Vanaf negen jaar

JEUGDBOEKEN NR. 1, JANUARI 2017

Imme Dros, Margriet Heymans (ill.): Annetje Lie in het holst van de nacht

door Frauke Pauwels

 10+ - Bijna dertig jaar na verschijning kwam er een nieuwe druk van Annetje Lie in het holst van de nacht, het bekroonde boek van Imme Dros en Margriet Heymans — de vorige druk was alweer ruim vijftien jaar geleden. In 2013 verzuchtte Bregje Boonstra nog wat ‘een treurig gemis’ het was dat het boek niet in papieren vorm verkrijgbaar was: ‘Je gaat kinderen nu eenmaal niet zitten voorlezen uit de Digitale Bibliotheek der Nederlandse Letteren.’ (‘Literatuur zonder leeftijd’ 91, p. 115). Met die schijnbaar terloopse opmerking plaatst ze het boek op een plek waar het vaak is weggehouden: daar waar aan kinderen wordt voorgelezen, of waar zij zelf aan het lezen gaan.
 
Annetje Lie in het holst van de nacht is op het eerste gezicht nochtans onmiskenbaar een kinderboek. Het meisje Annetje Lie wordt voor onbepaalde tijd bij haar oma ondergebracht. Dat maakt haar erg onzeker, en die angst vindt zijn weg naar haar dromen, waarin de Maan en de Muizenkoning steevast opduiken, aangevuld met een resem andere fantasiefiguren, zoals de vreselijke Jurkenvrouw.
 
Ondanks dat kindperspectief en de herkenbare ervaringen werd dit boek de inzet van de strijd tussen ‘literatuurmensen’ en ‘kindmensen’. Staat bij de eerste groep de literaire waarde van het (jeugd)boek voorop, dan hamert de tweede op het leesplezier. Van bij het verschijnen werd het boek in de armen gesloten om zijn literaire waarde — en terecht. Een ‘magistrale verbeelding van het grensgebied van fantasie en werkelijkheid’, noemt Harry Bekkering het (‘Literatuur zonder leeftijd’ 18, p. 25). De manier waarop Imme Dros liedjes, uitdrukkingen, volksverhalen, zintuiglijke ervaringen en emoties met elkaar verweeft, is onnavolgbaar. Vaak wordt in analyses verwezen naar de gelijkenissen met Alice in Wonderland, waarin taalspel en absurde humor evenmin vrijblijvend worden ingezet, maar diepere betekenislagen aansnijden. Kennelijk zijn die voor vele volwassen lezers herkenbaar als ingrijpende ervaringen uit hun eigen kindertijd, reden om er eigentijdse kinderen van te willen vrijwaren. Imme Dros zelf verwoordt die relatie tussen vorm en mogelijke betekenis treffend in een interview (NRC-Handelsblad 15-4-1988, geciteerd door Harry Bekkering):  
 
‘Iedereen kent dat verschijnsel: een zin, die je als kind bijvoorbeeld opvangt in de kerk, zoals ‘ontfermufrons’, zo'n onbegrijpelijke klonterzin, geef je zelf een betekenis, totdat je jaren later je ineens realiseert wat hij werkelijk betekent.’ <br /> 
Naar mijn gevoel maakt net dat de kracht uit van dit boek. Als een elastiekje beweegt de grens tussen werkelijkheid en fantasie heen en weer, op zo’n manier dat de tekst opgeslagen ervaringen en herinneringen bij de volwassen lezer activeert. Denk bijvoorbeeld aan de eindeloze ruzies tussen de Maan en de Muizenkoning over zaken als de windstreken, ingeleid door de uitdrukking ‘iemand buiten westen slaan’. Tegelijk echter bevat het verhaal voldoende aanknopingspunten om de situatie achter die ervaringen bloot te leggen: ‘Niet doen, niet doen,’ huilt Annetje Lie, ‘waarom maken jullie altijd ruzie? Altijd maken jullie ruzie en ik begrijp niet eens waarover het gaat.’  
 
Vanuit zijn of haar kennis van de wereld weet de ervaren lezer dat er spanningen zijn in de relatie van de vader en de moeder. Maar hij of zij weet niet alles - of de reden waarom de vader zijn kind naar de oma brengt en de moeder tot het einde van het verhaal buiten beeld blijft ‘slechts’ een scheiding is, of de moeder werd opgenomen in psychiatrie, of de ouders niet opvoedingsbekwaam zijn bevonden… En niet weten maakt bang, zoals Annetje Lie als personage en als boek aangeeft. Voor een kind net zo goed als voor een volwassene.
 
Hoe verhoudt deze titel zich dan tot het hedendaagse kinderboek? Gaan kindgerichte lezers nog net zo steigeren als toen? Er is vandaag veel aandacht voor de rijke gevoelswereld van kinderen en de mate waarin ook zij blootgesteld zijn aan tal van prikkels. In dat opzicht is Annetje Lie in het holst van de nacht een accurate weergave van de manier waarop werkelijkheid en de verbeelding van die werkelijkheid door mekaar heen lopen en ook kinderen eindeloos veel prikkels opvangen - die ze niet altijd kunnen duiden. Maar moet - en kan - het kind er daarom ook van weggehouden worden? Aan prikkels lijkt steeds minder te ontkomen.
 
Toen Annetje Lie voor het eerst verscheen, stond jeugdliteratuur middenin een emancipatieproces: na een periode van verhoogde aandacht voor een maatschappijkritische inhoud, verschoof de aandacht weer naar de vorm. Vandaag lijkt het evenwicht tussen beide weer wat hersteld, al valt er toch een tendens naar maatschappijkritiek en aandacht voor het kind te onderscheiden. Denk aan Van de Vendels oproep tot engagement tijdens zijn Annie M.G. Schmidtlezing in 2006 of aan zijn laudatio bij de bekroning van Anna Woltz, die net zo goed prijzen van volwassen vakjury’s als van jongerenjury’s ontving. Nog in 2012, toen de Woutertje Pieterse Prijs zijn poëtica opnieuw in de verf zette met de benoeming van vijf ‘roverhoofdmannen’ (waaronder dus Annetje Lie in het holst van de nacht) schreef recensent Thomas de Veen (‘Woutertje wordt kindvriendelijker’ in ‘NRC Handelsblad’, 24-2-2012):
 
‘Eerst ging het om de kunst, niet om het kind. Zie Annetje Lie in het holst van de nacht van Imme Dros, de eerste Woutertje Pieterse-winnaar (1988). […] het kinderboekige lijkt vooral een instrument om dat wat niet-kinderboekig is naar de voorgrond te duwen. Namelijk: taal die knipoogt naar postmoderne literatuurtheorie en die soms zozeer aan waanzin grenst dat Foucault er zijn vingers bij af zou likken.’  
 
In Een land van waan en wijs. Geschiedenis van de Nederlandse jeugdliteratuur (2014) verwoorden Rita Ghesquière, Vanessa Joosen en Helma Van Lierop-Debrauwer de spanning als volgt:  
 
‘Grootbrengen door kleinhouden’ concurreert nog steeds met het geloof dat ook kinderen kunnen leren én genieten van een creatief literair boek.’
 
Dat dit boek jonge lezers uitdaagt, klopt natuurlijk. Het boek bestaat hoofdzakelijk uit dialogen, die vrijwel eindeloos doorgaan en van associatie naar associatie worden uitgesponnen. Wat in het echte leven van Annetje Lie gebeurt, moet afgeleid worden uit de schaarse raakpunten tussen de dromen en de echte wereld, zoals het bezoek van de dokter of de tussenkomsten van oma. De prenten van Margriet Heymans vormen daarin al evenmin een leidraad. Zo zie je Annetje Lie op de bank in de woonkamer, waar de dokterstas op de tafel staat, pratend tegen een muis - weliswaar getekend met jurk, rechtopstaand en bijna net zo groot als Annetje Lie.  
 
Meer dan strepen heeft Heymans niet nodig om sterke prenten neer te zetten: horizontaal, verticaal, schuin, gearceerd scheppen ze trefzeker personages en decor. Knap is de vormgeving, waarbij deze prenten blad na blad doorlopen in een strak afgelijnde band bovenaan de pagina, net iets breder dan het tekstblok. Als er al zaken zijn die het kinderen van vandaag moeilijker maken dan kinderen van weleer, dan is het misschien de vervreemding van folklore en volksliedjes. Minder dan vroeger worden die overgedragen en zullen kinderen die oppikken van een neuriënde of zingende (groot)ouder.  
 
Reden te meer om een boek als dit te koesteren. Want laat één ding zeker zijn: met alle aandacht van critici en literatuurwetenschappers, de opname in de literatuurgeschiedenis en de blijvende beschikbaarheid draagt Annetje Lie in het holst van de nacht alle kenmerken van een klassieker. Volkomen terecht — en ontneemt u het kind vooral niet het recht om zélf te oordelen of dit spek is voor zijn bek.

Amsterdam : Querido 2016, 118 p. : ill. ISBN 9789045119526. Distributie: WPG Uitgevers 

deze pagina printen of opslaan



‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri