Non-fictie

BOEKEN NR. 10, NOVEMBER 2020

Bert Sliggers: De zedeloze jaren 30: De gebroeders Taurel en de handel in erotica

door Christophe Van Eecke

Bert Sliggers, die al langere tijd onderzoek doet naar de geschiedenis van de pornografische literatuur in de Lage Landen, biedt ons in zijn nieuwste boek een brede inkijk in de seksuele onderwereld van het literaire bedrijf in Nederland in de eerste helft van de vorige eeuw. De aanleiding voor zijn onderzoek zijn de escapades van André en Henri Taurel, twee broers die zich vanaf de jaren 1930 in het vizier van de Nederlandse politie wisten te werken door bij aanhoudende herhaling en zonder enig perspectief op beterschap hun boekhandels te gebruiken als weinig verdekkende dekmantel voor de handel in schunnige publicaties en foei-blote foto’s. Op basis van uitgebreid archiefonderzoek brengt Sliggers naar aanleiding van de processtukken betreffende de broers een hele onderwereld van clandestiene publicaties en hun handelscircuits in kaart.   

Indien het niet allemaal echt gebeurd was, zou je het niet geloven, want Sliggers schildert een breed palet waarin niet alleen de broers Taurel maar een heel netwerk van boekhandelaars, uitgevers en individuele pornoproducenten hun waren zowaar op het Spui en op andere zeer zichtbare locaties aan de man brachten met een roekeloosheid die men niet zou verwachten van een clandestien circuit. Nadat hij de twee broers heeft geïntroduceerd, trekt Sliggers hoofdstuk na hoofdstuk het perspectief verder open om het netwerk uit te tekenen waar de broers deel van uitmaakten en het soort publicaties in kaart te brengen dat daarin circuleerde (vunzige of mondaine tijdschriften met dubbelzinnige zoekertjes; goedkope romannetjes al dan niet geïmporteerd uit Duitsland, Frankrijk of Oostenrijk, professioneel gedrukt of in de achterkamer gestencild; pseudo-wetenschappelijke seksuologische en antropologische studiën in een, twee of meer delen; colportageliteratuur; fotoboekjes; losse foto’s; stoute filmpjes; dat alles zowel hetero als homo en met mens, kind en dier). Hij reconstrueert ook in detail hoe de autoriteiten vaak met horten en stoten een plan van aanpak ontwikkelden om de stroom van vieze boekjes in te dijken – met vaak pijnlijk weinig succes, al komen we dankzij deze kant van het verhaal wel in contact met instituten met zo kleurrijke namen als (hou je vast) het Nationaal Comité tot Bestrijding van den Handel in Vrouwen en Kinderen.
 
Doorheen het boek ontstaat een coherent beeld van een doorheen Europa vertakt netwerk van producenten, handelaars en klanten die samen een gigantische hoeveelheid aan schunnige literatuur lieten circuleren terwijl de autoriteiten, mede gehinderd door een gebrekkige definitie van wat als aanstootgevend kon gelden, er een beetje op stonden te kijken. We leren hoe de politie niet alleen streng optreedt, maar ook onderhandelt met handelaren en klanten in de hoop de zondvloed aan vuilschrijverij in te dijken, hoe bijna niemand in dat circuit ooit zijn leven betert, en hoe de onstuitbare vraag uit alle lagen der bevolking de toestroom aan dergelijk materiaal even onstuitbaar op gang houdt. Daarbij mogen we vaak meelezen in oude politierapporten, briefwisseling of getuigenverslagen. Het verhaal wordt bovendien bevolkt door een keur aan kleurrijke personages. De conclusie kan niet anders zijn dan dat er niets nieuws onder de zon is en dat men honderd jaar geleden al even gretig aan de porno zat als vandaag, en met niet minder variatie in het aangeboden spectrum van voorkeuren, perversiteiten, fetisjen en seksuele variaties. Ook de gretigheid waarmee moraalridders van alle slag (en niet het minst de vlijtig boekverbrandende nazi’s) dit soort literatuur willen uitroeien is van alle tijden: onze huidige taalcodes en voorschriften van wat je allemaal wel en niet mag zeggen, tonen of doen in de les, in de kunst, of op de sociale media op straffe van publiekelijke shaming is slechts de recentste variant van dezelfde zuiveringsdrift.
 
Het moet daarbij gezegd dat de ondertitel van het boek een beetje misleidend is. Het wekt immers de indruk dat het hier in eerste instantie een studie-annex-biografie van de broers Taurel betreft. Maar zij zijn eerder de casestudie die aanleiding geeft tot een breder onderzoek. Nadat de broers ons in de inleiding en het eerste hoofdstuk zijn voorgesteld, verdwijnen ze ook weer uit beeld om plaats te ruimen voor de culturele achtergrond: het inkleuren van het nationale en internationale netwerk van pornotrafiekanten. Pas in de laatste hoofdstukken keren we terug naar de broers Taurel, en dan met name om hun uiteindelijke snelle neergang en nogal treurige dood in de verf te zetten. Daarbij kan er nooit veel twijfel over bestaan dat het enigszins vieze mannetjes waren die van zedenbederf met grote gretigheid hun beroep maakten – al moet gezegd dat dit boek al bij al een sympathiek verhaal vertelt; het is te zeggen: als lezer voelt men zich volledig aan de kant van de vuilmarchanten geschaard die met passie en overgave een clandestiene handel drijven tot meerdere eer en glorie van ’s lands onderbuikse genot.
 
Sliggers heeft met deze studie een zeer belangrijke lacune in de culturele geschiedschrijving gevuld, vooral omdat hij het hele netwerk zo nauwgezet in beeld brengt op basis van nieuw bronnenonderzoek. Hij doet dat in een helder en vlot verteld verhaal dat leest als een roman. Tegelijk zorgt de annotatie achterin ervoor dat alles ook wetenschappelijk verantwoord is. Het is dan ook jammer dat dit boek in het Nederlands verschijnt, want dit beperkt het publiek: net omwille van de brede Europese vertakking van het pornografische netwerk is deze publicatie ook relevant voor een internationaal publiek van zowel vorsers als meer algemeen geïnteresseerde lezers. Tenslotte is het geheel ook nog eens zeer rijkelijk geïllustreerd – met onder meer een fraaie en omstandige katern kleurenafbeeldingen. Kortom: een boek waar de serieuze student van de geschiedenis van de pornografie evenmin als de serieuze liefhebber van het genre (of de verzamelaar van oude erotica) omheen kan.
 
Bert Sliggers: De zedeloze jaren 30: De gebroeders Taurel en de handel in erotica, Boom, Amsterdam 2020, 262 p. ISBN 9789024434121 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 10, NOVEMBER 2020

Gesmoorde woorden

Olivier Rolin

Het verdriet van Spanje

Christiane Stallaert

Op weg naar De Hartz

Wessel te Gussinklo

Precieuze mechanieken. Nieuwe gedichten

Erwin Mortier

Tien jaar later

Harry Mulisch

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 10, NOVEMBER 2020

De Baron von Münchhausen

Wouter Deprez, Randall Casaer (ill.)

Gloei; interviews en gedichten.

Edward van de Vendel, Floor de Goede (ill.)

Het sleutelbeengebaar

Hilde Van Cauteren

Sterker dan elk afscheid

Enrico Galiano

Woorden temmen: Van kop tot teen

Charlotte Van den Broeck en Jeroen Dera

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri