Nederlands proza

BOEKEN NR. 10, NOVEMBER 2020

Tomas Lieske: Honderd hoge dagen

door Carl De Strycker

Van de publicaties die naar aanleiding van het Beethoven-jaar verschijnen – in het Nederlands onder meer de herziene versie van de biografie door Jan Caeyers of de geschriften die Richard Wagner aan de componist wijdde – is het nieuwe boek van Tomas Lieske vast de meest bijzondere. Honderd hoge dagen is een knotsgekke roman die scènes uit het levensverhaal van Ludwig van Beethoven op een ingenieuze wijze verbindt met allerlei verhaallijnen en hedendaagse thema’s. Door de vele parallellen die Lieske legt, is de roman een waar spiegelpaleis waarin je als lezer voortdurend verrassende overeenkomsten en verschillen opmerkt.   

Het reiken naar het hoogste is het belangrijkste motief in de roman. Die opent met een scène waarin Beethoven in het Wenen van 1815 een nieuwe uitvinding uitprobeert: de Ascension. Hij komt vervolgens uit in de stuurcabine van een torenkraan in de Saoedische woestijn in de jaren 1980 bij Luuk Hefter, gesjeesd student Italiaans en groot Beethoven-liefhebber. Die wordt letterlijk verblind door het hevige licht wanneer Beethoven aan hem verschijnt en geeft ten overstaan van zijn idool toe dat hij eigenlijk last heeft van hoogtevrees. De situatie van de kraanman zorgt bij de componist voor een gevoel van herkenning:
 
‘Balling zijn en weten dat je nooit meer terug kan naar je vaderland; altijd eenzaam zijn en je grootste liefde moeten missen; altijd het gevoel blind te worden; de ellende van het steeds dover worden; de benauwdheid van de muziek die ik misschien niet kan schrijven omdat ik tekort schiet. Dat zou eens gezegd moeten worden, hoe het is om daarmee te leven. Jij bent kennelijk bekend met dat soort aanvallen van totale ontreddering. […] Jij weet wat dat betekent. Jazeker, jij kent mijn gevoelens. […] Jij zou kunnen beschrijven hoe die dromen en nachtmerries en hallucinaties mij beïnvloeden. Jij zou dat voor mij kunnen doen. Laat de luisteraar weten hoe ik heb moeten worstelen om die muziek zo te krijgen. Laat ze weten hoe ik het bedoel. Je doet mij er een groot plezier mee. Met het beschrijven van de randen van het bewustzijn. Doe alsof je mij bent. Een ander zou ik dat niet durven vragen. Jou wel. Jij weet wat dat betekent: nachtmerries, hallucinaties. Doe alsof je mij bent.’
 
Wanneer zijn collega’s Luuk komen redden, blijkt hij niet meer te kunnen zien, maar het ziekenhuis kan die blindheid niet verklaren. Hij wordt naar Nederland gerepatrieerd waar Mira, de puberdochter van zijn pleegbroer, hem komt verzorgen. Zij is een even grote fan van de muziek van Beethoven, maar dan om op te dansen, iets wat niet zonder gevaar is aangezien ze aan epilepsie lijdt. Wanneer de blindheid even onverklaarbaar verdwijnt als ze optrad, ontstaat er een vreemde relatie tussen Luuk en het meisje, dat uitdagend in ondergoed voor hem paradeert, naakt bij hem slaapt en toestaat om haar te strelen, maar hem verbiedt om verder te gaan. Als ze samen Bonn bezoeken, Beethovens geboortestad, krijgt zij een aanval nadat hij net voordien alleen in de stad een wandeling heeft gemaakt.
 
En dan is er nog Anklamer, een misantroop die allerlei lijstjes met informatie over Beethoven bijhoudt en daarmee Luuks verhalen over de componist stoffeert waarmee die Mira fascineert. Die man blijkt merkwaardigerwijze meer te weten over het verleden van Luuk (die door een medestudente beschuldigd werd van een poging tot verkrachting en daarom gedwongen werd zijn studie op te geven) en Mira (van wie gesuggereerd wordt dat ze misbruikt wordt door haar vader). Wanneer Luuk na honderd dagen in Nederland terugkeert naar Saoedi-Arabië wordt de vreemde relatie beëindigd. Hij ontmoet Beethoven nogmaals boven in de torenkraan en samen redden ze een gierzwaluw die zich op de giek te pletter gevlogen leek te hebben.
 
De doofheid van de componist versus de blindheid van Luuk; de vallende ziekte van Mira versus de verschijning van Beethoven die Luuk blind maakt (hallucinaties zijn een symptoom van epilepsie); de onuitstaanbaarheid van Anklamer versus het moeilijke karkater van Beethoven; de liefde van Luuk voor een jong meisje versus de voorliefde van de componist voor jonge dames – het zijn maar enkele van de parallellen die Lieske aanbrengt. Maar de grootste overeenkomst tonen de personages in hun streven naar het hogere: bij Luuk is dat letterlijk, door als machinist van de hoogste kraan ter wereld te functioneren ondanks zijn hoogtevrees. Mira tracht haar beperking te overwinnen door toch te dansen, Anklamer probeert zich te vereenzelvigen met Beethoven door elk detail te willen weten over hem, en de componist zelf wil het hoogste bereiken door revolutionaire muziek te schrijven.  
 
Bij elk van deze personages grenst het genie aan waanzin – want zijn de symptomen die ze hebben niet stuk voor stuk gelieerd aan genialiteit: blindheid maakt het mogelijk om een andere wereld te zien, hallucinatie is een vorm van helderziendheid, de epileptische aanval een uiting van de bezetenheid door iets hogers, de onbeschaamdheid is het gevolg van zelfoverstijging, en het lastige gedrag van de fenomenale geest is een neveneffect van de genialiteit. Wie hoog reikt, kan echter diep vallen: dat wordt verbeeld door de vallende ziekte, door het onbegrip waar Beethovens muziek op stuit, maar ook door de wankele dans op de giek om de gierzwaluw (een vogel die naar Nederland komt om zich voort te planten, maar verder op warmere continenten vertoeft: een parallel met Luuk).
 
Luuk heeft de opdracht die hij van Beethoven kreeg ter harte genomen: aan de hand van zijn eigen angsten, psychische en fysieke kwalen en zijn falen op liefdesvlak weet hij voelbaar te maken hoe ingewikkeld het leven moet zijn geweest van de componist, die met vergelijkbare problemen te kampen had. Lieske trekt daarbij naar hartenlust de postmoderne trukendoos open, maar dat is geen spel – hij vermag daardoor inzicht te bieden in zowel Beethoven als vandaag.  
 
Tomas Lieske: Honderd hoge dagen, Querido, Amsterdam, 2020, 276 p., ISBN 9789021423869. Distributie L&M Books 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 10, NOVEMBER 2020

Gesmoorde woorden

Olivier Rolin

Het verdriet van Spanje

Christiane Stallaert

Op weg naar De Hartz

Wessel te Gussinklo

Precieuze mechanieken. Nieuwe gedichten

Erwin Mortier

Tien jaar later

Harry Mulisch

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 10, NOVEMBER 2020

De Baron von Münchhausen

Wouter Deprez, Randall Casaer (ill.)

Gloei; interviews en gedichten.

Edward van de Vendel, Floor de Goede (ill.)

Het sleutelbeengebaar

Hilde Van Cauteren

Sterker dan elk afscheid

Enrico Galiano

Woorden temmen: Van kop tot teen

Charlotte Van den Broeck en Jeroen Dera

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri