Adolescenten

Benjamin Lacombe (con.): Madame Butterfly

door Jan Van Coillie

14+ - Madame Butterfly biedt cross-overliteratuur in een bijzondere betekenis van het woord. Het boek ziet eruit als een klassiek prentenboek — weliswaar op extra groot formaat — dat we gewoon zijn te associëren met jonge kinderen. De titel botst echter al meteen met die associatie en dat doen de inhoud en de verwoording nog meer.
Het boek is een vrije bewerking van de beroemde opera van Giacomo Puccini uit 1904, gebaseerd op een kortverhaal van John Luther Long. Op zijn blog vertelt Benjamin Lacombe dat het de eerste opera was waar zijn moeder hem als kind mee naartoe nam en hoe hij tot tranen toe bewogen werd. De emoties die hij toen voelde, wilde hij in zijn boek weer oproepen.
Voor zijn bewerking bewaart Lacombe de grote lijn van de opera, met de indeling in drie bedrijven, maar verschuift hij het accent naar Pinkertons gedachten en gevoelens door hem als ik-verteller op te voeren. In de proloog vertelt luitenant Pinkerton hoe hij met zijn schip landde in de Baai van Nagasaki en er naar het beroemde theehuis De Bloementuin trok, waar hij voor het eerst Madame Butterfly, de Japanse geisha, zag. De slotzin van de proloog, een voorafspiegeling van de dramatische afloop, is ook in de opera een leidmotief: ‘Deze vlinder, die fladderde en zo gracieus landde, zou de mijne worden, op het gevaar af dat ik haar vleugels zou beschadigen.’
In het eerste bedrijf kan Pinkerton trouwen met Butterfly door toedoen van de gewetenloze koppelaar Goro-San. Vanaf het begin is de koloniale tegenstelling tussen wij en de anderen prominent aanwezig. Pinkerton verbaast zich voortdurend over de vreemde Japanse gewoontes en ziet Butterfly nooit als een ‘echte’ (dat wil zeggen Amerikaanse) vrouw, maar eerder als een liefje voor de duur van zijn verblijf in Japan, al beseft hij meteen: ‘deze kleine fee verleidde me meer dan ik wilde toegeven, of liever, dan goed voor me was.’ Over hun huwelijk ligt een dreiging wanneer Butterfly’s oom en monnik hen vervloekt.
In het tweede bedrijf laat Butterfly haar ‘schatten’ aan Pinkerton zien, waaronder een korte sabel. Opnieuw verbaast Pinkerton zich over de Japanse eet- en slaapgewoontes, die hij als westerling niet kan begrijpen. Ook het masker dat Butterfly dagelijks aanbrengt, zorgt voor vervreemding. Pinkerton ervaart het dan ook als een bevrijding als hij eindelijk naar Amerika terug kan varen. De aankondiging van zijn vertrek haalt Butterfly ‘als kwetsbare vlinder’ echter helemaal onderuit. De jaren verstrijken, Butterfly brengt in het geheim een zoon op de wereld en wijst alle huwelijksaanzoeken af in de rotsvaste overtuiging dat Pinkerton terugkomt als het roodborstje zijn nest maakt, zoals hij beloofd heeft.
Het derde bedrijf begint met de brief die Pinkerton schreef naar zijn vriend en consul Sharpless, met het verzoek die aan Butterfly te bezorgen om haar ‘te bevrijden’. Hij vertelt haar dat hij intussen getrouwd is met Kate, ‘mijn echte vrouw, mijn Amerikaanse echtgenote’. Opnieuw blijkt de onoverbrugbare kloof tussen West en Oost. Kate is vrijgevochten, ze komt op voor stemrecht voor vrouwen, wat Butterfly zich volgens Pinkerton niet eens zou kunnen inbeelden. Dan volgt de beroemde passage waarin Sharpless probeert Butterfly de waarheid te vertellen die ze niet onder ogen wil zien. Als Pinkerton uiteindelijk zelf in Nagasaki landt, maar te laf is om de confrontatie met zijn vroegere geliefde aan te gaan, neemt het verhaal een dramatische wending.

Net als het verhaal doet de tekst — ook in de vertaling — allerminst toegevingen aan een jeugdig publiek. De vertelstijl is ietwat afstandelijk, wat past bij de stijl van de reisverhalen uit de negentiende eeuw, waarin die afstand de vervreemde kijk van de westerling ondersteunde. De zinnen zijn vaak lang en het ritme wordt vertraagd door tangconstructies: ‘Ik herinner me dat haar onverschillige masker viel, toen er plots uit het niets een monnik, een belachelijk figuur in een scharlaken gewaad, opdook die bedreigingen en vermaningen uitte.’ De tekst dwingt ook tot langzaam lezen door de vele abstracte en moeilijke begrippen als ‘alliteraties’, ‘frêle’, ‘bovenklasse’, ‘theatraal’, ‘foedraal’, ‘idyllisch’, ‘monotoon’, ‘melancholisch’ en zinswendingen als ‘waar de bestudeerde leegte elegant was’, ‘het maagdelijk wit van de rijst’ of ‘een kreet van een te lang beschaamde hoop’.
Een boek als Madame Butterfly wordt een ‘jeugdprentenboek’ genoemd, een term die misleidend en beperkend is. Afgezien van de vraag of adolescenten naar een dergelijk boek zullen grijpen, zijn de illustraties op zichzelf leeftijdloos. Volwassenen, jongeren en kinderen kunnen er hun eigen verhaal bij vertellen, als lezers of voorlezers. Daarvoor zorgen de fascinerende prenten van Benjamin Lacombe. Lacombe is een Frans illustrator die meteen doorbrak toen zijn afstudeerwerk (Cerise Griotte, 2006) uitgegeven werd in de VS en genomineerd door Time Magazine als een van de tien mooiste prentenboeken uit 2007. De kunstenaar specialiseerde zich in sprookjesachtige verhalen (Roodkapje, Sneeuwwitje), maar illustreerde ook stripverhalen en romans voor volwassenen. Zijn uitgave van Notre Dame de Paris van Victor Hugo met illustraties in de traditie van Escher is zonder meer indrukwekkend. Al snel legde hij een bijzondere belangstelling aan de dag voor het vluchtige, het breekbare en tijdelijke. De vlinders als krachtig symbool hiervan doken op in Les Amants Papillons (2007). Zijn interesse voor de Oriënt bleek eerder uit La grande journée du Petit Lin Yi (2007). Beide boeken kunnen worden gezien als een soort voorstudies voor zijn magistrale meesterwerk Madame Butterfly.
Inspiratie vond Lacombe in de art nouveau, vooral de Franse variant van onder meer Alfons Mucha met zijn sensuele, onaardse vrouwen en overdadige bloemenpracht. Maar ook de invloed van de Mexicaanse kunstenares Frida Kahlo — die hij op zijn site een van zijn favoriete schilders noemt — is onmiskenbaar in de gespannen dramatiek in gezichten en houdingen en het intense kleurgebruik. Lacombes stijl is zeker ook verwant met die van die andere bekende Franse illustrator Rebecca Dautremer. Ook zij is geïntrigeerd door sprookjes en het Verre Oosten en verwerkt invloeden van de art nouveau. Beide illustratoren manifesteren zich ook expliciet als beeldend kunstenaar. Zo stelde Lacombe al tentoon in kunstgalerijen in Parijs, Madrid, Rome, New York en Tokio.

Als concept voor Madame Butterfly zag Lacombe vanaf het begin een boek dat zich ontplooit als vlindervleugels. Het resultaat is een verbluffend staaltje van een boekproject dat kadert in de ‘strijd’ van het papieren boek tegen de oprukkende e-books, waarin het gedrukte boek meer een meer een hebbeding en een kunstwerk wordt.
Om het boek te openen, moet je een zwart lint openknopen. De precieuze inhoud wordt beschermd door een blad zijdepapier. Tekst en illustraties zijn gedrukt op glanzende, kartonnen bladen die openklappen als een accordeon. De afwisseling van tekst en illustraties is weloverwogen. Proloog, eerste en tweede bedrijf zijn gedrukt op een witte achtergrond, waarna overweldigende olieverfschilderijen volgen in intense kleuren. De blauwe vlinders lijken zo van de achtergronden te kunnen wegzweven. Doordat de illustraties volgen op de tekst, wordt de kijker gedwongen om zelf verbanden te leggen en het verhaal te reconstrueren bij de prenten. Daarbij wordt hij geprikkeld door geladen symbolen als dode bomen, vlinders, vogels, de zwaan en de tentakels die Butterfly omarmen als haar geliefde haar verlaat. Haar gezicht lijkt van porselein, wat haar breekbaarheid nog sterker in de verf zet. De tekst van het derde bedrijf begint niet op een wit, maar op een rood blad, wat de fatale afloop voorspelt. Op het schilderij ernaast lijkt de liggende Butterfly op Sneeuwwitje in haar glazen kist.
Lacombe weet ook meesterlijk de Japanse sfeer op te roepen, met de mistige landschappen, de papieren kamerschermen en natuurlijk de zijden kimono’s die fel contrasteren met het saaie bruingrijs van Pinkertons uniform. Overigens vouwt het boek open als een kamerscherm of een fresco van in totaal tien meter lang, met aan de voorkant de tekst en de olieverfschilderijen en aan de achterkant sfeervolle prenten, uitgevoerd met potlood en waterverf in lichtblauwe, ijle tinten die de tragiek van Butterfly en haar metamorfose tot vlinder aangrijpend weergeven.
Een verbluffend kunstwerk dat de kijker verleidt, vastpint en confronteert.


Benjamin Lacombe (con.), Madame Butterfly, Clavis Amsterdam, 2014, 36 p., ill. € 34,5. ISBN 9789044821840. Vert. van: Madame Butterfly door Pierre Winters

Oorspronkelijk verschenen in de Leeswelp 2014

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 6, JUNI 2020

Alleen de bergen zijn mijn vrienden

Behrouz Boochani

Autobiografie van een lijk en andere verhalen

Sigizmoend Krzjizjanovski

De straffeloze

Huub Beurskens

De zwarte klok

Paulus Hochgatterer

Tegendraads

Mia Doornaert

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 6, JUNI 2020

De gemene moord op Muggemietje

Ted van Lieshout

De vuurvogel

Bette Westera, Djenné Fila (ill.)

Het fortuin van Fausto. Een fabel verbeeld

Oliver Jeffers

Oorlog in inkt

Annemarie van den Brink, Suzanne Wouda, Steef Liefting (ill.)

Patrick

Annelies Verbeke

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri