Adolescenten

JEUGDBOEKEN NR. 5, NOVEMBER 2015

Ed Franck: Minne, het mozaïekmeisje

door Lies Lavrijsen

14+ - Ed Franck viert dit jaar een jubileum: precies dertig jaar geleden, in 1985, verscheen zijn eerste jeugdboek. Zeventig titels en veelvuldige bekroningen later is Franck een veelzijdig schrijver die van alle markten thuis is: van prentenboeken tot adolescentenromans, van poëzie tot non-fictie, van detectives tot hervertellingen van klassiekers. Aan dat oeuvre voegt hij dit jaar Minne, het mozaïekmeisje toe, een jongerenroman die naar goede gewoonte uitblinkt in een prachtige, beeldrijke taal en een diepgaande psychologische portrettering van de hoofdpersonages - maar daar misschien ook wat in doorschiet.
 
De raadselachtige Minne uit de titel brengt het hoofd op hol van Peter, een nuchtere jongen die uit een warm gezin komt en van de helderheid van wiskunde houdt. Minne is in alles zijn tegendeel. Ze is stuurs en onvoorspelbaar, ‘volgt nooit de weg van een afgeschoten pijl, maar die van een vlieg’. Toch zwemmen er kwikzilveren visjes door zijn aders als hij bij haar is.
 
Na een moeizaam begin groeien Minne en Peter naar elkaar toe. Minne houdt daarbij strak de regie in handen: zij bepaalt wat en hoeveel ze over zichzelf vrijgeeft. Peter probeert de puzzelstukjes van haar persoonlijkheid in elkaar te passen, al verdenkt hij haar er soms van dat ze bewust het mysterie in stand houdt - maar, zo zal blijken, daar heeft Minne dan ook goede redenen voor.
 
Telkens als Minne voelt dat er te veel intimiteit tussen hen groeit, trekt ze zich terug. Ze schiet heen en weer tussen vrolijkheid, gereserveerdheid en onredelijke vijandigheid. Het wispelturige spel van aantrekken en afstoten gaat zo lang door dat Peter ondanks zijn verliefdheid begint te twijfelen: is Minne wel de juiste voor hem? Het besef groeit dat dit meisje een tikkende tijdbom is, maar toch blijft hij tegen beter weten in proberen om tot haar door te dringen. Tegen het einde van het boek neemt Minne een drastische beslissing, waardoor Peter ontheemd en onzeker achterblijft.
 
Ed Franck slaagt er overtuigend in om zowel de verliefdheid van Peter als de verregaande eenzaamheid van Minne in woorden vatten. Met één suggestief beeld weet hij een heel verhaal te vertellen. Zo laat Minne op een bepaald moment haar lange vlecht afknippen, en gebruikt ze het afgeknipte haar om een vogelnestje te bekleden. ‘Dat was jouw probleem’, bedenkt Peter achteraf, ‘je barstte van de warmte, maar had nooit de kans gekregen om te leren hoe die op mensen te richten, dus koos je rare uitwegen, op het idiote af.’ Elders vertelt Minne over de twee plantenstekken die haar juf in de lagere school in een glas water zette: ‘Hun wortels hadden niets om zich aan vast te grijpen en toen begonnen ze zich maar aan elkaar vast te klampen.’ Zo wil ze zelf niet worden, al weet ze best dat ze in wezen precies zo’n ontworteld stekje is.
 
Een kanttekening hierbij: omdat het vertelperspectief vooral bij Peter ligt (hij spreekt over zichzelf en, in haar afwezigheid, ook over Minne), gaat die psychologische ontleding van de hoofdpersonages bij momenten aanvoelen als een wel érg doorgedreven introspectie, op het navelstaarderige af. Deze jongeren verwoorden hun gevoelens weliswaar prachtig, maar ook uitputtend gedetailleerd. Daarbij verwijzen ze regelmatig naar Spinoza, Nietzsche, Marquez of Sophokles. ‘De eeuwige dwang om alles te verwoorden’ noemt Peter het ergens - die is vermoeiend voor hemzelf, maar in tweede instantie ook voor de lezer. <br /> 
Er is veel te zeggen voor de perfecte constructie van het verhaal, dat gaandeweg veelzeggende stukjes informatie over Minne onthult. Tegen het einde toe was er ook daar echter een ‘too much’-effect: de lading kommer en kwel die Minne in haar jonge leven op verschillende vlakken over zich heen gekregen heeft, is wel erg zwaar.
 
Het meesterschap van Ed Franck laat zich daarentegen volop lezen in de in cursief gedrukte pagina’s bij het begin van ieder hoofdstuk. Eerst begrijp je als lezer niet goed wat je ermee aan moet, maar dat maakt op zich niet uit - inhoudelijk en stilistisch zijn deze bladzijden puur genieten. Gaandeweg wordt duidelijk dat de fragmenten bruggetjes vormen naar de rest van het verhaal, dat er in flashbacks tussen geschoven wordt. Franck gebruikt deze ‘cursiefjes’ soms om een belangrijke plaats of herinnering te situeren, soms ook om een heel nieuw verhaal op te duikelen. Ergens bezoekt Peter een rommelmarkt, en terwijl hij staat te kijken naar een boel oude huisraad, ontrolt het levensverhaal van het fictieve echtpaar Leon en Marie zich voor zijn ogen. En dat verhaal is beklijvend, rauw, waar. Alleen al daarvoor verdient dit boek een aandachtige lezing. De ietwat uit de hand gelopen introspectie nemen we er graag bij.
 
Leuven : Davidsfonds / Infodok, 2015, 136 p. ISBN 9789059086821

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 5, MEI 2020

De lus

Martha Heesen

In galop het duister in

Baltasar Porcel

Jaag je ploeg over de botten van de doden

Olga Tokarczuk

Melancholie II

Jon Fosse

Verdwijnpunt

Wytske Versteeg

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 5, MEI 2020

De fantastische vliegwedstrijd

Tjibbe Veldkamp, Sebastiaan Van Doninck (ill.)

De verhuisdieren

Pieter van den Heuvel

Doe die deur dicht

Koen Van Biesen

Dokter Vos

Daan Remmerts de Vries

Waar mijn vrienden wonen

Cláudio Thebas, Violeta Lópiz (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri