Vertaald proza

BOEKEN NR. 4, APRIL 2021

Penelope Lively: Moon tiger

door Herman Jacobs

Ik ben niets als ik niet deel ben van alles  

‘[H]ier, in dit Spaanse dal, zijn de strijdende legers van Montezuma en Cortez verzameld [althans wel de filmversies ervan, hj]. Op de achtergrond zijn bergen te zien, en ook de daken van het Spaanse dorpje dat natuurlijk buiten beeld gehouden wordt, evenals de telegraafpalen langs de weg, de verzameling geparkeerde auto’s en de drie gigantische cateringwagens. Op de voorgrond staat de verzameling krijgers van Cortez, een en al glimmende wapenrustingen, deinende harnassen en stampende hoeven, en de Azteekse horden, schitterend met hun veren hoofdtooien, hun gewatteerde tunieken, hun laarzen met gouden randen en hun mantels met de dubieuze veren. Toegegeven, er is bezuinigd op de horden; de veertigduizend die door onderzoekers genoemd worden, worden voorgesteld door zo’n honderd figuranten […]. Montezuma zelf wordt bijgeschminkt in zijn eigen caravan. Claudia [het hoofdpersonage, hj] heeft gisteren in een restaurant in Toledo met hem gegeten. Het is een acteur van Venezolaanse afkomst, die er vreselijk sexy uitziet en ongelooflijk dom is. Op een gegeven moment is ze aan tafel, toen ze verwoede pogingen deed om op enig niveau intellectueel contact tot stand te brengen, tot de conclusie gekomen dat zo iemand niet bij de mensen ingedeeld moet worden maar bij een bijzondere diersoort, begiftigd met beperkt spraak- en denkvermogen.
Claudia’s naam zal in de aftiteling van de film verschijnen als historisch adviseur. Ze heeft lang en diep nagedacht, nu ja, zo’n tien minuten, of ze dat wel of niet wilde. Uiteindelijk heeft de geldzucht gewonnen, samen met de nieuwsgierigheid.’
 
Dat van die bijzondere diersoort, ‘begiftigd met beperkt spraak- en denkvermogen’: ik moet daar erg om lachen, moet ik bekennen, en verder is deze passage, ergens op drie kwart van Moon tiger, Penelope Lively’s met de Bookerprijs 1987 bekroonde roman, niet de slechtste om het hoofdpersonage te karakteriseren.
 
Dat is de ‘onversaagde, twistzieke, onstuitbare’ Claudia Hampton, journaliste en publiekshistorica, die op haar zesenzeventigste in een ziekenhuisbed ligt, ‘er wordt beweerd dat ik doodga’, en van daaruit haar levensverhaal doet, dat ze meteen maar met de Geschiedenis vervlecht: ‘Ik schrijf een geschiedenis van de wereld’, luidt de openingszin van het boek, gericht tot een van de verpleegsters (die daar uiterst verpleegsterlijk op reageert: ‘Lieve help, dat is een hele onderneming, hè?’, en of mevrouw éven een beetje mee wil werken bij het instoppen, ‘goed zo – dan halen we zo dadelijk een kopje thee voor u.’ Eigenlijk ook een erg geestige scène). Waaruit al meteen blijkt dat ze geen gebrek aan gevoel van eigenwaarde heeft.
 
Over het eigenlijke verhaal zal ik zo vrij zijn helemaal niets te vertellen. Nu ja, bijna helemaal niets dan. Er is een vader die ze nooit gekend heeft, omdat hij niet lang na haar geboorte sneuvelde in de Eerste Wereldoorlog, en een degelijke, voldoende goede, saaie moeder, die alweer ruim twintig jaar geleden ‘minzaam en met een minimum aan opschudding na een ziekte’ is heengegaan. Er is haar één jaar oudere broer Gordon, eeuwige sparringpartner met wie ze heel haar leven rivaliseert, maar tegelijk een welhaast symbiotisch, op de wijze van Narcissus gespiegeld alter ego waarmee ze een zeer bijzondere band heeft. Er is Jasper, ‘geweldig in bed en onderhoudend daarbuiten’, met wie ze een jaar of tien een knipperlichtrelatie heeft – en een dochter: Lisa, ‘mijn arme Lisa, een stil, flets kind’, ‘een saai kind’, dat ze dan ook voornamelijk door haar beide oma’s liet opvoeden. (Lisa zal later subtiel wraak nemen op de moeder die op haar eigen manier wel degelijk van haar hield maar zo weinig in haar zag, door Claudia helemaal niets te vertellen over haar leven, dat beslist spannender en onconventioneler en heel wat minder saai is dan Claudia zelfs maar de moeite doet te vermoeden.)
 
En dan is er Tom Southern, de soldaat die ze in 1943 leert kennen als ze als oorlogscorrespondente in Caïro verblijft. De liefde van haar leven – maar oorlogen trekken zich gewoonlijk weinig aan van de plannen die mensen maken en de verwachtingen die ze koesteren…
 
(Tussen haakjes, toen deze inderdaad erg goede roman in 2018 bij gelegenheid van het vijftigjarige bestaan van de prijs kans maakte de ‘Golden Man Booker’ te winnen, schreef iemand in The Guardian het volgende, het is ook op het achterplat van deze Nederlandse heruitgave afgedrukt: ‘Veel recensenten keken destijds besmuikt neer op deze “huisvrouwenroman”, maar feit is: dit is een van de beste Bookerprijswinnaars aller tijden.’ Feit is ook: wat een ongelofelijk seksisten waren die recensenten! Er is in het hele boek geen huisvrouw te bekennen namelijk (of het zou Claudia’s schoonzuster Sylvia moeten zijn, aan wie zeer weinig alinea’s vuil gemaakt worden) – hoe kómt iemand erbij het zelfs maar te denken, laat staan op te schrijven. Claudia Hampton is dus, ik zei het net al, bijvoorbeeld wel oorlogscorrespondente geweest, hè – in de jaren veertig, nota bene.)
 
Het is alles bij elkaar een behoorlijk gevuld en ook wel tamelijk tumultueus leven geweest dat Claudia heeft geleid. Lively vervlecht de verschillende verhaalstrengen behendig en hier en daar ook heel lichtjes experimenteel met elkaar (er wordt soms een tikje roekeloos van perspectief versprongen – geschiedenis is nu eenmaal een veelstemmige aangelegenheid). Het levert een uiterst leesbare, onderhoudende én een zowel emotioneel als intellectueel niet schriele roman op. Zoals Claudia op de voorlaatste pagina bedenkt, nadat ze het ‘Egyptische’ dagboek van haar vroegere minnaar Tom op haar ziekenhuisbed voor de laatste maal in haar leven herlezen heeft: ‘Het enige wat ik kan denken bij het horen van je stem, is dat het verleden waar is, wat me zowel afschrikt als mentaal verheft. Ik heb het nodig. Ik heb jou nodig, Gordon, Jasper, Lisa, allemaal. En ik kan deze behoefte alleen uit het ongerijmde verklaren: mijn geschiedenis en die van de wereld. Want ik ben niets als ik niet deel ben van alles.’
 
Niettemin is de roman die ze na deze zou schrijven, Passing On, in 1990 vertaald als Het voorbijgaan, éigenlijk misschien nog wel beter. Er lopen ook duidelijk een aantal lijnen van deze Moon tiger naar dat boek: opnieuw een broer en een zus en een behoorlijk bazige moeder (in deze roman is dat Claudia zelf; in Het voorbijgaan is de vertelfocus naar de dochter verschoven). Maar daarover wellicht eens een andere keer – hopelijk gaat De Geus ook die titel heruitgeven.
 
(Wat de vertaling betreft: die is zo in haar algemeenheid beslist heel behoorlijk – maar met name in hoofdstuk veertien zijn er wel een paar dingen vervelend mis gegaan. Het begint al meteen in de tweede alinea. ‘My body records also a more impersonal history,’ zegt het origineel. Dat is iets anders dan, om precies te zijn: het tegenovergestelde van ‘Mijn lichaam heeft ook een minder onpersoonlijke geschiedenis opgetekend’. Een pagina verderop wordt ‘I came back from that Madrid hospital’, om volkomen onbegrijpelijke redenen, ‘Ik kwam uit dat verpleeghuis in Zürich terug’. En weer een pagina verderop heten de ‘bear enclosures’ in de zoo ‘herenverblijven’ (domweg een tikfout en dus begrijpelijk, maar toch: wat doet die redactie daar op de Weteringschans eigenlijk?).
 
En, o ja: ‘moon tiger’ blijkt een soort wierook te zijn. Ik zie écht niet in waarom dat als onvertaalbaar beschouwd zou moeten worden – wat is dat toch voor dwaas fetisjisme ten opzichte van het Engels? ‘Black tea’ of ‘incense’ of ‘sausage’… laten we toch ook niet onvertaald?
 
‘De Egyptische rees’ vond ik wel een leuke voor ‘Gyppy tummy’ (de intestinale ongesteldheid die de nog niet geacclimatiseerde West-Europeaan overal in tropen en subtropen, hier dus in Egypte, treft) – hoewel het éigenlijk niet kan, want het Engelse origineel klinkt niet anachronistisch voor een uitspraak die in 1943 wordt gedaan, maar de vertaling wel: niemand sprak 75 jaar geleden van ‘rees’. Van ‘racekak’ misschien nog nét wel, al lijkt het me onwaarschijnlijk. Maar ach.)
 
Penelope Lively: Moon tiger, De Geus, Amsterdam 2021, 253 p. ISBN 9789044544688. Vertaling van Moon Tiger door Dorien Veldhuizen. Distributie L&M Books

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 4, APRIL 2021

BOEM Paukeslag / Besmette stad

Matthijs de Ridder

De schuilplek

Egon Hostovsky

Een waarschijnlijk toeval

Max Greyson

Shuggie Bain

Douglas Stuart

Vaarwel. Achtergelaten gedichten

Lucebert, Graa Boomsma (sam.)

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 4, APRIL 2021

De nieuwe jongen

David Almond, Marta Altés (ill)

Een mama is als een huis

Aurore Petit

Het hart van het meisje

Siska Goeminne, Tim Van den Abeele (ill.)

Hier zijn draken

Yorick Goldewijk, Yvonne Lacet (ill.)

Zoeken naar Esther B. en het voorval met Benito

Do van Ranst

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri