Non-fictie

BOEKEN NR. 1, JANUARI 2021

Cyrille Offermans: Midden in het onbewoonbare

door Christophe Van Eecke

Na zijn journaal voor het jaar 2017, gepubliceerd als Een iets beschuttere plek misschien, publiceert Cyrille Offermans nu, opnieuw in de reeks Privé-domein van De Arbeiderspers, een journaal voor het jaar 2019. De titel, Midden in het onbewoonbare, kan zonder veel moeite gelezen worden als een plaatsbepaling binnen de hedendaagse culturele psychogeografie: in een in toenemende mate gepolariseerd ideologisch universum zoekt Offermans het midden, niet vanuit een soort tamme ideologische of intellectuele bedeesdheid, maar omdat dit midden de enige plaats is waar het denken mogelijk is en de menselijkheid haar deel krijgt. Deze plaatsbepaling laat zich ook uitlezen uit de essays en opstellen in het boek, die vaak in meer of minder expliciete termen stelling nemen tegen zowel rechts-conservatieve als zelfverklaard-linkse identiteitspolitieke tendensen.   

Een vlammend opstel over Thierry Baudet en de uitwassen van rechts in de Nederlandse politiek behoort bijvoorbeeld tot de meest levendige bladzijden in dit boek. Omgekeerd is de stellingname tegen de identiteitspolitiek van de gender- en ras-activisten niet minder scherp, maar soms wel iets minder expliciet. Zo zijn er twee opeenvolgende lange essays over de achttiende-eeuwse Duitse reiziger, polymaat en schrijver Georg Forster en zijn iets jongere landgenoot Alexander von Humboldt, vader van de ecologie en een van de meest onvolprezen wetenschappelijke genieën uit de moderne westerse geschiedenis. In zijn beschrijving van Forsters aandacht voor de diversiteit aan culturen die hij ontmoet op zijn reizen naar Antarctica en Tahiti en diens opmerkingen over de vaak niet zeer positieve zegeningen van de Europese infiltratie van die culturen, maakt Offermans duidelijk dat het vandaag zo dominante discours, zowel in de media als in academische kringen, dat de geschiedenis van Europa een aaneenschakeling zou zijn van louter botte racistische en patriarchale ideologie, op onzin gebaseerd is. Het is gewoon niet juist dat die geschiedenis een eenzijdig rampverhaal is van racisten en seksisten en dat niemand kritiek had op of zich verzette tegen imperialistische tendensen. Met name Alexander von Humboldt, een universele geest als er ooit een geweest is, kan gelden als een embleem voor een andere en even krachtige moderne Europese traditie.
 
Net zoals in het eerdere journaal zijn niet alle opstellen even sterk. Soms is Offermans’ toon ietsje te didactisch (de leraar krijg je na al die jaren niet meer uit de man), maar met even grote regelmaat schrijft hij met vuur of gewoon als boeiende verteller, zoals onder meer in een lang opstel over Géricaults schilderij van het vlot van de Medusa. Offermans trekt ook terecht van leer tegen de algemene taalverloedering in het onderwijs, waar vaak de leerkrachten zelf niet langer de elementairste taalregels meester zijn. Dit leidt tot een schrijnende daling in het kwaliteitsniveau – iets wat Offermans onder meer illustreert met een sneer naar de suggestie om masterstudenten niet langer zo’n moeilijke en vervelende thesis te laten schrijven maar hen in plaats daarvan te laten afstuderen op (houd u vast) een presentatie. Als docent die er door studenten al meermaals verontwaardigd en spottend op is aangesproken dat hij struikelt over een wildgroei aan dt-fouten in schrijfopdrachten kan ik Offermans alleen maar bijtreden. Wij leven vandaag in het universum van het genadezesje, waar zowel kennis als intellectuele vaardigheden als onderdrukkende onzin worden weggezet – al wat telt is de persoonlijke beleving, die steeds meer de ultieme toets wordt voor zowel relevantie als wetenschappelijke correctheid. Alles wat buiten de eigen comfortzone ligt mag de student onder geen beding worden opgedrongen, want dat kan immers tot trauma of groot verdriet leiden, en dat wilt u niet op uw geweten (of op uw C4).
 
Ook de meer persoonlijke essays zijn vaak treffend, waarbij de observaties over het ouderlijk huis van Offermans’ echtgenote (aanleiding tot een reeks jeugdherinneringen die op verfrissende en overtuigende wijze niet in sepia zijn gedrenkt) beklijven. Offermans worstelt verder met het slechte karakter van Elias Canetti, met de klimaatopwarming en de vluchtelingencrisis, en schrijft uitgebreid over de intellectuele erfenis van Adorno – een levenslange fascinatie voor Offermans, die aan het begin van zijn carrière al over deze invloedrijke grondlegger van het postmoderne denken schreef. Op die manier wandelt Offermans elegant door het jaar, laverend tussen de eilanden van kunst, literatuur, wereldnieuws en alledaagsheid, om uiteindelijk aan te meren aan de oevers van wat het coronajaar zou worden. Het valt nog af te wachten of er nog een derde journaal komt, maar voorlopig blijft Offermans goed gezelschap voor wie zo nu en dan eens graag in de buurt van gezond verstand vertoeft.
 
Cyrille Offermans: Midden in het onbewoonbare, De Arbeiderspers, Amsterdam 2020, 622 p. ISBN 9789029541596. Distributie L&M Books 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 1, JANUARI 2021

Ik ben er niet

Lize Spit

Italo Svevo

Bekentenissen van Zeno

Kraai. Uit het leven en de liederen van de kraai

Ted Hughes

Tuimelingen : over leven, kust en kijken

Bernard Dewulf

Wildevrouw

Jeroen Olyslaegers

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 1, JANUARI 2021

Bethany en het beest

Jack Meggitt-Phillips, Isabelle Follath (ill.)

De klusjesman. Een internationale politieke thriller

Øyvind Torseter

De wind en wij

Claudia Jong, Kristof Devos (ill)

Het jungleboek

Rudyard Kipling, Daan Remmerts de Vries (bew.), Mark Janssen (ill.)

Wat is kunst? Begin een eiland…

Ted van Lieshout

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri