Misdaad

BOEKEN NR. 6, JUNI 2018

Eenzaamheid en existentiële koudbloedigheid: De integratie van heden en verleden bij Arnaldur Indriðason

door Kris van Zeghbroeck

Dat IJsland een betekenisvolle rol speelt binnen de brede en populaire markt van de Scandinavische thrillers is in grote mate op het conto van Arnaldur Indriðason (1961) te schrijven. Hij was in 1997 met Maandagskinderen zeker niet de eerste crime auteur in IJsland. Denken we maar aan ingenieur-schrijver Viktor Arnar Ingólfsson (1955) die al in 1978 debuteerde. En Árni Þórarinsson (1950) publiceerde een jaar na Indriðason zijn eerste thriller rond journalist en antiheld Einar.

Maar de internationale populariteit van Indriðason bracht de IJslandse crimeproductie in een stroomversnelling met namen als Yrsa Sigurðardóttir (1963), Jón Hallur Stefánsson (1959), Ævar Örn Jósepsson (1963), Óttar M. Norðfjörð (1980), Stefán Máni (1970), Lilja Sigurðardóttir (1972) en Ragnar Jónasson (1976).

Van de laatste drie namen werd bij ons nog niets vertaald. Van de anderen slechts één boek, behalve Indriðason en de ingenieur-jeugdauteur Yrsa Sigurðardóttir, die gaandeweg evolueerde naar crime voor volwassenen. Van haar dertien misdaadromans zijn er intussen zes vertaald in het Nederlands, voornamelijk uit de serie met advocate Thóra Gudmundsdóttir. The Children’s House-serie, met psychologe Freyja en detective Huldar moet bij ons nog ontdekt worden.

Arnaldur Indriðason, zoon van de IJslandse literaire auteur en journalist Indriði G. Þorsteinsson (1926-2000), blijft de godfather van de IJslandse misdaad met eenentwintig boeken, waarvan er voorlopig negentien vertaald werden in het Nederlands. De populariteit van Indriðason in de Lage Landen wordt nu extra in de verf gezet met een monografie van de Nederlandse literair agent Alexander Schwarz. Hij introduceerde als uitgever - eerst bij Signature/Signatuur en later bij Uitgeverij Q - Indriðason in het Nederlandse taalgebied. Schwarz is bevriend geraakt met de auteur en gevallen voor IJsland, waar hij een deel van het jaar woont.

‘Ik schrijf voor de IJslanders, vanuit een IJslands perspectief. Ik zou niet weten hoe ik anders en voor wie ik anders zou moeten schrijven’. Die uitspraak van Indriðason neemt niet weg dat wereldwijd tientallen miljoenen van zijn boeken in bijna veertig talen verschenen zijn. In de tekening van zijn personages en hun doen en laten, overstijgt hij het plaatselijke gebeuren. Aangetrokken door de exotische locatie van een afgelegen noordelijk eiland, herkent de niet-IJslandse lezer universele menselijke bekommernissen die de plaatselijke couleur locale overstijgen.

Voorkennis is niet cruciaal, maar het citaat beklemtoont wel waar de wortels van Indriðasons schrijversloopbaan liggen, het belang van de locatie en de vele betekenislagen die in de IJslandse geschiedenis, cultuur en tradities vervat zitten. Indriðason gebruikt bovendien zijn romans om de sociale problematiek binnen de IJslandse samenleving te bevragen. Voor Schwarz is dat de inspiratie om zijn boek te schrijven, om de geschriften van Indriðason in hun IJslandse context te plaatsen en een inkijk te geven in de IJslandse geografie, geschiedenis en maatschappij.

Als bestsellerauteur heeft Indriðason ook een waslijst van onderscheidingen op zijn naam staan. Tot twee maal toe werd hij bekroond met de Glazen Sleutel voor beste Scandinavische misdaadroman (Noorderveen (2002) en Moordkuil (2003 – ook goed voor de CWA Gold Dagger Award (2005)) en de Bloedpin voor beste IJslandse misdaadroman (Onderkoeld (2008) en Valkuil (2017)). Als misdaadschrijver en zoon van een literair schrijver is Indriðason gevoelig voor de opsplitsing tussen literaire romans en misdaadliteratuur. Een nominatie voor de International IMPAC Dublin Literary Award (Noorderveen (2006)) sterkt hem in die overtuiging:

‘De genres zijn naar elkaar toegegroeid, zou je kunnen zeggen. Ik heb nooit geloofd in dat onderscheid. Je hebt goede en slechte boeken, meer niet. Dat literatuur doorgaans als diepzinniger en rijker wordt beschouwd is een hardnekkig misverstand. De thrillervorm blijkt ideaal voor het uitdiepen van psychologische facetten en voor een duik in het verleden. Zo kan ik via het onderzoek dat ik Erlendur laat verrichten, een scherp beeld van de IJslandse maatschappij schetsen.’ (NRC Handelsblad)

Het personage Erlendur Sveinsson groeide op in het ruige IJslandse hoogland. Overvallen door een sneeuwstorm en gescheiden van hun vader, verliest hij als kind van tien zijn twee jaar jongere broer. Bevroren handen die loslaten zonder het zelf te beseffen. Erlendur wordt gered, maar de dood van zijn nooit teruggevonden broer blijft hem en zijn ouders achtervolgen. Uiteindelijk ontvlucht het gezin het platteland en verhuist naar de hoofdstad. Een voorbode van de niet te stuiten plattelandsvlucht op IJsland. De ontwortelde Erlendur blijft, zoals zijn naam aangeeft, een vreemdeling, een buitenstaander binnen zijn nieuwe omgeving.

Als getraumatiseerde en door schuldgevoel beladen volwassene is Erlendur niet in staat om blijvende relaties aan te knopen. Hij trouwt en sticht een gezin, maar laat al vlug zijn vrouw, dochtertje en zoontje in de steek om een solitair bestaan aan te vatten. Hij verwijt zich de emotionele verwaarlozing van zijn gezin, maar de onblusbare haat van zijn vrouw maakt dat zijn kinderen pas als volwassenen opnieuw zijn pad kruisen. Hij kan zich pas om zijn kinderen bekommeren als ze door verdovende middelen en alcoholgebruik aan de zelfkant van de maatschappij terecht zijn gekomen.

Veertien van Indriðasons eenentwintig romans draaien rond detective Erlendur. De drie laatste boeken vormen een soort prequel die ingaan op de jonge jaren van Erlendur onder het mentorschap van Marion Brien, waarvan enige verwarring bestaat of het om een man of een vrouw gaat. Hij/Zij weet Erlendur over te halen om de overstap te maken van de verkeerspolitie naar de recherche. Marion onderkent de schuldgevoelens die aan Erlendur vreten en geeft hem de mogelijkheid om antwoorden op (levens)vragen te zoeken binnen het kader van een (moord)onderzoek.

Erlendurs demonen laten hem niet los, schuld en boete staan centraal in de innerlijke gevoelsstroom die zijn leven beheerst. De drang om te zoeken, om de zaken recht te zetten, om een vorm van catharsis te vinden, blijft onvervuld aanwezig. 'Het is diezelfde drang die hem er, min of meer onbewust, toe aanzet om rechercheur te worden en zich te specialiseren in moordraadsels en onopgeloste verdwijningen'. (De Leeswolf)

Maar Erlendur heeft meer geduld met de doden dan de levenden. Hij blijft een met handen gebonden toeschouwer van zijn eigen (familie)leven die met daadkracht oplossingen zoekt voor het onrecht van de doden. ‘Zijn eenzame worsteling, niet alleen met elk nieuw moordonderzoek, maar vooral ook met zichzelf en zijn verleden, staat aan de basis van een opvallende reeks spannende, realistische en psychologisch sterke boeken’. (De Leeswolf)

Erlendur gaat volledig op in eenzaamheid en existentiële koudbloedigheid die zijn onverzettelijk doorzettingsvermogen brandende houdt. Hij geeft in de roman Engelenstem de voorkeur ‘aan korte dagen en pikzwarte nachten boven een eeuwige avondzon en het licht dat deze dag en nacht bleef uitstralen’. Deze detective is doordrongen van 'de gelaten vaststelling dat het leven een lange aaneenschakeling van toevalligheden is', wat zou verklaren ‘hoe de mensen het al eeuwenlang uithielden in een land met zo'n onherbergzame natuur en zo'n meedogenloos klimaat’. (Engelenstem en De Leeswolf)

Regelmatig keert Erlendur als volwassene terug naar de Oostfjorden en het ouderlijke huis om naar zijn verdwenen broer te zoeken. Zo slaagt hij erin het trauma te cultiveren tot een kruisgang die zijn leven tegelijk overschaduwt en aanzwengelt. Pas in de chronologisch laatste roman, Verdwijnpunt, waarin Erlendur een historische verdwijningszaak van Britse soldaten en een jonge vrouw onderzoekt, ontdekt hij na al die decennia beenderresten van zijn broer.

Hij begraaft ze discreet in het graf van zijn moeder en loopt daarna in het duister de berghelling op. Zonder definitief uitsluitsel te geven over leven of dood, betreedt Erlendur een soort IJslands Elysium waar hij - verlost van angst, pijn en kou - in een zomers landschap, hand in hand met zijn broer, langs de rivier loopt...

Het verleden en meer bepaald de geschiedenis van IJsland zijn een belangrijke drijfveer in het werk van Indriðason. Zelf is hij als historicus gepromoveerd aan de Universiteit van IJsland. Een stevige basis voor zijn research om feiten en fictie zorgvuldig met elkaar te verbinden tot geloofwaardige en informatieve misdaaddrama's. Bij de Erlendur-reeks draait het vaak om de maatschappelijke omslag van IJsland na de Tweede Wereldoorlog.

De generatie van Erlendur (geboren vlak na de oorlog) houdt vast aan traditie. Een stevig contrast met zijn jongere collega’s die het (Amerikaans-)Engels en de hypes en trends uit het buitenland omarmen. Gerookte schapenkop en orgaanvlees lijken Erlendurs dieet te bepalen terwijl een van zijn collega’s zelfs een kookboek geschreven heeft.

Geschiedenis is zelfs nog sterker aanwezig in de boeken buiten de Erlendur-reeks. De in Franse vertaling tot de ‘Schaduwen’-trilogie gebundelde romans Blauwzuur, Valkuil en Erfschuld spelen zich af tijdens de oorlogsjaren. De Canadees Thorson en de IJslander Flóvent vormen samen een onderzoeksteam naar moordfeiten die zich tot in het heden, zeventig jaar later, vertakken. De gepensioneerde detective Konrad buigt zich in het heden over onopgeloste zaken die verband houden met zijn vader die bij het onderzoek betrokken was.

Integratie van verleden en heden speelt een belangrijke rol in het oeuvre van Indriðason. Onderzoeken die de geschiedenis blootleggen en op basis daarvan het heden interpreteren zijn voor hem essentieel om het ingewikkelde 'web van motieven en verklaringen' te doorgronden. Ook Operatie Napoleon, zijn oudste op zich staande roman uit 1999, heeft zijn wortels in de afloop van de Tweede Wereldoorlog en het begin van de Koude Oorlog. Een in 1945 neergestort vliegtuig met Amerikaanse en Duitse officieren aan boord zorgt voor de verdwijning van een jonge IJslander met vertakkingen tot in het heden.

Hoewel Alexander Schwarz’ Het IJsland van Indriðason vooral focust op de Erlendur-reeks, bevat het voldoende wetenswaardigheden over de IJslandse geschiedenis en cultuur om voor het hele oeuvre van Indriðason van nut te zijn. Wel blijft het boek hangen in gefragmenteerde feiten en anekdotes, zonder het literaire potentieel van Indriðasons oeuvre of het biografische verhaal van de auteur stilistisch uit te diepen. Het boek is dan ook volledig afhankelijk van de voorafgaande lectuur van de Erlendur-reeks, waarvoor het als een soort ‘making of’ fungeert (inclusief reisgids).

Alexander Schwarz: Het IJsland van Indriðason, Q Amsterdam, 2018, 319 p. : ill. ISBN 9789021405414. Distributie L&M Books

Arnaldur Indriðason: Valkuil, Q Amsterdam, 2018, 293 p. ISBN 9789021406664. Vertaling van Petsamo door Adriaan Faber. Distributie L&M Books

Arnaldur Indriðason: Blauwzuur, Q Amsterdam, 2017, 283 p. ISBN 9789021402871. Vertaling van Þýska húsið door Adriaan Faber. Distributie L&M Books

Arnaldur Indriðason: Operatie Napoleon, Q Amsterdam, 2017, 302 p. ISBN 9789021408101. Vertaling van Napóleonsskjölin door Jan Willem Reitsma. Distributie L&M Books

Arnaldur Indriðason: Onland, Q Amsterdam, 2017, 253 p. ISBN 9789021405339. Vertaling van Kamp Knox door Adriaan Faber. Distributie L&M Books

Arnaldur Indriðason: Maandagskinderen, Q Amsterdam, 2017, 288 p. ISBN 9789021449876. Vertaling van Synir duftsins door Willemien Werkman. Distributie L&M Books

Arnaldur Indriðason: Erfschuld, Q Amsterdam, 2016, 271 p. ISBN 9789021401607. Vertaling van Skuggasund door Adriaan Faber. Distributie L&M Books

Arnaldur Indriðason: Koudegolf, Q Amsterdam, 2016, 346 p. ISBN 9789021443133. Vertaling van Kleifarvatn door Willemien Werkman. Distributie L&M Books

 





deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 9, OKTOBER 2018

Blinde drift

Belinda Bauer

De rover

Robert Walser

Heel de tijd

Leo Pleysier

Onder een koperen hemel

Stefan Hertmans

Zeiseman

Martha Heesen

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 9, OKTOBER 2018

De invloed van Gregie De Maeyer (1951-1998) op de (Vlaamse) jeugdliteratuur

‘Het wezen van de dingen vervaagt naarmate het zichtbaar wordt’

De slaapster en de spintol

Neil Gaiman, Chris Riddell (ill.)

Op zoek naar Stella

Gerda Dendooven

Rivieren

Peter Goes

Tegenwoordig heet iedereen Sorry

Bart Moeyaert

naar overzicht


‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri