Vertaald proza

BOEKEN NR. 3, MAART 2021

Judith Hermann: Lettipark

door Kris Velter

Met Zomerhuis, later schreef Judith Hermann in 1998 een bundel kortverhalen die later de status van een cultboek kreeg. Raymond Carver is het grote voorbeeld van de Duitse en dat weerspiegelt zich treffend in haar stijl: spaarzaam proza waaraan geschaafd wordt tot het puntgaaf is. Hermann werd in Duitsland op een piëdestal gezet en werd ook in het buitenland meteen beschouwd als een nieuwe stem in de Duitstalige literatuur. Dit alles vond de schrijfster intimiderend. Daardoor verscheen pas in 2003 haar tweede verzameling verhalen. Lettipark is inmiddels haar vierde bundel. Hermann schreef ook een roman.
 
Wat meteen opvalt in haar laatste bundel, is dat Hermann haar oorspronkelijke literatuuropvatting niet heeft verlaten. Ze schrijft nog steeds korte zinnen en legt een schaduw van melancholie over haar verhalen. Bloemrijke vergelijkingen en beeldend taalgebruik worden geschuwd. En nog steeds schrijft Hermann over alledaagse gebeurtenissen, maar dat betekent niet dat ze geen belangrijke thema’s aanraakt.  
 
In een groot aantal verhalen zien we mensen samenkomen die elkaar vroeger hebben gekend. De relaties tussen die mensen zijn inmiddels helemaal veranderd. Het verhaal ‘Lettipark’ begint met de zin ‘Wat was Elena een mooi meisje geweest!’ Vele jaren later ontmoet deze Elena een kennis van vroeger in de supermarkt. Elena is niet meer dezelfde. ‘Ze is dik en oud geworden, flegmatiek en traag, hoewel onmisbaar nog altijd Elena […].’ ‘Terugkeer’ begint met de zin: ‘Ricco is zeven jaar weggeweest, en nu is hij terug  en hij wil dat ik naar hem luister.’ Hij spreekt veel, maar luistert niet. Zijn leven lang probeert hij de vroege dood van zijn vader te verwerken. In ‘Solaris' ontmoeten vroegere vriendinnen elkaar, ze zijn ondertussen getrouwd en hebben kinderen. Ze leven thans in compleet verschillende werelden en hebben elkaar niets te zeggen.
 
Het ouder worden komt in enkele verhalen terug. In ‘Gedichten’ gaat de ik-figuur op bezoek bij haar vader. Hij woont in een piepklein appartement dat propvol spullen staat en waarvan de gordijnen steeds zijn gesloten. Het gaat de man niet goed. ‘Hij draagt twee verschillende pantoffels. Hij heeft zich niet geschoren, zijn haar staat recht overeind.’ Lange tijd is hij ziek geweest en verbleef hij in psychiatrische inrichtingen. In ‘Een paar herinneringen’ verhuurt een tweeëntachtig jarige vrouw kamers. Een van de huurders is de jonge Maude, die de oude vrouw soms voorleest uit de boeken die langs alle wanden en in meerdere rijen achter elkaar op de planken van de boekenrekken staan. Maude gaat op reis en vraagt zich af of de oude vrouw zich wel alleen kan behelpen. Ook in ‘Brief’ en vooral ook in ‘Moeder’ komt hetzelfde thema terug.
 
Judith Hermann schrijft geen verhalen waar de lezer vrolijk van wordt. Er wordt gescheiden, iemand sterft, een psycholoog wordt bezocht en wanneer een vrouw op een sollicitatiegesprek zegt dat ze ervaring heeft in de psychiatrie, dan is het niet als arts of verpleegster. Speelt zich een verhaal af op een idyllisch eiland, dan eindigt het in chaos. Gaat men op reis, dan gaat men naar het troosteloze Odessa. Tristesse, weemoed en ellende: de menselijke existentie in al haar troosteloosheid. Maar nog altijd gevat in die typische stijl waarbij haast achteloos wordt neergeschreven, waar steeds de juiste toon wordt gevonden en waar altijd wordt nagedacht over het juiste woord op de juiste plaats. Daarbij is Judith Hermann nooit moralist, maar buitenstaander, nooit emotioneel betrokken, maar observator. Ze geeft de lezer een aanzet, geen pasklare oplossing. De verhalen zijn nooit gesloten en vragen van de lezer fantasie en intelligentie. Daarom zijn de verhalen vergelijkbaar met vroeger werk, met die uitzondering dat ze merkbaar korter zijn. Dat geldt ook voor de stijl en zo gaat de vergelijking met Raymond Carver nog altijd op: alledaagse situaties, gebeitelde zinnen. Misschien zal Judith Hermann het niveau van haar sublieme debuut nooit meer evenaren, maar de verhalen in Lettipark blijven van een zeldzame schoonheid.
 
Judith Hermann: Lettipark, Vleugels, Bleiswijk 2021, 164 p. Vertaling van Lettipark door Maarten Elzinga. ISBN 9789493186262     

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 4, APRIL 2021

BOEM Paukeslag / Besmette stad

Matthijs de Ridder

De schuilplek

Egon Hostovsky

Een waarschijnlijk toeval

Max Greyson

Shuggie Bain

Douglas Stuart

Vaarwel. Achtergelaten gedichten

Lucebert, Graa Boomsma (sam.)

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 4, APRIL 2021

De nieuwe jongen

David Almond, Marta Altés (ill)

Een mama is als een huis

Aurore Petit

Het hart van het meisje

Siska Goeminne, Tim Van den Abeele (ill.)

Hier zijn draken

Yorick Goldewijk, Yvonne Lacet (ill.)

Zoeken naar Esther B. en het voorval met Benito

Do van Ranst

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri