Vanaf zes jaar

JEUGDBOEKEN NR. 11, DECEMBER 2018

Vojtěch Mašek, Chrudoš Valoušek (ill.): De pittige pruim die een pop werd

door Saskia De Bodt

6+ - Op een grote illustratie over twee pagina’s, ergens in het midden van De pittige pruim die een pop werd, vindt het volgende gesprekje plaats: ‘U kunt praten?’, vraagt het Houtblok dat in een pop veranderd is. ‘Ik ben al minstens twintig’ antwoordt de reuze babypop met roze wangen naast hem. In een luierbroekje en met de woorden ‘made in China’ op haar buik prijkt ze wijdbeens midden op de pagina. Haar blik blijft star. Houtblok, die de hoofdpersoon van het boek is, heeft een ietwat listige blik in de ogen, hij buigt zich wat naar voren en maakt een spreekgebaar. Met deze houding is hij goed getypeerd. Het hele boek door zal hij zich al pratend van zijn sluwste kant laten zien.
 
De pittige pruim die een pop werd gaat over de metamorfose van een houtblok. Dit pratende en eigenwijze stuk hout dat in het negende hoofdstuk ten slotte een pop wordt, beleeft bizarre avonturen. Tot zover zou je nog kunnen denken dat de Tsjechische auteur, Vojtěch Mašek, het klassieke gegeven van Pinokkio volgt (Carlo Collodi,1880). Maar gelukkig maakte Mašek er zijn eigen absurde relaas van. En dit verhaal wordt ondersteund door fantastische illustraties van de internationaal bekroonde illustrator Chrudoš Valoušek.
 
Houtblok (die eerst een pit was) is een dominante persoonlijkheid die zich afzet tegen zijn omgeving en iedereen met zijn slimme, verzonnen praatjes de loef afsteekt. Tot zover de gelijkenis met Pinokkio. Qua persoonlijkheid lijkt hij ook wel wat op het eigenwijze, alles beter wetende opscheppertje Karlsson uit Karlsson van het Dak (Astrid Lindgren, 1968). En net als Karlsson vertelt ook Houtblok zijn avonturen aan een redelijk goedgelovig jongetje, in dit geval Peter. Deze Peter is zelf ook niet het braafst, zoals uit de eerste zinnen van het boek blijkt:
 
‘Op een keer was Peter schoolziek, hij had zogenaamd keelpijn. Hij bleef alleen thuis en toen hij naar de voorraadkast ging om chocolade te pakken, struikelde hij over een stuk hout.’
 
Houtblok gaf hem meteen lik op stuk: ‘Au, kijk uit waar je loopt!’ ‘Peter: kan jij praten? Houtblok: Natuurlijk kan ik praten. Is dat zo raar? Peter: Je bent een houtblok. Houtblok: Niet zo brutaal jochie’.
 
Hiermee is de toon van het boek gezet. De verteltrant is antiautoritair, relativerend en pittig tegelijk. Er wordt, meer dan in welk Nederlands kinderboek ook, een beetje gespot met gezag. Houtblok is, als je hem moet geloven, iedereen te slim af maar zijn tegenspeler (Peter) begint al gauw de verhalen in twijfel te trekken en kritische vragen te stellen.
 
De gedachtespinsels van Houtblok leveren soms mooie – filosofische – dialogen op. Op een gegeven moment wordt Houtblok, toen hij nog een boom was, in stukken gezaagd. Hij vertelt het aan Peter:  
 
‘Ik lag daar in tien stukken en ik was elk van die stukken.’ ‘Wat heeft dat te betekenen? vroeg de eerste ik. Hoe moet ik dat weten? zei de tweede ik, ze hebben ons in blokken gezaagd, zei de derde ik. Wat een ramp. Wat moeten we nou vroeg ik, de vierde ik, en begon te janken…’[…] Nadat ze in een vrachtwagen werden gestapeld, begonnen de blokken te kibbelen en ‘we troostten de vierde ik’, vertelt Houtblok, ‘maar toen begonnen de vijfde, de zesde en de zevende ik ook nog te huilen, terwijl de negende en tiende ik er alleen maar om moesten lachen.’  
 
Op Peter’s vraag de hoeveelste ik hij was, zegt Houtblok laconiek: Ik was ik.
 
De pittige pruim die een pop werd, een royaal boek dat voor twee derde uit beeld bestaat, heeft een hybride vorm. Het is deels een prentenboek, deels een strip. De grote prenten, die met hun zware contouren en felle kleuren het boek domineren, vertellen een heel eigen verhaal. Soms onderstrepen ze de tekst vrij letterlijk en zie je bijvoorbeeld griezelig in beeld gebracht hoe de hond Lodewijk Houtblok steeds maar apporteert naar een klein meisje met twee staartjes; of je ziet hoe de pit (toen hij een tijdje nog een pruim was) samen met soortgenoten geplukt wordt en naar Praag wordt vervoerd.  
 
Vaker gooit de illustrator alle remmen los en fantaseert en associeert hij er op los. Hij doet dat in een expressionistische beeldtaal, die verwant is aan de volkskunst. Hij overdrijft elementen, werkt met ritmische decoratie en maakt gebruik van simpele maar sterk aangezette attributen, zoals wandelstokken, messen, zagen en boren. De pagina’s zijn vaak behoorlijk vol getekend, zodat er veel te zien is. Op een gegeven moment komt Houtblok, of liever gezegd, de pop die hij dan is, terecht in een vergadering met ministers die hem hun presidentskandidaat willen maken: ‘U hebt het voordeel dat u een marionet bent’, zegt één van hen. ‘Het kan een probleem zijn dat een marionet onze president wordt’, zegt een tweede. Er ontspint zich een discussie: ‘Maar dat is juist het punt dat hij een marionet is. […] De president hoort een marionet te zijn’. ‘Maar het moet wel een marionet zijn die niets zegt. Anderen moet in zijn plaats praten’. De grote illustratie hierbij laat een wirwar van mannen zien die allemaal hun mening geven. Alle soorten mannen, klein en groot, met en zonder baard, met of zonder bril. Hun houding is star, het lijken zelf wel poppen. Maar hun monden zijn open. Je hóórt ze praten!
 
Dit prachtig verzorgde boek kwam in 2017 in het Tsjechisch uit bij de kleine uitgeverij Baobab, die al eerder van dit soort mooie, modernistische pareltjes uitgaf. Baobab staat in een goede Tsjechische traditie van enigszins absurdistische, artistiek zeer verantwoorde kinderboeken. Denk aan de meer traditionele illustraties van Jozef Lada en de modernistische van Josef Čapek met zijn beroemde Povídání, de verhalen over een hond en een kat (1929).  
 
Op de presentatie van de Nederlandse uitgave vertelden de makers hoe het boek tot stand kwam. Eerst was er de tekst (door Vojtěch Mašek), vervolgens kwamen de paginagrote linosnede-illustraties van Chrudoš Valoušek, in zwart wit. De heldere, felle kleuren zijn aangebracht door vormgever Juraj Horváth, die niet alleen de prenten inkleurde maar ook de layout verzorgde.
 
Aan de jonge uitgeverij Boycott uit Amsterdam hebben we de Nederlandse uitgave van dit prachtboek te danken. De (niet kinderachtige) tekst is uitstekend vertaald door Edgar de Bruin, die de toon en de relativering van het verhaal en de dialogen mooi volgde. Uitgeverij Boycott afficheert zich als ‘een nieuwe uitgeverij voor bijzondere prentenboeken.’ Ze richten zich op werk van hedendaagse illustratoren en streven ernaar ‘boeken met een slim concept en zonder besparingen op het drukwerk naar het Nederlandstalige publiek brengen’. Dat is met dit boek alvast bijzonder goed gelukt. En wat mij betreft: een heerlijk vooruitzicht!
 
Vojtěch Mašek, Chrudoš Valoušek (ill.): De pittige pruim die een pop werd, Boycott, Amsterdam 2018, 94 p. : ill. ISBN 9789492986009. Vertaling door Edgar de Bruin





deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 11, DECEMBER 2018

Berta Isla

Javier Marías

De klaverknoop

Paul Demets

Het amusement

Brecht Evens

International Bakery (voorheen Cinema Royale)

David Nolens

Michael Ondaatje

Blindganger

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 11, DECEMBER 2018

De blauwe vleugels

Jef Aerts, Martijn Van der Linden (ill.)

De pittige pruim die een pop werd

Vojtěch Mašek, Chrudoš Valoušek (ill.)

De torens van Beiroet

Paul Verrept

De waarheid volgens Mason Buttle

Leslie Connor

Het mysterie van niks en oneindig veel snot

Jan Paul Schutten, Floor Rieder (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri