp komen te staan.’ Zowel Litvinov als een ander personage, Potoegin, fungeren als spreekbuis voor het westerse gedachtegoed en dit geeft de roman een uitgesproken politiek karakter, waarop sommige lezers misschien zullen afknappen. Potoegin:
 
‘Jawel, mijnheer, ik ben een westerling, ik ben Europa toegedaan, dat wil zeggen, om precies te zijn: ik ben de beschaving toegedaan, diezelfde beschaving die bij ons nu zo charmant wordt bespot; de civilisatie, ja, ja, dat woord is nog beter – ik hou van haar met heel mijn hart en ik geloof in haar.’
 
In Romans staan niet alle romans van Toergenjev. Blijkbaar was het noodzakelijk om een keuze te maken en daardoor is de laatste roman, Nieuwe gronden, niet opgenomen. Het wordt beschouwd als zijn minst goede roman en Toergenjev zelf vond het mislukt. Maar de romans die wel zijn opgenomen, zijn tijdloos en lezen door de nieuwe vertaling erg vlot. Toegegeven, de auteur gebruikt meestal hetzelfde stramien, maar stilistisch is het werk steeds van hoge kwaliteit. Daar waar Dostojevski en Tolstoj een stelling innamen, blijft Toergenjev een observator, een getuige – en die rol zit hem als gegoten. Over zijn romans hangt ook steevast een ongrijpbare weemoedige sfeer waarin het aangenaam toeven is. Het nawoord en de aantekeningen van de vertaler, waaruit hier en daar ook geput is voor deze recensie, zijn ongemeen boeiend en getuigen van een grote eruditie.
 
I.S. Toergenjev: Romans, Van Oorschot, Amsterdam 2020, 981 p. ISBN 9789028210486. . Vertaling door Froukje Slofstra. Distributie Elkedagboeken

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 8, SEPTEMBER 2020

De bruidsvlucht

Annemarie Estor

Het hellen van een leven

Luis Carrasco

Kindertijd

Tove Ditlevsen

Oorlogsdagboek. Met brieven van Jack Hamesh

Ingeborg Bachmann

Solituden, songs

Jacques Hamelink

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 8, SEPTEMBER 2020

Alfabet

Charlotte Dematons

Dit is Jeruzalem

Stanislav Setinský

En de wereld zei ja

Kaia Dahle Nyhus

Het verlangen van de prins

Marco Kunst

Oliver Twist

Tiny Fisscher (bew.), Annette Fienieg (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri