Vanaf negen jaar

JEUGDBOEKEN NR. 7, DECEMBER 2015

Jan Paul Schutten, Floor Rieder (ill.): Het wonder van jou en je biljoenen bewoners

door Frauke Pauwels

 Stel: je schrijft een boek dat zo bejubeld en bekroond is als Het raadsel van alles wat leeft (en de stinksokken van Jos Grootjes uit Driel). Kan je dan je angst naast je neerleggen om het minder goed te doen en al je talent in de schaal leggen om aan een opvolger te werken?
Ja, dat kan. In het pas verschenen Het wonder van jou en je biljoenen bewoners rijgt Jan Paul Schutten opnieuw denkoefeningen, vragen, vergelijkingen, historische verhalen, wetenschappelijke onderzoeken en feiten aan mekaar, en kruidt Floor Rieder die tekst met illustraties in diverse vormen en soorten. Vormelijk en inhoudelijk is het boek op dezelfde leest geschoeid als het vorige. Elk hoofdstuk opent met een, ditmaal niet zeshoekig, maar cirkelvormig, ‘embleem’, en is gebouwd op een ketting van vragen, waarbij de tekst is doorspekt met talrijke illustraties.  
Floor Rieder tekende opnieuw voor een cover met een wirwar van figuren, in dit geval aders, hart, hersenen, longen, bekkenbodem en tal van andere ingewanden, cellen en ander lichamelijks… Het is een zoekplaat op zich, en de vormen lenen zich geweldig goed voor de stijl die Rieders eerdere werk zo typeerde. Ook binnenin zet ze cellen, ingewanden en aders om in patronen die vormelijk erg overtuigend zijn. <br /> 
Ook Schutten is opnieuw in goede doen. Het moet een huzarenstukje zijn geweest. Want waar begin je? Bij het puntje van je neus? Bij de kleine teen? Schutten maakt deze bedenking op p. 33 ook zelf – na ‘de race van je leven’, over de conceptie, een ‘spoedcursusje scheikunde en biologie’ en een tocht door de cellen mét aanval van virussen. Dat ‘alles met alles te maken heeft’, heeft hij tegen dan dus al ruimschoots bewezen, en de beslissing ‘Weet je wat? We beginnen gewoon overal’ lijkt op dat punt niet meer dan logisch.
 
Die samenhang binnen het menselijke lichaam is een gegeven dat Schutten onvermijdelijk wel eens in de weg moet hebben gezeten, en (het gebrek aan) gekozen structuur zou een punt van kritiek kunnen vormen. Waar Het raadsel van alles wat leeft toeliet om een min of meer chronologische lijn te volgen, is een dergelijke voor de hand liggende structuur hier veel minder aanwezig. Vaak worden informatieve jeugdboeken over het lichaam opgehangen aan de zintuigen, maar dan ga je natuurlijk al snel voorbij aan dieperliggende structuren en samenwerkingen. De keuze van Schutten getuigt van zijn sterke vertelkunst: op geregelde momenten last hij ‘motoren’ in die de vertelling voortstuwen, zoals wanneer hij de lezer als denkoefening in een cel laat kruipen en die belaagt met een aanval van virussen, of wanneer hij met de setting ‘Het is middernacht op een donker kerkhof’ ruimte schept voor een verhaal over gestolen lijken en het anatomische onderzoek van Vesalius.

Zijn vertelstijl is onmiskenbaar dezelfde: dezelfde vertrouwelijke verteltoon, met veel beeldspraak en uitstappen naar een bekende belevingswereld. Toch verbergen de titels een verschuiving in houding: waar Het raadsel van alle dingen vanuit sterke verwondering sprak en onderzoekend op weg ging naar antwoorden op vragen, spreekt Het wonder van jou veel meer vanuit bewondering over schijnbaar vaststaande feiten. Het lijkt alsof hij – onder druk van het veld? – op een wat jonger doelpubliek heeft gemikt, en daarvoor nu en dan te nadrukkelijk door de knieën is gegaan. Enkele keren glipt er zelfs een ergerlijk toontje in dat de kloof tussen ‘wij’, de eenvoudige lezers, en ‘zij’, de elitaire wetenschappers ontoelaatbaar vergroot. Door op te merken dat wetenschappers ‘zo nodig voor alles een moeilijk woord gebruiken’ laat Schutten kansen liggen en schept hij zelfs een foutief beeld. Al geeft hij in het dankwoord toe ‘ook maar een eenvoudige kinderboekenschrijver’ te zijn - opnieuw bedenkelijke beeldvorming - en gesteund te hebben op de hulp van velen, zulke opmerkingen zijn in een boek dat wetenschap net dichter bij kinderen moet brengen, moeilijk te tolereren. En kan een ironische opmerking als ‘Kijk aan zulke wetenschappers heb je nog eens wat’, bij het onderzoek van Unger naar het knakken van vingers, door een minder ervaren lezerspubliek juist geplaatst worden?
 
Gelukkig weegt deze houding niet de hele tijd door, en eindigt Schutten met een opmerking die ruimte schept voor een toekomst waarin probleemoplossend denken een belangrijke rol kan spelen: 
 
‘Misschien krijgen mensen die denken dat we niet meer door ziekte of ouderdom dood hoeven te gaan, dus inderdaad gelijk. Alleen… waar laten we al die mensen? We zijn nu al met 7,3 miljard mensen op aarde! Dat wordt nog een behoorlijke dobber in de toekomst. Maar als we niet meer doodgaan, hebben we in elk geval genoeg tijd om daar een oplossing voor te bedenken…’
 
Dat hij met deze slotbedenking ook een ethische discussie opent, lijkt niet toevallig. Ook in Het raadsel van alles wat leeft maakte Schutten plaats voor de verhouding tussen wetenschap en religie. Bovendien trekt die bedenking de discussie wat open. In de rest van Het wonder van jou is de toon immers sterk deterministisch. Een tussentitel als ‘waarom je niets zelf kunt bepalen’ wordt immers maar beperkt tegengesproken in ‘waarom je toch slimmer kunt zijn dan je brein’ met ‘Zo wint je mensenbrein het van je reptielenbrein.’ De enkele keren waar Schutten de grenzen met psychologie aftast, lijkt de medische of neurologische wetenschap te overwinnen en krijgen hippocampus, hypothalamus, activiteit van de hersenen en chemische stoffen de absolute hoofdrol in ons denken en handelen. De ambitie om een omvattend boek te schrijven over het menselijke lichaam is uiteraard niet gering, en de beperkte aandacht voor deze vragen is wellicht ook ingegeven door de gekozen focus en beschikbare ruimte.
 
Net als in Het raadsel van alles wat leeft bieden de illustraties van Floor Rieder flink wat tegenwerk door kritische prikjes of humoristische toevoegingen – al werken ze op de eerste plaats ook méé. Floor Rieder verstaat als geen ander de kunst om met respect voor de werkelijkheid grafisch sterke figuren te creëren, en biedt zo een verfrissende aanpak van het anatomisch tekenen. Daarbij spelen vooral de lijnvoering en het kleurgebruik een belangrijke rol. De humor uit haar illustraties komt wat minder tot zijn recht dan in Het raadsel van alles wat leeft – al is humor uiteraard een erg subjectieve zaak. Ook hier combineert Rieder registers en koppelt ze taalspel aan visuele weergaves: zoals in de tekening waarin ze slaapfasen en uren slaap voorstelt op een x- en y-as en op de pieken, afgebeeld als bergspitsen, een skiër plaatst die uitroept ‘waar is m’n rem-slaap?’. Leuk is ook het intervisuele spel met Het raadsel. Zo komt Jos Grootjes niet meer voor in de tekst, maar krijgt hij op verschillende plaatsen een plek in de illustraties, rust op het kerkhof nog steeds hetzelfde pantoffeldiertje en bevat ‘de paniekkrant’ over het lymfestelstel een advertentie met verwijzing naar beide boeken onder de slogan ‘word nog slimmer’. Rieder is op haar best in de ‘priegeltekeningen’ waarin allerlei elementen worden samengebracht, als in rariteitenkabinetten, apothekerskasten… Knap hoe zij binnen een volgehouden stijl opnieuw weet te verrassen.
 
Terugbladerend en –lezend geraak ik steeds meer overtuigd van het ontzettende vakmanschap van schrijver en illustrator. Fans van Het raadsel van alles wat leeft weten wat op de boekenlijst gezet – en Het wonder van jou en je biljoenen bewoners heeft alles in zich om een nieuwe en brede schare lezers te bereiken. Met een parafrase op de uitspraak ‘Want geboren worden is al knap, maar in leven blijven is nog veel knapper’ kunnen we stellen: ‘Want een eerste vernieuwend informatief boek maken is al knap, maar een geslaagde opvolger uitbrengen is nog veel knapper’.

Haarlem : Gottmer 2015, 160 p. : ill. ISBN 9789025752026 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 9, OKTOBER 2017

Couperus in de Oriënt

José Buschman

De buurjongen

Jan Siebelink

Het verkoolde alfabet

Paul de Wispelaere

The night

Rodrigo Blanco Calderón

Werk werk werk

Christophe Van Gerrewey

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 9, OKTOBER 2017

Een nacht op het strand

Elena Ferrante, Mara Cerri (ill.)

Het bos slaapt

Rébecca Dautremer

Optimisme is dodelijk

Susin Nielsen

naar overzicht


‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri