Vanaf twaalf jaar

JEUGDBOEKEN NR. 9, OKTOBER 2019

Shaun Tan: Cicade

door Jen de Groeve

12+ -  
 
‘Cicade werkt in groot gebouw.
Tikt data in. Zeventien jaar.
Nooit dag ziek. Nooit fout.
Kri kri.’
 
Desondanks wordt cicade niet gewaardeerd in het grote gebouw, waar hij werkt tussen mensen die zeggen dat hij geen persoon is en die hem dan ook niet menselijk behandelen. Hij moet buitenshuis, twaalf straten ver naar het toilet, werkt elk uur van de dag maar houdt geen geld over om een woonst te huren, krijgt nooit een bedankje, wordt vernederd en bedreigd. Na zeventien jaar gaat cicade met pensioen. Er is geen reden om te feesten.
 
‘Geen werk. Geen huis. Geen geld.
Cicade gaat naar dak van groot gebouw.
Tijd voor tot ziens.
Kri kri.’
 
Wie is deze cicade in dit grauwe, troosteloze oord? Waar komt hij vandaan en wat maakt dat hij, wat hij ook doet, voor zijn omgeving niets meer is dan een insect, dat je kunt negeren, van je afslaan of er je voet op zetten? De context is een grootstad zonder naam, opgebouwd uit uniforme grijze gebouwen, de mensen zijn grijs en hebben geen gezicht, op de badge van de cicade staat geen naam maar een barcode. Ze werken in onpersoonlijke kantoren bestaande uit kleine individuele werkruimtes, die zich aaneenrijgen als een eindeloze reeks kubussen.  
 
Het komt meer voor in Tans verhalen dat dieren die je er niet verwacht, een menselijke omgeving binnenkomen, denk aan het eerder dit jaar verschenen Verhalen uit de binnenstad. Of algemener gesteld: elementen duiken op in een omgeving waarin ze niet passen, zoals in Het ding en ik, of Verhalen uit de verre voorstad. Vervreemding, identiteitsverlies, thuisloosheid zijn thema’s die, telkens op een andere manier, aanwezig zijn in elk van Tans boeken. De cicade zou je mede door zijn afwijkende uiterlijk en gebrekkige taal – ervan uitgaande dat hij zijn eigen verhaal doet in de derde persoon -- als een onwelkome vreemdeling kunnen zien. Maar tekst noch prenten bieden enige achtergrond, we weten alleen dat de cicade verworpen wordt door zijn omgeving.  
 
Doordat Tan geen context geeft, is het aan de lezer om het verhaal te situeren vanuit zijn persoonlijke achtergrond en ervaringen. Slachtoffer worden van inhumaan gedrag is niet iets wat bepaalde groepen of individuen overkomt, of dat enkel voorkomt in omschreven omstandigheden. Iedereen kan ervaren wat het betekent om zich genegeerd, niet gewaardeerd, over het hoofd gezien, uitgestoten te voelen. De keuze voor de cicade als symbolisch slachtoffer is in die zin ook interessant: er zijn 40.000 soorten cicaden, ze zijn niet algemeen bekend en ze zijn massaal over de hele wereld verspreid.
 
Wanneer de cicade, nadat hij is afgedankt, de Escheriaanse trappen opklimt naar het dak, ga je een dramatische afloop vermoeden. Hij gaat op de rand van het dak staan met een gapende leegte voor zich. Tan heeft het hele verhaal door het gevoel van miskenning en verwerping gestaag opgebouwd, de verlatenheid van de cicade is op dit punt compleet. En dan neemt het verhaal een verrassende wending. Er is namelijk altijd hoop bij Shaun Tan, hoe donker een situatie er ook uitziet.  
 
In vijf tekstloze spreads ondergaat de cicade een langzame, opzienbarende transformatie. Het begint met een rode barst, op de volgende spread breekt hij uit zijn grijze omhulsel en even later vliegt een kleurrijke kever samen met ontelbare soortgenoten weg van de stad en de mensen, naar het woud waar hij thuis is. Deze eclatante bevrijding is onverwacht en ziet er aanvankelijk ook alarmerend uit, want je denkt bij die bloedrode barst niet in de eerste plaats aan een ontpopping, maar aan mutilatie en pijn. Je ziet geen insect staan op de rand van het dak, maar een kwetsbaar individu. Magnifiek gewoon.
 
Shaun Tan: Cicade, Querido, Amsterdam 2019, 32 p. : ill. ISBN 9789021415734. Vertaling van Cicada door Bart Moeyaert. Distributie L&M Books 





deze pagina printen of opslaan



‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri