Vertaald proza

BOEKEN NR. 10, NOVEMBER 2020

Sofi Oksanen: Het hondenpark

door Herman Jacobs

Mensen als ik waren onzichtbaar   

Zo prachtig als haar eerste boeken waren, Zuivering (Anthos 2012), Een bundel haarspelden (Anthos 2014) en dan met name Als de duiven verdwijnen (Anthos 2013), dat tot de beste vijf procent behoort van alle boeken die ik in mijn hele leven gelezen heb, zo teleurstellend is Sofi Oksanens nieuwste roman, Het hondenpark.
 
Dit is wat de uitgever er zelf over te melden heeft:
 
‘Olenka is geboren en opgegroeid in het arme en corrupte Oekraïne, maar heeft door haar werk als fotomodel ook het rijke westen leren kennen. Nadat die carrière is vastgelopen keert ze terug naar Oekraïne, waar ze in aanraking komt met een nieuwe branche: eiceldonatie ten bate van kinderloze westerse echtparen. Ze begint als donor maar weet zich dankzij haar kennis van het Westen al snel tot coördinator op te werken.
Dan komt Daria op haar pad, de dochter van een vroegere zakenpartner van haar vader. Ze herkent Daria’s potentieel als eiceldonor en model en ziet een grootse toekomst voor de jonge vrouw – en voor haarzelf als Daria’s manager.
Als Daria op een dag plotseling verdwijnt, ziet Olenka in eerste instantie nog geen verband met gebeurtenissen uit het verleden. Tegen de tijd dat ze dat wel doet is het echter al te laat: ze is gedwongen uit te wijken naar het buitenland, en zo belandt ze in Helsinki, aan de rand van een park waar een jong gezin de hond uitlaat.’
 
Althans, wat die laatste zin betreft: in dat hondenpark is de openingsscène van het boek gesitueerd, het is niet dat Olenka er letterlijk naast woont, zoals het wat beter gesitueerde jonge gezin met het snoezige meisje en het mooie jongetje in de lagereschoolleeftijd dat er zijn hond uitlaat en dat ze er met enige regelmaat komt bespieden. Er is een tijd geweest dat ook Olenka ‘beter gesitueerd’ genoemd had kunnen worden. Maar toen zat ze nog in de eiceldonorenbusiness in Oekraïne. En was ze dus nog geen anonieme buitenlandse schoonmaakster in het rijke Finland anno 2016.
 
Het vervelende van deze roman is dat hij als een thriller in elkaar is gezet – dat is, technisch, vervelend voor de recensent, die ervoor moet waken te veel van de plot prijs te geven (bijvoorbeeld: waaróm Olenka dat jonge gezin bespiedt), maar het is ook vervelend voor de lezer, want dat in elkaar zetten is hier wel heel nadrukkelijk te zien: Oksanen springt nogal woest heen en weer tussen de jaren 2006 tot 2010 op diverse locaties in Oekraïne, en 2016 in Helsinki. En je moet heel secuur lezen om de puzzelstukken die je op die diverse plaatsen en op die verschillende tijdstippen worden aangereikt tot één coherent geheel aan elkaar te leggen – zó secuur dat het ten nadele gaat van je betrokkenheid bij ik-vertelster Olenka. Zodat, als je eindelijk meent te begrijpen waarom zij voor haar leven vreest, en van wie die dreiging uitgaat, je intussen je belangstelling voor haar grotendeels verloren hebt.
 
Dat minstens één cruciaal element van die plot opzettelijk vaag wordt gehouden, een plot die bovendien niet op alle onderdelen een even geloofwaardige indruk maakt, Daria’s gedrag tegenover Olenka bijvoorbeeld, helpt natuurlijk ook niet echt.
 
Maar het eigenlijke probleem met deze roman is die grote plotgerichtheid zelf, waardoor de psychologische en morele facetten van dit verhaal minder goed uit de verf komen dan wenselijk was geweest. Uiteraard hoeft de ‘boodschap’ er niet per voorhamer ingeramd te worden, en dat doet Oksanen ook allerminst – misschien wel ietsje te weinig, zelfs. Jonge vrouwen die, trouwens niet bepaald zonder enig risico voor hun eigen gezondheid, de letterlijk vitaalste cellen van hun lichaam verkopen, iets waar zij zelf niet, maar de handige Harry’s (in dit boek overigens een Harriet) aan de top van de donatiebureaus die op hun eierstokken zijn gebouwd wél rijk van worden, een en ander tegen de achtergrond van een corrupte post-Sovjetstaat waar de gewone man en meer nog vrouw zich niet te veel illusies over rechtszekerheid en dergelijke hoeft te maken: het gáát dus wel degelijk ergens over – alleen verdwijnt dat inhoudelijke geleidelijk enigszins uit het gezicht, en komt de focus meer op het thrillerelement te liggen.
 
Dat het hele verhaal om zo te zeggen één zeer lange brief is, gericht aan een ‘jij’ die pas op pagina 38 voor het eerst wordt aangesproken en van wie je pas na geruime tijd met zekerheid kunt zeggen wie het in vredesnaam is, is ook niet de gelukkigste vondst van de auteur. Het klopt technisch wel, maar je ervaart het toch vooral als een van de typische trucs uit het spannende-boekenarsenaal: onthou de lezer zo lang mogelijk informatie. Dat kan suspense oproepen, dat is waar. Maar ook ergernis.
 
Erg jammer allemaal, want het is niet dat Oksanen plotseling het schrijven verleerd heeft. Zoals uit een alinea als deze wel blijkt:
 
‘Ik besefte dat de angst om herkend te worden uit mijn eigen verwaandheid voortkwam, dat die een zweem van mijn vroegere ik was, die geheel overtuigd was geweest van haar eigen onvervangbaarheid. Ik had beter moeten weten. Zelfs als ik nog steeds regelmatig naar de kapper zou gaan, zelfs als het leer van mijn handtassen nog steeds van dezelfde hoge kwaliteit was als voorheen, dan nog zou het gezin mij niet herkennen. Mensen als ik waren onzichtbaar. De herinnering aan ons gezicht smolt weg als sneeuw, omdat geen van onze cliënten zich wilde herinneren dat wij bestonden.’
 
Maar per slot van rekening hou je aan dit boek toch nog het meest het gevoel over dat je ook hebt na het uitkijken van zo’n typische vernuftige Hollywood-thriller: héél beklijvend was het uiteindelijk niet, en dat scenario – rammelde dat toch niet een beetje, als je er eens heel fijn naar kijkt? Slecht is deze roman overigens niet, laat dat ook duidelijk gezegd zijn. Maar van Sofi Oksanen verwacht je gewoon méér dan een doorsnee passabel boek, waarin mooie passages worden afgewisseld met, nu ja, minder opwindende.
 
(En dan nog iets: de redactie – zoals je tegenwoordig over zo ongeveer iéder boek gedwongen bent op te merken – had ook ietsje zorgvuldiger gekund. Een hart ‘springt’ niet over, een hart slaat over. ‘Uit macht der gewoonte’? Door de macht der gewoonte, zal men bedoelen – een soort contaminatie met ‘uit onmacht’, neem ik aan. En kan een beproeving ‘op je wachten’? Of een blik ‘zich op iets hechten’, dan wel een geur ‘zich in iets hechten’? Dat lijkt me niet. (Dat ‘hechten’ komt vele malen in de merkwaardigste wendingen terug, echt heel vreemd.) En dan dat ‘plaatsen’ de hele tijd, handen op een bureau, een fles op een nachtkastje, een pakje sigaretten op een graf – wat is er mis met leggen, resp. zetten?)
 
Sofi Oksanen: Het hondenpark, Prometheus, Amsterdam 2020, 430 p. ISBN 9789044644227. Vertaling van Koirapuisto door Annemarie Raas. Distributie L&M Books

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 10, NOVEMBER 2020

Gesmoorde woorden

Olivier Rolin

Het verdriet van Spanje

Christiane Stallaert

Op weg naar De Hartz

Wessel te Gussinklo

Precieuze mechanieken. Nieuwe gedichten

Erwin Mortier

Tien jaar later

Harry Mulisch

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 10, NOVEMBER 2020

De Baron von Münchhausen

Wouter Deprez, Randall Casaer (ill.)

Gloei; interviews en gedichten.

Edward van de Vendel, Floor de Goede (ill.)

Het sleutelbeengebaar

Hilde Van Cauteren

Sterker dan elk afscheid

Enrico Galiano

Woorden temmen: Van kop tot teen

Charlotte Van den Broeck en Jeroen Dera

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri