Vertaald proza

BOEKEN NR. 8, SEPTEMBER 2019

Daniel Galera: Twintig over twaalf

door Hugo Van Hoecke

Andrei, Emiliano, Antero en Aurora: met z’n vieren vormden deze prille twintigers toentertijd een bijzonder millenniumkwartet, dat zichzelf beschouwde als ‘de voorhoede van een nieuwe generatie, die zou profiteren van internet en van een stabiele economie om meer te worden dan als punkers vermomde rijkeluiskindjes’. Vanuit die zelfoverschatting gaven ze samen twee jaar lang het e-magazine Orangotango uit, een project gedoemd om te mislukken en dat ook deed, maar dat wel hun leven tekende. Nadien waren ze elk hun eigen weg gegaan, in Porto Alegre of in Sao Paulo, overspannen steden die ‘benauwden door hun excessen, hun onmenselijke sfeer van competitieve hartelijkheid’. Ze hadden elkaar nauwelijks nog teruggezien.
 
Maar vijftien jaar later, in 2014, wordt de meest belovende maar ook meest raadselachtige onder hen, Andrei, brutaal vermoord op straat. De begrafenis brengt de andere drie computernerds kortstondig weer bij elkaar en genereert een aantal aardschokken, existentiële explosies zeg maar, in hun onderlinge relaties. Dat deduceren we uit het ik-relaas dat elk van hen op zijn/haar beurt opvoert, en waaruit kan worden afgeleid wat er van hun creativiteit is geworden en waar hun leven na zoveel jaar is aanbeland, als het ware om twintig over twaalf op de ochtend van de millenniumbug die (voorlopig) niet het voorspelde einde van de wereld met zich had meegebracht.  
 
Bemoedigend is het panorama allerminst. Emiliano, met homo-erotische neigingen, noemt zichzelf ‘een karkas van tweeënveertig, een vuilniszak met armen en benen’. De seksueel geperverteerde Antero gaat kopje-onder in een soort virtual reality en leeft zijn leven als zat hij in een simulator; in zijn hoedanigheid van reclameman beseft hij weliswaar dat zijn werk ‘gedijt in onzuiverheid en oneerlijkheid’, maar hij laat het maar lopen. Aurora ten slotte gaat gebukt onder de tweespalt tussen haar alle creativiteit opslorpende obsessie voor het biologieproject waar zij aan werkt en haar verlangen naar geborgenheid en moederschap.

Voor alle drie geldt dat zij na het toenmalige jeugdexperiment met Orangotango zich volop hebben ingeplant in de alles overheersende technologische bubbel, terwijl hun reële leven ondermaats blijft. Hoe vlot het trio zich beweegt in dat fictieve wereldje wordt door de auteur nadrukkelijk in de verf gezet. Lezers die niet vertrouwd zijn met internettoestanden zullen bij sommige passages dus wel even moeten slikken. Alleszins legt die klemtoon het verslavende karakter bloot van deze virtuele omgeving, met daaraan gekoppeld de onuitgesproken vragen: Wordt de wereld daar beter van? Brengt dit een uitkomst voor de menselijke ellende?
 
Voor Galera lijkt het antwoord op het eerste gezicht ‘nee’ te zijn. In Andrei’s virtuele leven vóór zijn dood blijkt hij het plan te hebben opgevat een roman te schrijven over het heelal nadat alle leven op aarde was uitgedoofd. De al even defaitistische overwegingen van de drie overlevenden liegen er evenmin om: alles is vergeefs en zinloos, er zal nooit meer iets veranderen, het teveel aan leven zou zichzelf vernietigen in een wereld die voorgoed verkeert in de situatie van een stervende. Daarbij komt de Sisyphus-mythe op de proppen: diens onmacht, zo heet het, oogt vandaag nog een stuk dramatischer want als de figuur van toen vandaag zou leven zou hij te veel wéten over de steen die hij telkens opnieuw maar vruchteloos naar boven moet zeulen, en dat zou hem helemaal kraken.
 
En toch. De nihilistische hype die dit boek kenmerkt, is niet absoluut te noemen. Het cultuurpessimisme dat wordt uitgestraald door haar kompanen wordt niet volledig gedeeld door – niet toevallig - Aurora. Wilde iets kunnen leven, dan moest ergens anders iets doodgaan, zo beseft ze. Heeft zij het licht gezien? Het heeft vooral met loslaten te maken: de familie loslaten, promotie, haar spullen, en ook: haar virtuele sporen. Een doekje voor het bloeden jawel, maar dat het einde van deze verbluffend knap geschreven roman toch iets minder zwartgallig maakt.
 
Daniel Galera: Twintig over twaalf, Atlas/Contact, Amsterdam 2019, 222 p. Vertaling van Meia-noite e vinte door Piet Janssen. ISBN 9789025451691. Distributie VBK België 

deze pagina printen of opslaan



‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri