Vertaald proza

BOEKEN NR. 1, JANUARI 2019

Arno Geiger : Onder de Drachenwand

door Johanna Cassiers

Nadat soldaat Veit Kolbe in 1944 aan het Russische front gewond is geraakt, trekt hij naar het Oostenrijkse stadje Mondsee om te herstellen. Hier kan hij, na vijf jaar militaire dienst, voor het eerst weer op adem komen. Al snel merkt hij dat de oorlog niet enkel fysieke maar ook mentale littekens heeft achtergelaten. Wanneer hij de Duitse Margot ontmoet, vindt hij in haar het klankbord dat hij nodig heeft om opnieuw op verhaal te komen.  
 
Het front is grotendeels afwezig in Onder de Drachenwand. De focus ligt veeleer op de burgers achter het front, en wat de aanslepende oorlog met hen doet. Buiten Veit komen er ook een aantal brievenschrijvers aan het woord. Zij proberen via hun brieven in contact te blijven met familieleden die door de oorlog andere oorden hebben moeten opzoeken. Zo lezen we de brieven die Margot van haar moeder Lore uit Darmstadt toegestuurd krijgt. Lore schrijft hoe Darmstadt non-stop wordt geteisterd door bombardementen. Er zijn bijna geen winkels meer en voedsel wordt schaarser en schaarser. Dat alles belet Lore niet om uitgebreid verslag te doen over haar dagelijkse activiteiten: de konijnen voederen, kousen stoppen, familiebezoekjes brengen…

Het concrete, alledaagse van deze brieven brengt de oorlog heel dichtbij. De talloze verwijzingen naar familieleden en kennissen – tante Resel, Bettine, oom Jakob, Liselotte, mevrouw Birgel… – creëren intimiteit. Toch zorgen ze tegelijkertijd voor afstand. De lezer kent deze mensen immers niet, en leert hen ook niet kennen. Hoeveel concreets ze ook bij hem oproepen, het blijven tegelijkertijd vage figuren.  
 
Het heen en weer bewegen tussen nabijheid en afstand is typerend voor het hele boek. De personages bepalen met hun woordkeuze de afstand tot datgene wat ze vertellen. Zo zal Veit slechts mondjesmaat iets vertellen over de oorlogsgruwelen die hij heeft meegemaakt. En wanneer hij erover spreekt, gebruikt hij understatements, gemeenplaatsen of sociaal wenselijke formuleringen. Een borstvliesontsteking wordt ‘goed doorstaan’. Wanneer Veit en zijn medesoldaten op een nacht in Rusland in pyjama de ijskoude nacht in moeten omdat het huis waar ze verblijven in brand staat, is dat ‘niet fraai’. En de omgeving in Rusland is, net als de Duitse manier van oorlog voeren ‘niet naar zijn smaak’.
 
De brievenschrijvers doen hetzelfde. Oskar Meyer is een jood die met zijn gezin vanuit Wenen naar Boedapest is gevlucht, om daar na enkele jaren opnieuw in dezelfde nachtmerrie terecht te komen. Hij beschrijft in de brieven aan zijn nicht Jeanette hoe joden op de oever van de Donau worden doodgeschoten en daarna in de rivier worden gedumpt. ‘Fraai kun je het leven hier echt niet noemen’, voegt hij er laconiek aan toe.  
 
Taal wordt nu eens gebruikt om de barre realiteit te tonen, en dan weer om die realiteit te bezweren of op afstand te houden. De taal in Onder de Drachenwand reguleert niet enkel de afstand tot de realiteit, ze plaatst die realiteit ook in een ruimere context. Doorheen het boek komen woorden en beelden naar voren die in eerste instantie over de Tweede Wereldoorlog gaan, maar die bij de hedendaagse lezer echo’s zullen oproepen van andere oorlogen en conflicten. Zo schrijft de moeder van Margot over ‘de grote aanval van 11 september’ en droomt Veit, die tijdens zijn legertijd vrachtwagenchauffeur was, dat er een vrachtwagen aan hoge snelheid door de straat rijdt.  
 
Ook vluchtelingen zijn heel prominent aanwezig in dit boek: ‘de vrouwen deels in vreemd aandoende dracht, de oude mannen met vreemd aandoende baarden’. Er wordt duchtig gevlucht, door mensen van alle rangen en standen, in alle denkbare richtingen. Wanneer Veit en Margot aan het einde van het boek verhuizen, laden ze al hun koffers op de kinderwagen: ‘nu zagen we er ook uit als vluchtelingen’.
 
Geiger had niet de intentie om een historische roman te schrijven over de Tweede Wereldoorlog. Hij heeft ervoor gezorgd dat de lezer niet kan doen alsof hij alleen maar een boek leest over iets wat lang geleden gebeurd is. We kunnen wel even inzoomen op de begrafenisplechtigheid die Pastoor Wildmann in de Martinsparochie leidt voor Emma en oom Georg, maar onvermijdelijk moet onze blik zich ook weer verruimen, voorbij deze specifieke mensen en deze specifieke oorlog.  
 
Die beweging wordt het mooist geïllustreerd in de evolutie die Veit doormaakt. Na jaren van overleven in het hier en nu, biedt zijn verblijf in Mondsee hem de kans om stilaan weer meer perspectief te krijgen. Langzaam maar zeker neemt hij afstand van de oorlog, komt er ruimte om na te denken, ook over zijn eigen aandeel. Daar waar hij aanvankelijk de taal gebruikte om de oorlog op afstand te houden, gaat hij de taal steeds meer gebruiken om die oorlog in een ruimer perspectief te zetten.  
 
Veit zegt van zichzelf dat hij het talent heeft om ‘overal door het omhulsel heen het geraamte van de doden te zien’. Zo ziet hij op dezelfde plekken waar nu dwangarbeiders geulen proberen te graven in de drassige grond, de oorlogen van weleer naar boven komen. Hij ziet hoe de Romeinse keizer Marcus Aurelius zijn notities neerpent terwijl de oorlog die hij voert, verder raast. Hij ziet hoe de Turken in 1683 Wenen binnenvallen. En meer en meer komt voor hem de zinloosheid van oorlog op de voorgrond te staan.  
 
Geiger haalt in Onder de Drachenwand het omhulsel van de Tweede Wereldoorlog af, en toont zo het geraamte, waarin we sporen zien van oudere en recentere oorlogen. En zo komen we er als lezer niet onderuit om ook naar onszelf en ons eigen leven te kijken. Toch lijkt het niet Geigers intentie om ons te schoppen tot we een geweten hebben. Er spreekt eerder berusting uit dit boek. De toon is kritisch, maar er is ook ruimte voor mildheid. Onder de Drachenwand gaat over iets wat des mensen is, altijd geweest is en vermoedelijk altijd zal zijn. Of zoals Veit na zes jaar oorlog met scha en schande heeft geleerd: de wijsheid komt achter ons aan, en loopt zelden voorop.
 
Arno Geiger: Onder de Drachenwand, De Bezige Bij, Amsterdam 2018, 415 p. ISBN 9789403132501. Vertaling van Unter der Drachenwand door W. Hansen. Distributie Standaard Uitgeverij 


deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 7, JULI 2019

De grote verkilling

Geert van Istendael

Kamers antikamers

Niña Weijers

Verlaten

Jane Harper

Verwondering

Aharon Appelfeld

Winterlaken

Micha Andriessen

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 7, JULI 2019

Adres onbekend

Susin Nielsen

Mag je haaien aaien?

Katrijn De wit, Inge Rylant (ill.), Laura Bergans (design)

Niet te stoppen

Angie Thomas

Ploef

Espen Dekko, Mari Kanstad Johnsen (ill.)

Zo slapen dieren

Jiří Dvořák, Marie Štumpfová (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri