Poëzie

BOEKEN NR. 10, SEPTEMBER 2016

Roland Jooris: Bladgrond

door Dirk De Geest

Roland Jooris hoeft al lang geen introductie meer. Hij geldt als een van de belangrijke dichters in de Vlaamse literatuur. Daarbij is vooral bekend hoe hij evolueerde van een zogenaamde beschrijvende, nieuw-realistische poëzie naar een veel meer taalgerichte en gecondenseerde vorm van schrijven. Bij die evolutie speelde zijn grote vertrouwdheid met het werk van allerlei beeldende kunstenaar (in de eerste plaats vanzelfsprekend Roger Raveel, die hij tientallen jaren lang poëtisch en essayistisch begeleidde) een doorslaggevende rol. Voor wie dat allemaal alsnog moet ‘inhalen’, verscheen in 2014 een voortreffelijke bloemlezing uit zijn werk, Sculpturen, bij het Gentse Poëziecentrum.  
Jooris’ nieuwste bundel is niet zozeer vernieuwend als wel een voortzetting van dat intense programma. Bladgrond bevat opnieuw een aantal indringende gedichten, waarin met behulp van spaarzame woorden, korte regels en vooral veel wit een universum vol betekenis wordt opgeroepen. Jooris manifesteert zich daarbij tegelijk als waarnemer en als denker. De meeste gedichten vertrekken nog steeds van de werkelijkheid, maar het gaat dan vooral om details. Zowel beelden (en beeldend werk) als geluiden (en muziek) vormen zo een aanvang. Die elementen staan echter niet meer op zich maar vormen slechts een bescheiden schakel in wat vervolgens tot complexe denkprocessen leidt. In die zin is het opmerkelijk dat deze bundel weinig adjectieven overlaat, laat staan concrete beschrijvingen. In plaats daarvan komen bijwoorden (die een kwaliteit als het ware verzelfstandigen) en vooral werkwoorden: handelingen en bewegingen.
 
Op die manier tracht de dichter als het ware de grondtrekken van het artistieke proces, zoals hij dat tenminste ziet, bloot te leggen. Vanaf het eerste vers wordt dat proces gearticuleerd als tegelijk een verschijnen en een zich terugtrekken, een levend maken en een leven onttrekken. De materie is levend, onttrekt zich aan de absolute controle van de maker maar tegelijk suggereert ze vormen en betekenissen, biedt ze zich aan. De kunstenaar is degene die dat ondergaat en stuurt, maar die zich uiteindelijk moet overgeven aan het onvolmaakte. Iedere afwerking, ieder einde wordt gekenmerkt door voorlopigheid. Het zijn thema’s die de lezers van Jooris poëzie allicht vertrouwd in de oren klinken, maar die hier alweer op een bijzonder intense wijze worden verwoord, met tal van beklijvende zinnen.
 
Toch valt op hoe, weliswaar zijdelings, de dichter niet enkel het artistieke proces belichaamt op een relatief abstract-filosofische wijze, maar ook concreet alludeert op de actualiteit. Heel wat verzen laten zich lezen in het licht van de ouderdom en het besef van het nakende verdwijnen. Op andere plaatsen duikt dan weer de beeldspraak op van dreiging en  oorlog. Tegenover die negatieve ervaringen staan echter de hoop en het vertrouwen. Het artistieke werk heeft zin. Sterker nog, het verandert ook fundamenteel de manier waarop mensen naar de ‘gewone’ wereld kijken; in die zin ontstaat soms op het eind van het gedicht een gevoel van omvattende rust, een haast mystieke ervaring van vervulling. Dit is belangrijke poëzie, hoopvolle poëzie: filosofisch-denkend en diepgaand, maar ook door en door existentieel.
 
Amsterdam : Querido 2016, 61 p. ISBN 9789021403533 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies



‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri