Nederlands proza

BOEKEN NR. 11, DECEMBER 2018

David Nolens: International Bakery (voorheen Cinema Royale)

door Laurent De Maertelaer

De trieste teneur van de maakbare samenleving

Op de achterflap van International Bakery, het nieuwste boek van David Nolens (1973), staat te lezen dat het een ‘poëtisch schotschrift’ betreft, een pamflet waarin de auteur de gemeenschap tegenover het individu plaatst, ‘wars van genre en conventie’. Dat is een rake omschrijving die de lading meer dan behoorlijk dekt. In de eerste plaats omdat het inderdaad een vlijmscherpe aanklacht is tegen de heersende mores in onze maatschappij, en ten tweede omdat de vorm van Nolens’ pamflet niet voor één gat te vangen is. International Bakery heeft immers de lengte van een novelle en laat zich lezen als proza, maar etaleert vormelijke kenmerken die eerder thuishoren in de wereld van de poëzie. Zo is het geschreven in verzen, krioelt het van de woordspelletjes en ligt de nadruk op de muzikaliteit van de taal. Een uitdagend en hyperactueel boek dat de lezer aanzet tot veelvuldige herlezingen en de groeiende rijkdom van een stilaan indrukwekkend schrijverschap alleen maar bevestigt.  
 
Na twee inleidende en veelzeggende motto’s — een eerste komt uit De noodzaak van het overbodige van Sybren Polet, het tweede komt uit Atlas Shrugged, de vuistdikke bijbel van het neo-liberalisme en het ultiem vehikel voor Ayn Rands pseudo-filosofisch objectivisme — volgen twee zinnen, elk op een aparte bladzijde die voor de rest leeg blijft: ‘Het introspectief van de hoofdrol te spelen van slechts een enkel lichaam.’ en ‘Depressieve samenlevingen zijn erg rijk.’ Deze twee volzinnen, die in tegenstelling tot wat volgt een correcte syntaxis hebben en gebruikmaken van leestekens, geven meteen mee waar het in International Bakery om draait: het individu en de samenleving. Of beter gezegd: het individu versus de samenleving.
 
Pas na deze twee schaars gevulde pagina’s begint het eerste hoofdstuk. Al na enkele bladzijden in International Bakery heb je door dat de flinterdunne plot van secundair belang is, een voorwendsel, om een diepgaandere boodschap over te brengen (‘Misschien heb ik taal maar geen verhaal’). Op het eerste gezicht lijkt International Bakery dan ook niet meer dan een intuïtief bijeengesprokkelde verzameling van indrukken, opinies en aforismen, stuk voor stuk ontsproten aan de meanderende verbeelding van de verteller-schrijver. Door de versvorm ga je bovendien niet meteen op zoek naar narratieve ankers, maar kijk je in de eerste plaats uit naar de betekenis tussen de lijnen, de achterliggende kerngedachte, net als bij het lezen van poëzie, zeg maar.
 
De plot van International Bakery is even simpel als bondig samen te vatten: op een welbepaalde dag en moment, namelijk zondag 15 april 2018 ‘te elfder ure’, wandelt een schrijver, die tevens de verteller is, van zijn werkkamer in de Antwerpse Blijde-Inkomststraat naar de seksbioscoop Cinema Royale, op het Koningin Astridplein vlakbij het Centraal Station: ‘In CINEMA ROYALE zal ik een gemeenschap vinden die zichzelf vergeet / Ik heb daar al de grootste lol beleefd’. Niet alleen voor zijn plezier en ‘de weetlust van het wit neon’ gaat de schrijver naar de film, maar ook omdat hij gelooft ‘in de winst van het verlies’, een cryptische omschrijving die verderop nog meermaals opduikt. Eenmaal ter plaatse ontdekt de verteller tot zijn ontsteltenis en verbijstering dat de cinema nu een ‘International Bakery’ is, waar mannen en vrouwen van tientallen nationaliteiten broden bakken:  
 
In het midden van de zaal meer dan tien bakovens en meterslange tafels
Waar vrouwen en mannen het deeg kneden vanuit hun verleden
 
Tijdens de bakkersuren van middernacht tot zes uur ’s morgens
 
Waar vroeger in de koudste kilte lul in kut en lul in aars transacties
Sloten
 
Ook hier in de INTERNATIONAL BAKERY wordt gemarchandeerd
 
De INTERNATIONAL BAKERY ontpopt zich al snel tot een soort vrijplaats, een anarchistisch epicentrum van burgerrecht en afgedwongen vrijheid. De gemeenschap van ontheemden die de bakkerij draaiende houdt, teert op haar ‘cultus van de verontwaardiging’ en heeft als bindmiddel ‘vrijheid van meningsuiting’: ‘Met onze verontwaardiging komen we overal / Vanuit onze verontwaardiging bouwen we tientallen dystopia’ en ‘Wij hebben het nagevraagd en wij waren inderdaad het antwoord / op een blinde vlek / Zelfs als niemand ons ziet zijn we gezien’. In de INTERNATIONAL BAKERY is de hele wereld te horen (‘Wij zijn het applaus en het boegeroep’), maar de bakkers zijn gedehumaniseerd, ontpersoonlijkt: ‘Eerste klanten komen / Al snel spreekt een klant met een brood in de mond /De [demoniem] vrouw die het brood heeft gemaakt verstaat wat / hij zegt met haar brood in zijn mond’. De vrouw in kwestie kan eender welke nationaliteit hebben in the global village en krijgt de algemene term ‘demoniem’ als onderscheidend bijvoeglijk naamwoord mee.
 
Als mascotte heeft de bakkerij wijlen koningin Astrid gekozen, die haar naam leende aan het plein waar de broden nu gebakken worden en wier blik vanaf het portret aan de muur op de bakkers rust: ‘Het is goed dat zij naast ons kijkt en zich niet verslikt / in het verdict dat wij over onszelf hebben afgeroepen’. Journalisten, politici, inspecteurs en zelfs ‘een of meerdere stadsdichters’ komen kijken wat er gaande is: ‘Echte non-fictie was het gisteren / Op het astridplein van CINEMA ROYALE / nu INTERNATIONAL BAKERY’. De schrijver staat erbij en kijkt ernaar:
 
Nu ik hier sta in de INTERNATIONAL BAKERY als verdwaalde toerist
in eigen stad
Treurend om de teloorgang van CINEMA ROYALE
Word ik plots op het schild gehesen
Maar kan ik van liefde spreken
Ik zocht immers naar het eigen gewin
 
De schrijver verlangt naar ‘het dronken pathos van zijn consumptie’ en is vooral ontdaan omdat zijn cinema om hygiënische redenen werd gesloten door het stadsbestuur (wat in werkelijkheid ook gebeurde met de échte Cinema Royale). Het best voelde de schrijver zich in zijn oude filmhuis van vertrouwen: ‘Daar in de donkerte van CINEMA ROYALE wist ik altijd mijn ware aard / Politiek was er heel eenvoudig en ik ook / Maar ik trof er de INTERNATIONAL BAKERY en om eerlijk te zijn dat ben / ik niet’. De libertaire bakkers laten hem nochtans niet helemaal koud: enerzijds hamert hij erop dat hij ook ‘iets’ verloren heeft en dat er niets mis is met ‘onverschilligheid’, anderzijds durft hij zichzelf een spiegel voor te houden: ‘Jezus wat ben ik westers en vet op vet geteerd’ en doen de bakkersvrouwen van verschillende nationaliteiten zelfs zijn fantasie op hol slaan: ‘Sommigen van hen had ik wél graag gezien / In CINEMA ROYALE / Als heerlijke exotische objecten / Die zich aan mijn subject onderwerpen’.
 
Iets verder verzucht de verteller: ‘Zo ben ik meester in het ontwijken van elke blik want die kleurt mijn / unie van het eigen niet’. Het laatste stuk vers verwijst op een weinig verholen manier naar Een unie van het eigen (2016), de door Polis uitgegeven ideeënroman van Joachim Pohlmann, woordvoerder van de NVA en speechschrijver van Bart De Wever. Er zijn overigens talrijke referenties naar de zittende Antwerpse burgervader, met als meest directe: ‘Een stad moet je niet weven zegt hij [de burgemeester] maar breken totdat ieder het / hoofd gebogen zijn burgerschool volgt’. Het eerste hoofdstuk begint met de zin: ‘Deze stad is een disfunctioneel gezin en natuurlijk draagt vader de schuld’. Voor de schrijver is politiek ‘dit theater waar we van een gemoedelijke afstand / op staan te kijken’ en ‘verzengend entertainment’. De schrijver ziet de politicus als een machtsgeil leeghoofd:

Losgeslagen in de rol van de schrijver
is de politicus vrij in elke betekenis van het woord
De ontvanger kleurt zich naar de betekenis van het woord
De politicus die zich de vrijheid van het woord veroorlooft heeft geen
Verhaal
 
Hij is zonder restricties de wind
Hij praat zonder anker en is verdwaald
Elk applaus heeft hij in de hand
Hij heeft zijn intelligentie on hold gezet
ten behoeve van het gemeen gemoed
Waar is toch zijn verstand.  
 
In een mooie passage die verwijst naar Martinus Nijhoffs verhalend gedicht ‘Awater’ (1934), distantieert de schrijver zich van de politiek: ‘Ik zoek een reisgenoot en zo gedroomd is de schrijver de slechtste / burgemeester ooit’. Burgemeester en staatssecretarissen ‘kauwen zich dood in de mond naar wie zij zullen praten’, besluit hij. De stad is voor de schrijver een ‘catastrofiel complex van machten’, waar enige vorm van moraliteit en betekenisgeving ver te zoeken is: ‘Het moet gezegd: vrijdenken is nooit zo leeg geweest / Na de zoveelste herhaling wordt elk parool betekenisloos’. Finaal verliest hij zich in een bespiegelend gezwam à la Ayn Rand:  
 
Bent u als mens het best gepositioneerd om over een mens te oordelen
Ben ik als mens het best gepositioneerd om over u te oordelen
 
Niet als u naar uzelf kijkt
En de besmetting ontleedt die aan mij kleeft
Dat is iets wat ik zou kunnen leren
Dat is iets wat iemand aan me zou kunnen doorgeven
Van kinds af aan doorleren in het kind als werd mij de opdracht gegeven
tot pedomorfose
 
Ik kan het retrospectief niet geloven hoe breed het spectrum mens
wel is
 
De schrijver in International Bakery  is — net als de bakkers — een ontheemde: ‘Ontheemding kreeg ik maar werd me niet aangeleerd’. Nolens heeft blijkbaar iets met bakkers (denk maar aan het kapperskoppel Bug en Fien uit Het kind), maar evenzeer met ontheemden: de personages in zijn vorige romans zijn vaak ongekroonde koningen, zeg maar keizers, van vervreemding, eenzame zielen verlamd door existentiële angsten en waanideeën. Niet dat het van belang is voor een goed begrip van de tekst, maar er zijn vele indicaties die erop wijzen dat het schrijverspersonage in International Bakery niemand minder dan Nolens zelf is. De schrijver vermeldt ergens zijn rijksregisternummer, waaruit we kunnen afleiden dat hij op dezelfde dag als Nolens is geboren (bovendien zegt de schrijver ergens vijfenveertig jaar oud te zijn, net als Nolens dus). In een grappig intermezzo geeft Harold Polis goede raad aan Nolens, zijn voormalige auteur van De Bezige Bij Antwerpen en in een cryptisch fragment klaagt de schrijver dat hij ‘vanuit de zwaardmaag bezwaard’ is en zich uit de schaduw van zijn vader aan het werken is (ter memorie: David Nolens is de zoon van de dichter Leonard Nolens).
 
Nolens zoekt in International Bakery op inventieve wijze naar een narratieve vorm die zijn denkbeelden kan verwoorden, een vehikel dat zijn verontwaardiging over de laakbare hedendaagse samenleving eenduidig kan overbrengen. Hij doet dat op verschillende manieren, maar wat het meest in het oog springt, is de versvorm. De schrijver in International Bakery is tenslotte ‘een ego dat proza in verzen omzet’. Hij heeft een diepgaand linguïstisch bewustzijn: ‘Ik voel hoe alles uiteenvalt in het altijd eendere proza van / verstaanbaarheid’. Nolens laat zijn taal geregeld heerlijk ontsporen aan de hand van een ontregelde en ontregelende syntaxis, die doet denken aan het spel met het vertelperspectief in De waan van Cotard, maar ook refereert aan experimentele of niet-klassieke poëzie (in het gedicht van koningin Astrid klinkt het overigens: ‘Poëzie is een leugen’).
 
Eigennamen krijgen consequent geen hoofdletters, behalve aan het begin van een vers (astridplein, blijde-inkomststraat, netflix, dalí, etc.), ‘Cinema Royale’ en ‘International Bakery’ verschijnen dan weer geheel in kapitalen en alle leestekens verdwijnen (op de twee inleidende zinnen voor hoofdstuk 1 na en het kort interview waar de verdubbelde vragen afgesloten worden met vraagtekens). Opvallend is ook het gebruik van weinig voorkomende woorden (pedomorfose, gremium, demoniem, poltronnerie, zwaard- en spilmaag), het gebruik van andere media (foto van koningin Astrid) en veelvuldige citaten. Die citaten hebben daarenboven zeer uiteenlopende bronnen: eentje komt uit een krantenartikel over het Belgisch Instagram-fenomeen Mothmeister, ‘Ik hou niet van verandering soms zou ik liever dood zijn dan dat ik verander’ is een licht gewijzigd citaat uit de film American Hustle (2013), de onmogelijkheid om tweemaal in dezelfde rivier te stappen is een bekende uitspraak van Heraclitus en op drie verschillende plaatsen verschijnen pertinente fragmenten uit de Nederlandse vertaling van het uitgebreide moraal-filosofische essay Pour une morale de l'ambiguïté van Simone de Beauvoir. Ten slotte biedt een citaat over syntactische homonymie uit Historische taalkunde (1996) van Cor Bree een inkijk in Nolens’ werkwijze wat zinsbouw betreft.
 
Wanneer de schrijver ontdekt dat zijn favoriete filmhuis er niet meer is, verbrokkelt zijn werkelijkheid. Het is niet ondenkbaar dat er zich in zijn hoofd, bevangen door een roes van verbijstering, een beginnende waangedachte vormt, wat hem meteen ook tot een onbetrouwbare verteller maakt. De bioscoop staat voor een wereld van eenheid, een onwrikbaar gewaande baken die nu echter op drift slaat en zorgt voor onthechting. De cinema staat ook voor verlies en eenzelvigheid, de bakkerij daarentegen voor winst en verbinding: ‘Ik voel hoe de teloorgang van CINEMA ROYALE ons allen / uiteendrijft’, ‘Ik weet nu dat ik naar de INTERNATIONAL BAKERY ga / Naar winst en niet naar (mijn) restverlies’ en ‘Zodat de belofte naar wat mij bindt niet verloren gaat en ik na het / verlies altijd win’. De mens wil steeds verhelderen en interpreteren, staat te lezen in het motto van Polet. Door een eenheid scheppend denkbeeld of een structurerende gedachte willen we inspireren tot een eenheidsgevoel. Maar, zegt Polet, dat is ons grootste waanbeeld, want de werkelijkheid kent geen eenheid, geen enkele. Het is net die gedachte die de schrijver uiteindelijk verplettert:
 
Neem nooit contact op met de ander vanuit de roes
Je denkt dat ook de ander volledig is
Dat is hij niet
Je bereikt hem ook niet vanuit franke heldenstatus
Ga ervan uit dat elke ander eenheid mist
Daarom hoef ik ook niet te praten over demoniem of etnoniem
Of dat we allen onze demon zijn
 
We zijn onze eigen hel, om Robert Lowell te parafraseren. Meerdere keren is er in International Bakery sprake van ‘het idee dat men niet had / het ligt op de bodem van de zee’. Het is een schrijnende metafoor voor het gigantisch menselijk tekort waar we nu voor staan, de trieste teneur van de maakbaarheid van de hedendaagse samenleving, die ons bestaan alleen uiterlijk op een hoger plan tilt, terwijl ons innerlijk onhoudbaar verschraalt. En daarmee is het tweede motto, dat van Rand, over hoe materiële productiegereedschappen de menselijke geest vormen, wat mij betreft ontkracht.
 
Op het einde van de rit is er eigenlijk maar één manier om International Bakery te lezen en dat is: ademloos.  
 
David Nolens: International Bakery, De Bezige Bij, Amsterdam 2018, 95 p. ISBN 9789403138206. Distributie: Standaard Uitgeverij 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 11, DECEMBER 2018

Berta Isla

Javier Marías

De klaverknoop

Paul Demets

Het amusement

Brecht Evens

International Bakery (voorheen Cinema Royale)

David Nolens

Michael Ondaatje

Blindganger

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 11, DECEMBER 2018

De blauwe vleugels

Jef Aerts, Martijn Van der Linden (ill.)

De pittige pruim die een pop werd

Vojtěch Mašek, Chrudoš Valoušek (ill.)

De torens van Beiroet

Paul Verrept

De waarheid volgens Mason Buttle

Leslie Connor

Het mysterie van niks en oneindig veel snot

Jan Paul Schutten, Floor Rieder (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri