Nederlands proza

BOEKEN NR. 6, JUNI 2017

Menno van der Veen : Rimpelgeweld

door Wim Naeyaert

Menno van der Veen heeft met zijn debuutroman Rimpelgeweld alle eenduidigheid naar de prullenbak verwezen. Wat een recensie dan nog rest is een impressie te geven van een erg persoonlijke leeservaring, ironisch genoeg de achterliggende gedachte van dit gefragmenteerd boek: de lezer en bij uitbreiding de mens verscheurt en verschuift beelden tot een nieuw geheel.

Dat is ook precies wat de groep vrienden, de kleine vlucht vogels, in Rimpelgeweld doen. Britten verzamelt een groep dertigers rond zich heen die voordien onderling erg losjes met elkaar verbonden waren. Het hoofdpersonage Kink is begeesterd door de wolkachtige Britten en haar moeiteloze voortschrijden.

Samen betrekt de groep een pand in Amsterdam waar ze samen vluchten uit de realiteit door steeds persoonlijke verhalen uit elkaar te trekken en tot in de absurditeit met andere verhalen te verbinden. Dat heeft niet alleen voor de groep een helend effect; ze bieden hun diensten aan als een therapeutische ervaring om mensen anders te laten kijken naar hun verleden. Dat mechanisme, caleidoscopie, is de grondbeweging in deze roman.

Niet de realiteit telt maar wat we ervan onthouden: ‘Wij maken een caleidoscoop van onze levens. Wij delen herinneringen, we spuien onze verhalen en draaien net zolang tot er een beeld ontstaat dat ons bevalt.’ Maar ook in de vriendengroep sijpelt de realiteit uiteindelijk traagzaam binnen in het laatste der vier delen 'Wij zijn voorbij'.

Het boek is opgevat als een jazzplaat: korte thema’s omringen en dragen de improvisatie. Stokregels nemen de functie van thema’s over, de personages improviseren er op los tot dan eens een symfonisch geheel, dan weer een postmoderne polyfonie. In dat fragmentarische, in de herhaling en ook door de opzwepende, opruiende toon, blijkt de lezer het doel. Niet zelden lijkt een gebiedende stem je instructies te geven of toont hij uitgesproken teleurstelling, angst en woede tegenover de dubbelzinnige jij-figuur:

'Stap nu voorzichtig van het bed af en controleer of het laken nog spiegelend strak is gespannen. […] Zie je nog sporen van je lichaam? Zie je nog rimpels die je vinger in het laken duwde? Is het niet net alsof je er niet was?
Je vinger veroorzaakte wat rimpels. De sporen zijn niet zichtbaar: ze betekenen niet meer dan wat je ervan wil onthouden.'

Ter herhaling: een recensie van Rimpelgeweld is een onbegonnen zaak. Een verhaal dat pleit voor maakbaarheid van ervaringen en de eigenheid van elke herinnering wars van de realiteit laat zich niet temmen in een goeie vierhonderd woorden. Menno van der Veen is een geëngageerde componist gebleken, die je willens nillens meevoert op zijn ritme en je niet meer loslaat tot je zelf anders bent gaan kijken. Zoals hij het zou kunnen zeggen: pak het boek van je salontafel, open de kaft en maak je eigen verhaal.

Menno van der Veen: Rimpelgeweld, Atlas/Contact Amsterdam, 2017, 175 p. ISBN 9789025448820. Distr.: VBK België


deze pagina printen of opslaan



‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri