Vertaald proza

BOEKEN NR. 7, JULI 2017

Diego Zuñiga: Camanchaca

door Hugo Van Hoecke

In de plaatselijke volksmond wordt de benaming camanchaca gebruikt om de karakteristieke dikke nevel aan te duiden die bij valavond neerdaalt over de kustwoestijn van Tarapacá, de grensstreek tussen Chili en Peru.

In de gelijknamige roman van deze opkomende Chileen wordt amper een keer naar dit verschijnsel verwezen, maar eigenlijk legt het ganse boek een toedekkend en beklemmend mistgordijn over de hachelijkegezinsrelaties die er de substantie van uitmaken: die tussen vader en zoon, moeder en vader, moeder en zoon.

In zijn hoedanigheid van verteller schetst de zoon van bij aanvang de contouren: hij is twintig, zijn ouders scheidden toen hij vier was, vader woont in Iquique bij zijn nieuwe vrouw, en hijzelf bij zijn moeder in de hoofdstad Santiago. Geen overdadige poespas aan woorden of beschrijvingen, geen lyrische uitweidingen, maar de botte feiten, flarden uit heden en verleden, sec en van alle franje ontdaan.

Het hele verhaal lang wordt dit soort staccato ritme aangehouden, in een strakke opeenvolging van mini-hoofdstukjes die elk met veel moeite een volledige bladzijde beslaan en die veel weg hebben van snapshots, momentopnames uit het leven van de ietwat simpele jongeman die hem bijbleven en onverminderd blijven nazinderen.

Ook nu nog, nu hij met zijn vader de eindeloos lange reis maakt van Santiago waar zijn vader hem ophaalde naar Tacna in buurland Peru, een autotrip van ruim 1.500 km., omdat daar een tandarts zou zetelen die het kaduke gebit van de jongeman onderhanden kan nemen.

Een ultieme kans zou je denken om met zijn vader in het reine te komen, of althans een zinnig gesprek aan te gaan. Maar de man blijkt een narcistisch onbenul te zijn, volkomen verstoken van enig vadergevoel. Onderweg wordt er halte gemaakt in Iquique, waar grootvader achterbleef in de vroegere gezinswoonst, nu omgevormd tot pension. Die ontpopt zich dan weer als een onversneden Bijbelfanaat.

De speelkameraadjes uit zijn kindertijd ? Een lege doos herinneringen. Je zou denken: thuis in Santiago heeft de jongeman nog zijn moeder. Maar die heeft hem bitter weinig te bieden, haar relatie met hem getuigt van een verbijsterende oppervlakkigheid. De Tarapacá-woestijn die de zoon met zijn vader doorkruist is zodoende ook zijn woestijn.

Maar er is meer. Het hortend relaas van de jongeman in kwestie, legt niet enkel de verlatenheid bloot die zijn deel is, maar ook zijn onvermogen om daar tegen in te gaan. Hij blijkt, in andere woorden, door het afhaken van zijn ouders dermate ontregeld te zijn, dat hem alle energie ontbreekt om alvast pogingen te ondernemen om het tij te keren. Hij werpt zich tegenover hen niet op als vragende partij, hij constateert alleen maar. Of hoe het ontbreken van betrokkenheid leidt tot een krachteloos bestaan.

Dat blijkt uiteindelijk het verhaal van velen te zijn. Want tegen 140 per uur rijdt zijn vader terug naar huis, en, besluit de jongeman : 'Ik sluit mijn ogen. En zie ze op de snelweg, daar, uitgestrekt op de snelweg. De lichamen. Kinderen en ouderen. Midden op de snelweg.'  Zuñiga’s levert met deze korte maar aangrijpende roman een debuut af dat even doet slikken.

Diego Zuñiga: Camanchaca, Karaat Amsterdam, 2017,139 p. ISBN 9789079770335. Vertaling van Camanchaca uit het Spaans door Merijn Verhulst.

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 10, NOVEMBER 2017

Antigone in Molenbeek

Stefan Hertmans

De vrouw met het rode haar

Orhan Pamuk

Een zachte hand

Leïla Slimani

Hotel Moederland

Yusuf Atılgan

Zuivering

Tom Lanoye

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 10, NOVEMBER 2017

Brobot

James Foley

Helemaal aan de rand van mij, ben jij

Agnès de Lestrade, Valeria Docampo (ill.)

Twintig parels

Ed Franck, Martijn Van der Linden (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri