Vanaf twaalf jaar

JEUGDBOEKEN NR. 5, NOVEMBER 2015

Rob Ruggenberg: Haaieneiland

door Henk Van Viegen

12+ - Het recept is beschreven en uitgevoerd, al in de 19de eeuw: de historische jeugdroman. In de jaren zeventig zorgde Thea Beckman voor een flinke herleving van het genre, de jaarlijkse prijs voor de beste historische jeugdroman draagt haar naam. Er zijn verschillende soorten, maar het best vertegenwoordigd in de jeugdliteratuur is de historische avonturenroman. Deze is sterk plotgericht, de nadruk ligt echt op het avontuur. De beschrijvingen van omstandigheden, tijd en plaats worden zo veel mogelijk in de vaart van het verhaal gepresenteerd, bij voorbeeld in dialogen. Er is tamelijk weinig aandacht voor psyche en ontwikkeling van de personages. Binnen de historische avonturenroman is er traditioneel veel aandacht geweest voor de middeleeuwen en de 16de, 17de ,18de eeuw van Nederland, en binnen die laatste zie je weer extra veel liefde voor het leven op zee en de verre reis. Het regent scheepsjongens in de Nederlandse historische jeugdromans, scheepsmeisjes zijn zeldzaam. In het werk van Rob Ruggenberg zijn we met Haaieneiland al bij scheepsjongen nummer 3 (of 4, afhankelijk van de definitie). De tijd van VOC en WIC is helemaal Ruggenbergs tijd. Daarmee staat hij in de stevige traditie van de eindeloos herdrukte Paddeltje, de scheepsjongen van Michiel de Ruyter (1908) en De scheepsjongens van Bontekoe (1924) tot, bij voorbeeld, Het vuile mes van Henk van Kerkwijk uit 2000.
 
Ruggenberg pakt het aan op de klassieke manier: via een jongen kijken we naar een min of meer belangrijke historische gebeurtenis. In dit geval is dat het op de kliffen lopen van een van de drie schepen van commandeur Jacob Roggeveen, voor het eiland Takapoto in de Stille Zuidzee. Het staat beschreven in diens scheepsjournaal uit 1722. Vier mannen die het eiland verkennen, besluiten niet mee terug te gaan naar Holland. De held van het verhaal, Roemer, sluit zich bij hen aan. Hij heeft net zijn broer verloren en daar begraven, maar komt in een heel nieuw stadium van zijn leven terecht als hij vriendschap sluit met en verliefd wordt op het eilandmeisje Nu’i.
 
Naar de wetten van het genre heeft Ruggenberg zich goed gedocumenteerd (zie de verantwoording achterin), maar meer gegevens dan het daar achterblijven van die mannen had hij nauwelijks. Daarna zette hij op grond van de paar summiere gegevens zijn verbeelding aan het werk. Een latere, Engelse reiziger had op het eiland een westersachtige man gezien, 25 jaar na de schipbreuk. Was het de laatste Nederlander? Misschien had die wel een kind gemaakt daar. Een paar kanonnen lagen nog bij Takapoto. Er doken ook nog wat Nederlandse woordjes op in de taal van het eiland, waaronder pupa, van het Nederlandse, volkse woord poepen (seks hebben). Een eilandje uit de buurt, Ana’a, stond bekend om zijn wrede overvallen op andere eilandjes. Dat kon hij allemaal gebruiken, net als de beschrijving van wat een orkaan en een vloedgolf kunnen aanrichten op zo’n eilandje dat maar vlak boven de zeespiegel ligt. Het levert een hier en daar ongeloofwaardig, maar snel jongensboek op, met van die net-op-tijd-scènes uit de b-film. Het kruit dat de Hollanders bij zich hebben, werkt ook goed in de overvloedig aanwezige kokosnoten. ‘Ze’ krijgen elkaar ook, en zwemmen en pupa’en dat het een aard heeft. De andere Nederlanders, op eentje na, vallen genadeloos door de mand, in botheid en misplaatst superioriteitsgevoel. Ook een bekend gegeven in de naoorlogse historische jeugdroman. Roemer heeft hier uiteraard, als held, geen last van, waarmee hij sterk contrasteert met het type van de volbloed schurk, kwartiermeester Baltus Jansse.
 
Illustraties ontbreken, dat is bijna altijd zo in de huidige 12+-boeken, op drie functionele vignetten na aan het begin van elk van de drie delen, achtereenvolgens een haai, een schildpad en een dodenmasker. En we hebben, ook in lijn met het genre, het schutblad met kaart. Taal en stijl zijn niet heel sterk, maar ineens staat er dan toch een fraai en functioneel beeld: ‘Schuin rechts voor hen, ver weg, voorbij de horizon, kleurden de wolken zachtgroen, als voorjaarsgras in een Zeeuws weiland’. Bang voor het hardere werk is Ruggenberg niet. Er wordt in zijn actierijke geschiedenis stevig gekotst, hevig geleden, gemoord en getwist en de haaien hebben het maar druk met mensen vreten.
 
Amsterdam : Querido 2015, 271 p. ISBN 9789045118758
 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 6, JUNI 2019

Ik zal de wereld nooit meer zien. Aantekeningen uit de gevangenis

Ahmet Altan

Kamer in Oostende

Koen Peeters

Lief slecht ding

Frank Keizer

Onrustige dagen

F.B. Hotz, Thomas Heerma Van Voss (sam.)

SS Proleterka

Fleur Jaeggy

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 6, JUNI 2019

* De eerste avonturen van de Rode Ridder, 1959-1961

Een ridder voor alle seizoenen

De boom met het oor

Annet Schaap, Philip Hopman

Mijn mama

Annemarie van Haeringen

Poëzie hardop

Hans Hagen, Monique Hagen, Maartje Kuiper (ill.)

Twee maal op reis door het brein.

Verdwalen in Breinstein of inzicht in het hoofd

naar overzicht


‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri