Vanaf zes jaar

JEUGDBOEKEN NR. 4, APRIL 2020

Michael Ende, Wieland Freund, Regina Kehn (ill.): Rodrigo de Ruige en Hummel, zijn hulpje

door Jan Van Coillie

6+ - De Duitse auteur Michael Ende (1929-1995) is vooral bekend door zijn klassieker Het oneindige verhaal. In de jaren voor zijn dood begon hij aan het verhaal over Hummel en Rodrigo de Ruige, waarvan hij de eerste drie hoofdstukken intikte. Meer dan twintig jaar later vertelt Wieland Freund het verhaal verder, met dertien extra hoofdstukken.
 
Al bij de eerste, klankrijke volzin is Endes stijl en toon meteen herkenbaar:  
 
‘Midden in de donkere middeleeuwen, midden in de week en bovendien midden in de nacht reed een hoge, rechthoekige wagen, getrokken door drie ezels, hotsend en hobbelend over een weg vol kuilen en plassen.’
 
Die ‘donkere middeleeuwen’ interpreteert hij meteen op eigenzinnige wijze als een tijd ‘waarin het elektrische licht nog niet was uitgevonden’. Zijn hoofdpersonages brengt hij meteen tot leven in korte, spitse bewoordingen: Hummel, zoon van een koppel poppenspelers papa en jongen zonder angst; de papegaai Socrates, klein, kleurrijk maar vooral slim en nuchter en Rodrigo de Ruige, de roofridder waar iedereen bang voor is, maar in werkelijkheid een lief watje. Ook de naamgeving is typisch Ende, niet alleen van de personages maar ook van de ruimtes als het Vreeswoud en de Huiverburcht, een uitdaging voor de vertaler die hier prima werk levert.
 
Nog in het derde hoofdstuk komt het verhaal op dreef wanneer Rodrigo de Ruige Hummel op tocht stuurt om een zo gevaarlijk mogelijke misdaad te begaan. Onvervaard als hij is, gaat Hummel meteen op weg. Vanaf dat moment neemt Wieland Freund het verhaal over. Hummel ontvoert een prinses of beter, die laat zich door hem ontvoeren. Socrates bedenkt een slim plan, gebaseerd op ridderverhalen uit boeken, waarmee hij probeert te voorspellen hoe het verhaal zal aflopen. Rodrigo gaat tegen wil en dank mee op zoek naar Hummel en ontdekt dat hij een geboren poppenspeler is. Dat talent komt uiteindelijk goed van pas als ze met vereende krachten de melancholische koning aan het lachen moeten brengen en de boze hoftovenaar Rabanus Rochus ontmaskeren.
 
Het onverschrokken personage Hummel lijkt op de jongen uit het sprookje van de gebroeders Grimm, over iemand die erop uittrok om te leren griezelen. Het verhaal heeft wel meer kenmerken van klassieke sprookjes al werkt het die veel verder uit, wat mij betreft soms té ver. Het verhaal staat vol van de nodeloze herhalingen en is soms wel erg uitleggerig, bijvoorbeeld in het volgende fragment:
 
‘Angst heeft alleen iemand die het kwaad in zichzelf kent en het daarom niet opzoekt. Ook daar had Hummel geen benul van. Hij kon zich er gewoon niets bij voorstellen. Dat hij geen angst kende, was daarom geen goede eigenschap, maar een gebrek. Hij had geen flauw idee wat je daaraan kon doen. Hij had wel eens gehoord dat wie geen onderscheid kan maken tussen goed en kwaad, eeuwig een kind blijft.’
 
En zo gaat het nog even door. De verteller is het hele verhaal door ook prominent aanwezig en soms zelfs echt opdringerig met uitingen als ‘zoals je weet’ of ‘en zoals je wel zult begrijpen’. Hij expliciteert ook voortdurend hoe de personages zich voelen.  
 
De personages zijn bovendien echte stereotypen: de door en door slechte tovenaar, de ingoede hofarts, het slimme en doortastende meisje die de pocherige maar goedhartige jongen op zijn plaats zet enzovoort. Die stereotypen worden nog eens extra in de verf gezet in de illustraties, die de slechterik meteen als zodanig afbeelden, maar voor het overige vooral de warme sfeer van het verhaal beklemtonen.
 
Ondanks dit alles blijft dit feel-good-avonturenverhaal je bij. Daar zijn meerdere redenen voor. Eerst en vooral nemen de sympathieke hoofdpersonages je meteen voor zich in. Ook de duidelijke tegenstelling tussen goed en kwaad werkt, je probeert mee met de helden de boze tovenaar en zijn draak te verslaan. De plot kent ook een aantrekkelijke mix tussen spanning en humor. Soms hebben zelfs de aansprekingen van de lezer iets lichtvoetigs. Maar de sterkste kant van dit verhaal is de opbouw. Het kent geen losse eindjes en al steekt het toeval onderweg geregeld een handje toe, de verteller slaagt erin dat aanvaardbaar te maken. Op het einde worden alle verhaaldraden knap verweven tot een heel bevredigend slot met elementen die zowel verrassen als bevestigen.
 
Michael Ende en Wieland Freund, Regina Kehn: Rodrigo de Ruige en Hummel, zijn hulpje, De Fontein, Utrecht 2020, 205 p. ISBN 9789026150678. Vertaling van Rodrigo Raubein und Knirps, sein Knappe door Jeske Nelissen. Distributie VBK België

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 5, MEI 2020

De lus

Martha Heesen

In galop het duister in

Baltasar Porcel

Jaag je ploeg over de botten van de doden

Olga Tokarczuk

Melancholie II

Jon Fosse

Verdwijnpunt

Wytske Versteeg

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 5, MEI 2020

De fantastische vliegwedstrijd

Tjibbe Veldkamp, Sebastiaan Van Doninck (ill.)

De verhuisdieren

Pieter van den Heuvel

Doe die deur dicht

Koen Van Biesen

Dokter Vos

Daan Remmerts de Vries

Waar mijn vrienden wonen

Cláudio Thebas, Violeta Lópiz (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri