Nederlands proza

BOEKEN NR. 2, FEBRUARI 2021

Christiaan Weijts: Furore

door Carl De Strycker

Uitgangspunt voor de nieuwe roman van Christiaan Weijts, Furore, is het bezoek dat Pablo Picasso in 1905 aan Nederland bracht. Op uitnodiging van de Nederlandse journalist Tom Schilperoort, die de schilder had leren kennen in Parijs, verbleef Picasso enkele weken in het duinengebied rond Schoorl. Dat is op zich bekend: er zijn schetsen en gouaches die dat bezoek documenteren, en er zijn achtergronden in schilderijen uit Picasso’s ‘roze periode’ die duidelijk beïnvloed zijn door het Hollandse landschap. Minder is geweten over de man die hem daar naartoe haalde, Schilperoort – het is zijn levensverhaal dat Weijts hier reconstrueert.   

Dat laat hij vertellen door Kris, een kunsthistoricus die 150 jaar na de feiten een virtual reality tour over Picasso’s tijd in Nederland voorbereidt en geïntrigeerd raakt door Schilperoort. Die hoofdstukken staan in de jij-vorm. Dat is altijd een beetje raar – vaak wijst dat op een verdoken ik-verteller, maar hier lijkt het hoofdpersonage echt zijn object van onderzoek toe te spreken. Het leidt tot een soort onprettige afstandelijkheid die natuurlijk onderstreept hoe moeilijk Kris greep krijgt op de figuur. Weijts lardeert de scènes met historisch materiaal (gegevens uit registers, teksten van de journalist zelf, flarden uit herinneringen van anderen…), maar vult ook veel zelf in. Dat is natuurlijk wat een goeie historische roman doet: de lacunes in het verhaal trachten te vullen met verbeelding (al wordt verhaal naar het einde toe schetsmatiger en beperkt het zich tot een zakelijke opsomming van feiten die over Schilperoort bekend zijn). Kris legt dat zelf uit als hij zijn project moet verdedigen:
 
‘Wat ik bedoelde was dat Tom een historische figuur was en tegelijkertijd een personage. En een personage. En een personage dat wilde zeggen: de stuwende kracht van een verhaal dat iets te vertellen had. Het particuliere van Tom kreeg in mijn bewerking een duwtje in de richting van het allegorische […]’
 
De situatie van de kunsthistoricus is dus gelijk aan die van de schrijver van dit boek. Daarnaast zijn er – ook al typisch voor een historische roman – parallellen te trekken tussen het verleden en het heden (of hier: de toekomst, aangezien het boek in 2054 speelt). De biografie van Tom zoals die zich dankzij Kris’ onderzoek ontvouwt, heeft raakvlakken met diens eigen leven. Schilperoort is een bohemien die aanvankelijk moeilijk werk vindt als kunstcriticus, maar later gaat schrijven over auto’s in een automobielmagazine; ook Kris is een kunstkenner die zich inlaat met de nieuwste technieken om toch maar geen burgerlijk baantje te hoeven aannemen. Of er is het kind dat maar kort geleefd heeft en waarvan de journalist denkt dat hij er de vader van zou kunnen zijn, hoewel de vrouw ook met Picasso sliep. Dat spiegelt zich in het feit dat Kris blijkbaar de vader was van het kind dat Evy, de vrouw van zijn businesspartner Freek, liet weghalen.
 
Dat alles wordt nog eens ingebed in het verhaal van het ongeval dat Kris veroorzaakt wanneer hij Safa op de fiets omver rijdt. Samen met Freek en met behulp van deep fake doen ze het zo voorkomen dat zij hen heeft aangereden en ze brengen haar naar het ziekenhuis waar ze verzorgd wordt door Evy. Wanneer Safa blind blijkt te zijn geworden als gevolg van het ongeval, stelt Evy haar een experimentele behandeling voor: de inspuiting van stamcelmateriaal in de hersenen. Omdat de Islamitische Safa de behandeling met varkenscellen afwijst, willen ze nog een stap verder gaan, en gebruikmaken van de cellen van een foetus, iets waar Kris haar van weet te overtuigen en waarbij hij haar ‘helpt’ als verwekker van het embryo. Of hij dat doet omdat hij zich schuldig voelt of echte gevoelens voor haar koestert, is niet helemaal duidelijk; wel blijkt Safa de hele tijd de ware toedracht van het ongeval te kennen. En dat alles speelt tegen de achtergrond van de klimaatproblematiek (de ijskappen zijn gesmolten, Nederland is voor een groot stuk overstroomd, Europa wordt belaagd door klimaatvluchtelingen) en een politieke situatie waarin de leider van een soefisekte die op het punt staat de verkiezingen te winnen, vermoord wordt.
 
Furore is een historische biografische roman, een toekomstroman, een misdaadverhaal, een verhaal over religie en wetenschap, een distopische klimaatroman en een pervers liefdesverhaal (iets waar Weijts een patent op heeft). Dat is veel, heel veel… Te veel waarschijnlijk, want de verhaallijnen komen niet echt samen. Het hoofdverhaal – dat van Schilperoort – wordt aan het einde afgeraffeld, en het is niet duidelijk wat het kaderverhaal dat in de toekomst speelt nu echt bijdraagt. Bovendien lijkt de focus te kantelen naar morele vraagstukken die weinig te maken hebben met dat hoofdverhaal. Beide verhalen zijn interessant, zowel de reconstructie van het leven van de bijfiguur in Picasso’s bestaan als datgene dat in de toekomst speelt, maar ze zijn enigszins geforceerd op elkaar betrokken en blijven bovendien allebei te zeer onuitgewerkt, waardoor ook onduidelijk is wat nu de boodschap van dit boek is. Waarschuwt het tegen uitwassen van de technologische vooruitgang? Zeker. Schetst het een beangstigend beeld van de toekomst? Ja. Gaat het over een zoektocht naar een ethische manier om met elkaar om te gaan? Ook. Is het een kritiek op politiek en religie? Ook al. Haalt het een nevenfiguur uit de kunstgeschiedenis uit de vergetelheid. Inderdaad. Maar deze roman die openlijk allegorische ambitie heeft, is toch vooral diffuus.
 
Christiaan Weijts: Furore, De Arbeiderspers, Amsterdam, 2020, 416 p. ISBN 9789029540339. Distributie L&M Books 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 3, MAART 2021

Al het blauw

Peter Terrin

De andere kant van de zee

António Lobo Antunes

De eenzaamheid in het leven van Lydia Erneman

Rune Christiansen

Lettipark

Judith Hermann

Revolusi. Indonesië en het ontstaan van de moderne wereld

David van Reybrouck

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 3, MAART 2021

Hallo nu

Jenny Valentine

Kleintje

Barbara de Wolf

Meneer Droste van het Kinderboekenmuseum

Sjoerd Kuyper, Sylvia Weve (ill.)

Op een koude winternacht

Jean E. Pendziwol, Isabelle Arsenault (ill.)

Toen ik de sterkste was

Jason Reynolds

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri