Vertaald proza

BOEKEN NR. 1, JANUARI 2019

Max Blecher: Het verlichte hol

door Jan Baes

‘Wanneer ik 's middags in de tuin in de zon lig en mijn ogen sluit, wanneer ik alleen ben en mijn ogen sluit, of midden in een gesprek mijn hand over mijn gezicht haal en mijn oogleden dichtknijp, dan bevind ik me telkens weer in dezelfde onzekere duisternis, dezelfde vertrouwde, innerlijke grot, hetzelfde lauwwarme hol, verlicht door troebele vlekken en beelden, die het binnenste van mijn lichaam vormen, de inhoud van mijn 'onderhuidse persoon'.’
 
De Joods-Roemeense schrijver Max Blecher laat een 'onderhuids persoon' aan het woord in drie intense romans, geschreven tussen 1934 en 30 mei 1938, de dag waarop hij, 29 jaar oud, zou overlijden. Meer dan een derde deel van zijn leven sleet hij in diverse sanatoria: het Franse Berck-sur-Mer, het Zwitserse Leysin en het Roemeense Techirghiol aan de Zwarte Zee. Opgesloten in een gipsen korset nadat, op zijn negentiende, een ongeneeslijke ruggenmergtuberculose was vastgesteld.
 
Als hij in 1934 eindelijk terug naar huis kan in Roman, om er langzaam uit te doven, schrijft hij, aan bed gekluisterd, achtereenvolgens de romans Avonturen in de alledaagse onwerkelijkheid, Gelittekende harten en Het verlichte hol dat pas in 1971 zal worden gepubliceerd. Hoewel onafgewerkt, moet deze autobiografische roman niet onderdoen voor zijn twee, al even meedogenloze voorgangers in de beschrijving van het leven in sanatoria aan het begin van de vorige eeuw.
 
De verteller tekent de tragische portretten van lotgenoten die komen en gaan, zoals die jongeman in de kamer naast de zijne, gekomen om dood te gaan, maar hardnekkig in zijn weigering de laatste zalving te ontvangen. Of dat van de artistiek begaafde jonge Vlaming Bobby, die op een bloeddonatie hoopt om tenminste enigermate verlicht te kunnen sterven. Levens en verhalen trekken voorbij, zoals dat van de uiterst charmante Parisienne Teddy, die zienderogen uitteert (‘een vreselijke vergissing van de kant van de werkelijkheid’) en blij is dat ze er niet meer zal zijn wanneer haar verloofde, na twee jaar in Dakar te hebben gewerkt, met verlof zal terugkeren. Of dat van de Deense Simpla die aan de heftige erotische verlangens van de verteller tegemoet komt totdat ze, voldoende hersteld, door haar verloofde wordt opgehaald.
 
Verbluffend zijn de beschrijvingen van zijn 'onderhuidse persoon', soms in letterlijke zin, wanneer hij paginalang het spoor volgt van het bloed in hemzelf, in de mens en in de wereld: ‘opgesloten in het razen en dampen van mijn eigen bloed’. Of van het verhevigde bewustzijn bij alles wat hij voelt of doet: ‘Op het moment dat ik schrijf gebeurt er iets in elk atoom van de wereld’.
 
Er zijn de herinneringen aan zijn jeugd die al even onwillekeurig opduiken of verdwijnen, en die zich mengen met dromen en waanbeelden. Met fantasieën over een ommuurde bloementuin en het reële leven dat haasje over doet met de slaap. Met dromen waarin de dingen de vorm aannemen van hun functie. Het station wordt locomotief, de ingenieur van een glazuurfabriek lijkt op een pot, een fabricageproces blijkt op basis van radiogolven alles te kunnen creëren...
 
Het wemelt van reflecties over de tijd en het wezen der dingen, over de vergankelijkheid van alles en het minieme belang ervan, over zin en zingeving: ‘Wanneer herinneringen, visioenen en landschappen zich zo, voor en achter mijn oogleden, voordoen, stel ik me vaak ongerust de vraag wat de zin van die aanhoudende innerlijke illuminatie is en welk haar aandeel is in de wereld; het antwoord erop is altijd onverbiddelijk ontmoedigend...’
 
Een onthutsend verslag van een innerlijke reis waarbij zich, niet onterecht, vergelijkingen opdringen met het werk van Rilke, Kafka en Bruno Schulz, maar meer nog met het in 1982 verschenen Koortsdromen, waarin de Italiaan Gesualdo Bufalino met dezelfde intensiteit schrijft over de dodelijke ziekte tuberculose en de wereld van het sanatorium.
 
Vertaald en van een nawoord voorzien door de onnavolgbare Jan H. Mysjkin.
 
Max Blecher: Het verlichte hol, Vleugels, Bleiswijk 2018, 152 p. ISBN 9789078627586. Vertaling door Jan H. Mysjkin

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 1, JANUARI 2019

Grand Hotel Europa

Ilja Leonard Pfeijffer

Het verlichte hol

Max Blecher

Melancholie I

Jon Fosse

Mooi doodliggen

A.F.Th. Van der Heijden

Onder de Drachenwand

Arno Geiger

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 1, JANUARI 2019

Ans & Wilma verdwaald

Alice Reijs, Ariane van Vliet, Kaatje Vermeire (ill.)

En ik was zijn held

Rindert Kromhout

Hoi, ik ben een lijn. De wonderbaarlijke architectuurverzameling van Het Nieuwe Instituut / Hoi, jij bent een ontwerper. Een doeboek voor de ontwerpers van de toekomst

Behrang Mousavi en Jan Paul Schutten / Hannah Piksen en Annemiek Snelders

Van liefde en verlangen

Imme Dros, Harrie Geelen (ill.)

Zo kreeg Midas ezelsoren. De mooiste metamorfosen van Ovidius

Maria van Donkelaar, Sylvia Weve (ill.)

naar overzicht


‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri