Poëzie

BOEKEN NR. 4, APRIL 2019

Galina Rymboe : Tijd van de aarde

door Laurent De Maertelaer

Het vrije veld van interpretaties of de utopische terugkeer van de taal
 
De uitgeverij van Stichting Perdu richt zich al jaren op het vertalen en publiceren van hedendaagse experimentele poëzie in het Nederlands.  Met dat doel voor ogen riep de organisatie, die overigens nagenoeg volledig op vrijwilligers draait, een nieuwe reeks tot leven: de zogeheten ‘Sporenreeks’. Met Tijd van de aarde van Galina Rymboe (1990) is het zevende deel van deze mooie serie een absolute hoogvlieger. In een bezwerende taal roept Rymboe — dé rijzende ster aan het Russische en internationale poëziefirmament — de postapocalyptische werelden van de ingestorte Sovjet-Unie en het huidige Rusland op.  
 
De publicatie van Tijd van de aarde ging niet van een leien dakje. Halverwege het productieproces bleek een rond bedrag van tweeduizend euro te ontbreken om de bundel effectief te kunnen uitgeven. Eind vorig jaar lanceerde Perdu dan maar een crowdfundingproject, een in de sector weinig courante maar broodnodige  geldinzamelingsactie. Met succes, want nauwelijks een maand later maakten 58 donateurs (waaronder ondergetekende) de uitgave van Tijd van de aarde mogelijk. Op 1 maart 2019 werd de fraai vormgegeven bundel in Amsterdam voorgesteld tijdens het evenement Am I lovely? Of course! Op deze wervelende poëzieavond droegen Vera Pavlova, Maria Stepanova en Galina Rymboe — drie vrouwelijke dichters uit verschillende generaties — voor uit hun werk en gingen in gesprek over de manieren waarop ze in verzet komen tegen stereotypen, taboes en verwachtingen rond gender, het vrouwelijk lichaam en seksualiteit in het Rusland van vandaag. Frank Keizer, dichter en redacteur van de ‘Sporenreeks’, overhandigde Rymboe toen het eerste exemplaar van Tijd van de aarde en noemde in één adem haar poëzie ‘life-changing’.
 
Rymboe is in Rusland een belangrijke culturele speler, op dit moment misschien wel de meest prominente stem van haar generatie. Ze is dichter, literair criticus, docente, curator, activiste en filosofe. Haar onderzoeksinteresses zijn: de filosofie van ruimte en tijd, utopieën, moderne poëzie, seksualiteit en gendertheorie. Ze is geboren op 20 juli 1990 in de West-Siberische stad Omsk. Haar vader is een arbeider, haar moeder staat in het onderwijs. In Omsk studeerde ze filologie en theologie, in Sint-Petersburg sociale en politieke filosofie. Ze studeerde tevens af aan het befaamde Gorki-instituut voor Literatuur in Moskou.  

Rymboe publiceert (poëzie, essays, kritieken) in talrijke tijdschriften en online op invloedrijke platforms als Colta, Milk & Honey en Séance. In 2014 verscheen een eerste bundel Peredvizjnoje prostranstvo perevorota (vrij vertaald: ‘De mobiele ruimte van de revolutie’) bij de uitgeverij ARGO-RISK van sleutelfiguur Dmitri Koezmin, en haar chapbook White bread (2016) is nog steeds verkrijgbaar bij After Hours, New York. In 2018 kwam in de boekenserie van het Oekraïense tijdschrift KNTXT (‘Context’) een nieuwe bundel uit onder de titel Vremja zemli (Tijd van de aarde), de bundel die nu voorligt. Ook in 2018, verscheen de verzameling Zjizn v prostranstve (‘Een leven in ruimte’), uitgegeven in Moskou door de gerenommeerde uitgeverij NLO (vrij vertaald: ‘Nieuw Literair Overzicht’).  
 
Als linkse activiste mengt Rymboe zich geregeld in het publieke debat. Ze neemt wereldwijd deel aan conferenties, organiseert seminars over feministische literatuur en is curator van de poëzieprijs voor jonge dichters genoemd naar Arkadi Dragomosjtsjenko (1946-2012), een prijs die ze bovendien mee oprichtte. Sinds 2018 woont ze met haar echtgenoot Yanis Sinayko in Lviv, Oekraïne. Sinayko vertaalt Rymboe’s poëzie naar het Oekraïens; zelf vertaalt ze Oekraïense dichters naar het Russisch. In 2017 was Rymboe de laureaat van de poëzieprijs op het internationale festival ‘Poetry Without Borders’ in Riga.
 
De succesvolle crowdfundingscampagne voor Tijd van de aarde is een indicatie van het groot belang dat velen hechten aan de publicatie van experimentele poëzie en die van Rymboe in het bijzonder. Vertaler Pieter Boulogne, die eerder gedichten en essays van Kirill Medvedev en de novelle De Manon Lescaut van Tourdeille van Vsevolod Petrov vertaalde, beschreef zijn hard labeur op ironische wijze als ‘een totaal nieuwe ervaring’, en ‘een aan meditatie grenzende bezigheid’.
 
Tijd van de aarde is de integrale vertaling van de vijf cycli in de gelijknamige bundel die bij KNTXT verscheen. Zoals gebruikelijk in de ‘Sporenreeks’ is er een begeleidend essay over de dichter in kwestie. Voor de Rymboe-uitgave viel de keuze op een doorwrocht maar bij momenten hermetisch stuk van auteur en onderzoeker Anna Glazova, overgenomen uit de NLO-uitgave Een leven in ruimte. In dat nawoord citeert Glazova uit gedichten die helaas niet in Tijd van de aarde zijn opgenomen. Hoe het zij, voor haar bezitten de gedichten van Rymboe ‘een basiskenmerk dat essentieel is voor de onmiddellijke werking van een poëtische tekst’, namelijk dat ze de lezer vervoeren. Voor Glazova zijn het een soort incantaties, bezweringen die uitblinken in hyperdensiteit en ‘de helderheid van het woord’ voorstellen. De fonetische intensiteit boort zich een weg in ‘de gewaarwording van de lezer’, stelt Glazova. Wie Rymboe al hoorde voorlezen, kan dit enkel beamen en weet hoezeer dit klopt.
 
Rymboe’s taalstroom drijft uiteraard niet uitsluitend op klanken en muziek. Haar poëzie heeft een dynamische aurale stootkracht, maar bergt evenzeer ‘een niet mindere energieke reflectie’. Het zijn schromeloos beschouwende gedichten, die een bepaalde sfeer of stemming oproepen en een ‘emotionele dreun’ verkopen, maar tegelijk aanzetten tot reflectie en bezinning (Glazova spreekt in dit verband over ‘de indikking van empathie’). Volgens Glazova hanteert Rymboe ‘de economie van het woord’ en is het hoofdthema van haar poëzie ‘de organisatie van de materie in de tijd en de ruimte’. De geschreven taal co-existeert met haar materie: taal en subject, ruimte en tijd vervloeien tot één groot betekenisgeheel, waarin ambiguïteit, polysemie en complexe articulatie hoogtij vieren en de plak zwaaien. Aan de hand van een poëtische ‘transfiguratie’ wijst Rymboe ons op ‘het reddend vermogen van de taal om datgene te bewaren wat blootgesteld is aan materieel verval en ontbinding’, zo besluit Glazova. Haar gedichten vieren ‘de utopische terugkeer van de taal’, ‘de magische overvloed’ en ‘de abundantie van betekenissen’. Het gedicht als bericht, de getransfigureerde taal van de poëzie, als bindende factor binnen een gemeenschap.
 
Tijd van de aarde heeft als motto een vrij lang citaat van geograaf, zoöloog en anarchist Pjotr Kropotkin (1842-1921). Het fragment komt uit zijn studie ‘Notities over de samenhang van voorwerpen en natuurverschijnselen (1862) — een titel die evengoed die van een gedicht van Rymboe zou kunnen zijn. Samengevat stelt Kropotkin dat alle natuurwetten harmonie nastreven en dat er interacties nodig zijn om die eenstemmigheid te bereiken. De tweede cyclus, ‘manieren om de materie te organiseren’, verwoordt Kropotkins adagio op schitterende wijze: ‘je zal zeggen dat ze slecht / georganiseerd was, deze gebeurtenis, of het probleem zat in de / onderlinge verhouding zelf van de delen in het ontbrekende geheel’ en iets verder, ‘de overblijvende betekenis houdt zichzelf zowat vast aan de delen’. De passage uit Kropotkin concludeert — belangrijker nog — dat de tijd het steeds haalt: niets of niemand kan om de geschiedenis heen, alles en iedereen maakt deel uit van het verleden.  
 
Hedendaagse Russische poëzie heeft volgens Dmitri Koezmin — Rymboe’s eerste uitgever, dichter en literair criticus — nog steeds te lijden onder een pijnlijke en onaangename relatie met de geschiedenis. Moderne poëzie moet in het Rusland van vandaag voortdurend een gevoel van ‘dienstbaarheid’ en een gedwongen terugkeer naar het verleden afwenden. Voor Rymboe staat de poëtische actualiteit op gelijke hoogte met de historische: poëzie is een ‘handel in tekens van steen tot steen’, tekens uit het verleden (‘de grijze tijd’) gedijen in ‘de vorm van organische chemie’. Vandaar dat Rymboe zo vaak teruggrijpt naar herinneringen en dat wat onherroepelijk voorbij is. In de eerste cyclus, ‘een leven in ruimte’ spreekt ze over ‘geheugenschachten’, ‘regeneratieprocessen’, een ‘ononderbroken gedachtegang’ en zelfs ‘een duizend jaar oude computer samengesteld uit visskeletten’. Slechts één besluit is mogelijk: ‘de dingen verdrukken elkaar, taalgelijkenissen vormend op het / terrein waar iets gebeurd is na jou’.
 
De terugkeer naar het verleden zit ook vervat in Rymboe’s poëtica. Haar gedichten zien er modern uit, maar zitten terzelfder tijd stevig verankerd in een poëtische traditie. Rymboe’s vrije verzen ademen een klassiek metrum uit, maar klinken paradoxaal genoeg bijzonder modern. Het Russisch is een verbuigingstaal wat betekent dat het taalspel op het vlak van morfologie nagenoeg eindeloos kan worden gespeeld. Rymboe toont zich hierin een ware meester en buit de vele mogelijkheden vooral op klankgebied uit. Ook op betekenisniveau weet ze bij momenten een enorme zeggingskracht te genereren door op het eerste gezicht eenvoudige ingrepen en manipulaties: citaten worden clichés (‘een bepaalde niet-uitgedrukte overvloed ofwel / residu’), spreektalige wendingen klinken plots statig of cryptisch, soms op het onbegrijpelijke af (‘in de republiek van het / grijze licht zit terrorisme in de ceremonialiteit van het handels- / centrum’), onpoëtische termen krijgen achteloos een gangbare betekenis (‘transfiguratie’, ‘gesteltenis’, ‘innervatie’, ‘threnos’) en het geslacht van persoonlijke voornaamwoorden verschuift en wisselt (in de cyclus ‘een leven in ruimte’ transformeert dit procedé zich tot een sensuele maskerade: ‘wanneer ze overgaat / naar haar en van haar naar hem’ en ‘toen ze haar bij de schouders in het witte gras vast had / genomen, was ze nog ‘hem’, maar ze bewoog zich op mij voort als / ‘zij’; nota bene: Rymboe sprak in Amsterdam tijdens de Perdu-avond in dit verband over gender fluidity).
 
De grafische compositie van de gedichten in Tijd van de aarde is evenmin alledaags. Het zijn in blokken gearrangeerde strofes, visueel ondoordringbare tekstfragmenten gerangschikt in een soort paragraafvorm die eerder prozaïsch aandoet en de bladspiegel een granieten uitstraling geeft die veeleer thuishoort in een artikel of een ander prozastuk. De luchtigheid, het efemere van een klassieke gedichtopstelling is helemaal verdwenen. Bevreemdend (maar prachtig) is hoe Rymboe narratieve technieken uit de wereld van fictie binnenloodst in haar gedichten en op die manier nog een extra laag ambiguïteit toevoegt. Haar poëzie krioelt bijvoorbeeld van de leidmotieven: bepaalde woordgroepen duiken te pas en te onpas verder in het gedicht (of zelfs in een andere cyclus) op. De dichter speelt als een bevlogen prozaïst met verhaalelementen als tijd en ruimte, geeft ab ovo aanzetten tot een verhaal maar rondt die nooit af en schakelt moeiteloos van het ene vertelstandpunt naar het andere. Retoriek en voordrachtkunst zijn nooit veraf: veel van de verzen lijken voor eeuwig gebeiteld en vertonen het gedreun van een declamatie. Iets gelijkaardigs als met verhaaltechnieken doet Rymboe met montage, een cinemamethode die haar als filmtheoreticus uiteraard niet vreemd is. Veel van haar gedichten doen mij bijvoorbeeld denken aan de ‘pure cinema’ van Stan Brakhage: visuele poëzie zonder verhaal, maar met op impressies, beelden en emoties drijvende narratieve elementen. Ook de uitzonderlijke energieke montage in de films van Glauber Rocha komt voor de geest, overigens een door Rymboe bewonderde regisseur.
 
Politieke literatuur heeft er wellicht baat bij om duidelijke, heldere en begrijpelijke taal te gebruiken. De grote massa mag de berichtgeving immers niet misverstaan. Rymboe, die vindt dat elke poëtische uitdrukking politiek kan worden geïnterpreteerd, pleit in een interview met haar Engelse vertaler Jonathan Brooks Platt niet zozeer voor een eenduidige poëtische taal, maar eerder voor wat je zou kunnen omschrijven als een ‘discursieve meervoudigheid’: de onderdrukten hebben geen vereenvoudigde taal, stelt ze; simpele taal bestaat niet, net zoals simpele emoties niet bestaan. De taal van de onderdrukten is minstens even complex en bestaat uit veel lagen: geweld, ideologie, het duistere verleden, indoctrinatie, propaganda. Rymboe’s poëzie wil verder gaan dan de simpele weergave van haar persoonlijke geschiedenis, of het vastpinnen van begrippen als ‘solidariteit’ en ‘klassenbewustzijn’. Maar de dichter kan enkel haar gestileerde taal in de strijd werpen. Ze richt haar pijlen op het vigerende vals bewustzijn van een groot, democratisch Rusland — het ingebeelde eindspel van een simplistisch neoconservatisme, dat ieder gemeenschapsgevoel wegvaagt en vervalt in een machtsdiscours dat refereert aan tsaristisch Rusland en de Sovjet-Unie. Met haar gedichten pleit Rymboe voor een nieuwe tijd, ‘de tijd van de aarde’. Een dergelijke tijd kan enkel bereikt worden in een poëtische taal, die in haar geval meer dan eens ongeziene hoogtes bereikt zoals in dit magistraal slotstuk van haar ‘boek van de teloorgang’:  
 
‘als zelfs de gewaarwording zelf verdwijnt, vastloopt, dan laat
iets hem en haar nog blijken onder de lagen aarde en leem; hun  
herinneringsruïnes bestaan nog altijd, maar onafscheidelijk van
de varens die naast die plek groeien; misschien zal ooit met precisie  
opnieuw dat ogenblik opgerakeld worden, zonder verlies van zijn

inhoud (wanneer we hen zien), vergaard vanuit een andere blik:  
slechts leem en steen weerhouden hen van de gewaarwording
van wat erboven gebeurt;
 
dan zouden we opnieuw naar het huis kunnen keren: er is niemand  
die zich daar nu bevindt, maar wij staan buiten de herinnering
en buiten wat later gebeurt, komen uit bij het erf. alles als voor-
heen en zoals het niet was: zwermen nachtelijke gemeenschappen  
hangen boven vaten, naar alle kanten opengeklapte oude ladders,

daartussen een vuur van gewaarwording; verandering brengend
in de grenzen van het droge lichaam, de tijd van de aarde’
 
Galina Rymboe: Tijd van de aarde, Perdu, Amsterdam 2019, 83 p. ISBN 9789051881158. Vertaling van Vremja zemli door Pieter Boulogne. Distributie: EPO

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 5, MEI 2019

Brutopia. De dromen van Brussel

Pascal Verbeken

De literatuur draait door

Sander Bax

De patiënten van dokter García

Almudena Grandes

Meneer Janeu

Georges Bernanos

Otmars Zonen

Peter Buwalda

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 5, MEI 2019

De dader

Antonia Michaelis

De geschiedenis van Jane Doe

Michael Belanger

Farwest

Peter Elliott, Kitty Crowther (ill.)

Konijn & Egel. Er komt geen einde aan het einde

Paul Verrept, Nils Pieters (ill.)

Mevrouw Wervelwind

Rindert Kromhout, Jan Jutte

naar overzicht


‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri