Poëzie

BOEKEN NR. 1, JANUARI 2021

H. Marsman: Ik die bij sterren sliep. Verzamelde verzen 1916-1940

door Christophe Van Eecke

Hendrik Marsman is de belangrijkste vertegenwoordiger van het vitalisme in de Nederlandse dichtkunst. Met deze fraaie en luxueuze uitgave ligt nu een wetenschappelijke editie van zijn verzameld werk voor. Uitgever van dienst is H.T.M. van Vliet, de éminence grise van de teksteditie die de voorbije decennia talloze uitgaven heeft verzorgd, niet het minst de Volledige werken Louis Couperus. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat hij bij zijn editie van Marsman alle juist keuzes heeft gemaakt. Zo worden hier voor het eerst alle gepubliceerde en nagelaten gedichten uitgegeven, voor het gepubliceerd werk naar de eerste druk. Dit betekent onder meer dat verschillende gedichten dubbel zijn opgenomen. Bovendien is de bundel Voorpost (1931) niet op zijn chronologische plaats gezet maar onmiddellijk na de debuutbundel Verzen (1923) omdat de gedichten tot dezelfde scheppingsperiode horen. Op die manier biedt de verzameling als geheel niet alleen een volledig beeld van Marsmans dichterschap, maar ook een chronologische ontwikkeling.   

Een dergelijke bundeling roept altijd en onvermijdelijk de vraag op waarom men een dichter vandaag nog zou lezen. Met name moderne poëzie durft nogal eens tegenvallen wanneer de omkadering van de eigentijdse literaire mode is weggevallen. Deze vraag is zeker bij Marsman relevant omdat met name de retoriek van het vitalisme makkelijk gezwollen kan overkomen. Ook de levensbevestigende ‘mannelijke’ toon van het vitalisme kan vandaag niet alleen geforceerd of gekunsteld overkomen, maar brengt soms onwillekeurig associaties mee met bepaalde politieke ideologieën die door de dichter zelf natuurlijk niet zo waren bedoeld. Marsmans werk heeft evenwel geen last van dergelijke leesfilters: wie zich door de dichter laat meevoeren ontdekt een begeesterde stem die zich vaak sardonisch en spottend van elke ideologie afkeert, en met name van de nieuw opkomende ‘leer van ’t Blonde Béést’.
 
In acht nemende dat elke lectuur subjectief is, en dat de voorkeur van vandaag niet noodzakelijk meer de voorkeur is van een hernieuwde lectuur in de toekomst, was deze lezer minder getroffen door de ‘klassieke’ bundel Verzen, die nog duidelijk de invloed van het (Duitse) Expressionisme verraadt, en veel meer door de latere bundels Porta Nigra (1934) en Tempel en kruis (1940), waarin de stem onvermijdelijk volwassener en meer voldragen is. Met name het machtige korte gedicht ‘Lex Barbarorum’ in Porta Nigra blijft overeind als een granieten bouwwerk van vitale directheid: het bevestigt de wet van het leven tegen het kwijnende verdriet en de gelatenheid. Toch is dit geen poëzie die op één been hinkt, want Marsman is evenzeer doordrongen van een alomtegenwoordig doodsbesef (en een besef van fysieke kwetsbaarheid) dat worstelt met de vitale levensbevestiging. Die dynamiek humaniseert de retoriek, maakt de beeldtaal plastisch en lichamelijk, en doordringt de verzen met een tragisch bewustzijn van onze pijnlijke eindigheid (maar wel een eindigheid die wordt beleefd in een overweldigend natuurlijk universum).
 
Het mooie gedicht ‘Brief aan een vriend’ (in Verzameld Werk, 1938) is een treffend voorbeeld van die tweeledigheid. Het anticipeert op een levensavond waarin zich tegelijk een nieuwe levenshorizon opent: het is een aanmaning om na het vijftigste levensjaar (‘de sterken worden dan toch nog lang niet gerooid’) begeesterd te blijven in samenklank met de natuur, want:
 
zwervend door het oneindige land
zullen wij sterker en rustiger zijn,
opgenomen in het stromend verband
der seizoenen, dieper verwant
met de ruimte en het wisselend weer.
 
Het verzamelde oeuvre is massief, niet alleen in omvang maar vooral in toon en levensbeschouwing. Met meer dan vijfhonderd bladzijden gedichten is dit een uitgave die tot langzame en herhaalde kennismaking noodt en nodigt. Dankzij deze editie, die door elk gedicht een eigen bladzijde te geven ook een rustige bladspiegel creëert, is een dergelijk vol engagement met Marsman nu ook voor de gemiddelde literatuurliefhebber weer mogelijk geworden. Bovendien is het bijgeleverde apparaat ook voor de niet-wetenschappelijke lezer boeiend. Zo is het lange ‘Nawoord’ toch ook vooral een publicatiebiografie van Marsman, doorspekt met lange citaten uit diens brieven, en bijgevolg ook een zeer goede kennismaking met de dichter. De ‘Aantekeningen’ bieden naast bibliografische informatie ook varianten en achtergronden. Ten slotte is het kritisch apparaat ook rijk geïllustreerd met foto’s en reproducties van de historische edities en manuscripten. Zowel het werk van Marsman als de editie van Van Vliet staan dan ook als een huis.
 
H. Marsman: Ik die bij sterren sliep. Verzamelde verzen 1916-1940, Van Oorschot, Amsterdam 2020, 764 p. ISBN 9789028223011. Distributie Elkedag Boeken 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 1, JANUARI 2021

Ik ben er niet

Lize Spit

Italo Svevo

Bekentenissen van Zeno

Kraai. Uit het leven en de liederen van de kraai

Ted Hughes

Tuimelingen : over leven, kust en kijken

Bernard Dewulf

Wildevrouw

Jeroen Olyslaegers

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 1, JANUARI 2021

Bethany en het beest

Jack Meggitt-Phillips, Isabelle Follath (ill.)

De klusjesman. Een internationale politieke thriller

Øyvind Torseter

De wind en wij

Claudia Jong, Kristof Devos (ill)

Het jungleboek

Rudyard Kipling, Daan Remmerts de Vries (bew.), Mark Janssen (ill.)

Wat is kunst? Begin een eiland…

Ted van Lieshout

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri