Poëzie

BOEKEN NR. 4, APRIL 2021

Matthijs de Ridder: BOEM Paukeslag / Besmette stad

door Manu van der Aa

Bezette stad 100  

Het minste wat men kan zeggen is dat de honderdste verjaardag van de publicatie van Paul van Ostaijens baanbrekende dichtbundel Bezette stad niet onopgemerkt voorbij is gegaan. Het grote nieuws was natuurlijk de aankoop van het manuscript van de iconische bundel door de Vlaamse Gemeenschap voor de nette som van 725.000 euro. Nog tot 27 juni kan iedereen de literaire schat gaan bewonderen op de expo rond Bezette stad in het Letterenhuis te Antwerpen, of online bekijken. Bijna tegelijk doken er ook originele tekeningen voor de bundel van Oscar Jespers op, waarrond boekhandel De Slegte in Antwerpen een kleine tentoonstelling opzette (tot 10 april). En het Poëziecentrum geeft het kleinood Marc, een interpretatie van ‘Marc groet ’s morgens de dingen’ door Paul Verrept opnieuw uit. Uiteraard kon Matthijs de Ridder, die momenteel de laatste hand legt aan de biografie van Paul van Ostaijen, niet op het appel ontbreken.
 
Jan de Jong typeerde De Ridders BOEM Paukeslag. Op strooptocht door Paul Van Ostaijens Bezette stad op Tzum literair weblog heel juist als ‘de biografie van een dichtbundel’. De auteur zelf noemt het ‘een strooptocht’. Hij gaat in ieder geval heel meticuleus te werk en leest de tekst zo close als maar kan. Maar anders dan de New Critics in de jaren 1920 en hun Nederlandse navolgers rond het tijdschrift Merlyn in de jaren 1960, kijkt de hedendaagse close reader wel verder dan zijn neus lang is. De Ridder gaat niet alleen op zoek naar de tekstimmanente betekenis van woorden, maar vooral ook naar de werkelijkheid buiten de tekst die voor vele gewone en zelfs ervaren lezers van vandaag grotendeels onbekend is. Deze zoektocht naar historische en biografische referenties levert interessante resultaten op en leidt zelfs tot enkele hypotheses over Paul van Ostaijens bedoelingen met deze bundel. Van dat laatste zou een Merlynist als A.L. Sötemann gegruwd hebben, want zo stelde hij: ‘wat de auteur gewild heeft, regardeert ons niet’. Terwijl dat net het enige is wat vele, zoniet de meeste lezers interesseert. En schrijvers willen doorgaans ook begrepen worden.
 
Van Ostaijen heeft wel goed zijn best gedaan om zijn bedoelingen te maskeren, niet alleen door de unieke, maar bevreemdende vormgeving, de ‘ritmiese typografie’, maar ook door zijn tekst vol verwijzingen naar in zijn tijd populaire liedjes en films te stoppen. Niet iedereen echter kwam zo vaak in de Music Hall als Van Ostaijen en niet iedereen had ‘veel films gezien’, zodat zijn tijdgenoten vaak geen touw konden vastknopen aan zijn Bezette stad. Natuurlijk valt de bundel ook te genieten zonder dat men elk woord begrijpt, maar het voegt er wel een dimensie aan toe, toont aan hoe rijk de tekst is en, vooral, dat het allemaal wel degelijk iets betekent. De Ridder heeft zijn best gedaan om zo goed als alle verwijzingen te duiden. Hij kon daarbij gebruik maken van eerder onderzoek, maar dankzij internet (en een netwerk van informanten) heeft hij op korte tijd veel meer kunnen doen, dan erudiete voorlopers als Gerrit Borgers en Robert Snoeck met hun analoog bronnenonderzoek ooit konden bereiken.
 
Natuurlijk blijft ook zo’n close reading 2.0 een interpretatie en als lezer hoef je het niet altijd eens te zijn met De Ridders bevindingen. Zo betwijfel ik bijvoorbeeld dat Van Ostaijen Théophile Steinlen ‘ter verantwoording’ roept omdat hij ‘sfeervolle prostitutiescènes’ zou getekend hebben. Steinlen stond immers bekend om zijn grote sociale betrokkenheid en net zijn tekeningen die hij van en tijdens de Eerste Wereldoorlog maakte, getuigen daarvan. Voorts zou ik niet Berlijn, maar eerder Parijs in 1920 de titel van ‘hoofdstad van de internationale avant-garde’ gunnen, maar dat is muggenziften. Matthijs de Ridder verdient alle lof voor deze lucratieve en bovendien bijzonder leesbare literaire strooptocht. Dat belooft voor de biografie!

Tegelijk met BOEM Paukeslag verscheen Besmette stad, een bundel in A4-formaat, waarin 65 kunstenaars ‘antwoorden’ op Bezette stad, met bijhorende website. Bekende schrijvers als Ilja Leonard Pfeijffer, Jeroen Olyslaegers, Maud Vanhauwaert en Koen Peeters, figureren er naast beeldende kunstenaars als Koen Broucke, Kati Heck, Wide Vercnocke en de betreurde Ward Zwart, aan wie het boek is opgedragen. De bijdragen zijn erg verscheiden zowel qua vorm – variaties op Van Ostaijens avontuurlijke typografie lagen voor de hand – als qua inhoud. Vast staat dat de Matthijs de Ridder van 2121 een vette kluif zal hebben aan het duiden van hedendaagse fenomenen als Tik Tok, Corona, Netflix, 5G en de slogan ‘Blijf in uw kot!’.

Matthijs de Ridder: BOEM Paukeslag. Een strooptocht door Paul van Ostaijens Bezette stad. Pelckmans, Kalmthout 2021, 324 p. ill. ISBN 9789463105927
 
Matthijs de Ridder, Willem Bongers-Dek (sam.): Besmette Stad. Vijfenzestig kunstenaars antwoorden op Bezette stad van Paul van Ostaijen. Pelckmans, Kalmthout 2021, 256 p. :ill. ISBN 9789463105910


deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 4, APRIL 2021

BOEM Paukeslag / Besmette stad

Matthijs de Ridder

De schuilplek

Egon Hostovsky

Een waarschijnlijk toeval

Max Greyson

Shuggie Bain

Douglas Stuart

Vaarwel. Achtergelaten gedichten

Lucebert, Graa Boomsma (sam.)

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 4, APRIL 2021

De nieuwe jongen

David Almond, Marta Altés (ill)

Een mama is als een huis

Aurore Petit

Het hart van het meisje

Siska Goeminne, Tim Van den Abeele (ill.)

Hier zijn draken

Yorick Goldewijk, Yvonne Lacet (ill.)

Zoeken naar Esther B. en het voorval met Benito

Do van Ranst

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri