Vanaf zes jaar

Michael De Cock, Judith Vanistendael (ill.): Het geheim van Rosie en Moussa

door Jan Van Coillie

8+ - Op de titelpagina van Het geheim van Rosie en Moussa gluren Rosie en Moussa door een spleet tussen de gordijnen op de scène. Het is niet alleen een krachtige uitnodiging om in het boek te duiken, maar ook om een kijkje te nemen in de gevoelens van de twee hoofdpersonages.
De grote dag nadert waarop de klas van meester Wim hun toneelstuk zullen opvoeren, met Rosie in de hoofdrol als Erika. Volwassenen die hun literatuur kennen, zullen meteen de verwijzing naar Erik en het grote insectenboek herkennen. Moussa moet een rups spelen en daar is hij helemaal niet blij om: hij begrijpt niet hoe hij zich rups kan voelen en dan nog eens verliefd moet worden op een vlinder. De lezer snapt al snel dat hij al verliefd is op Rosie. Omdat hij dat niet kan zeggen, geeft hij haar een geheim briefje dat ze maar open mag maken als ze alleen is op haar kamer. Ontgoocheld door het gekibbel tussen haar moeder en vader, die terug is uit de gevangenis, besluit Rosie dat ze niet op zijn liefdesverklaring in kan gaan. Maar de kriebels laten zich natuurlijk niet zomaar bedwingen. Met de hulp van de fantastische mevrouw Hemelrijk krijgt hun verliefdheid toch nog vleugels en als Rosies papa komt helpen om het decor op te bouwen, wordt het toneelstuk helemaal een fantastisch feest.
Het verhaal lijkt er een van dertien in een dozijn, maar dat is het niet. De glasheldere en tegelijk trefzekere taal van Michael De Cock maakt van de tekst op zichzelf een feest. De Cock gebruikt beeldspraak, wat voor de doelgroep niet vanzelfsprekend is, maar hij ent de beelden op herkenbare gevoelens, zoals het gevoel toen Rosies papa wegging: ‘Zoals de maan ’s ochtends plots niet meer aan de hemel te zien is, en je hem niet meer kan vinden, hoe hard je ook zoekt, zo ging het ook met papa. Op een dag was hij weg.’ Elders ondersteunt de illustratie de beeldspraak, bijvoorbeeld wanneer Rosies mama haar gebroken hart vergelijkt met een porseleinen kopje. Als mama tegen haar ex-man zegt dat ze het ‘heel gemakkelijk had’, laat de auteur via Rosie de lezers kennismaken met het wezen van ironie: ‘Dat doet mama vaak. Precies het tegendeel zeggen van wat ze eigenlijk bedoelt.’ De Cock schuwt moeilijke woorden als ‘ordinair’ of ‘plankenkoorts’ niet, maar voegt op een natuurlijke manier uitleg toe.
Tegelijk gebruikt hij ook niet meer woorden dan nodig en laat hij genoeg over aan de verbeelding. Een fraai voorbeeld van hoe behoedzaam hij gevoelens en wensen verwoordt, biedt het fragment over schrijven in de lucht: ‘Ik zou de mooiste wolken bij elkaar nemen en er letters van kneden, Moussa. Die witte letters zou ik naast elkaar leggen, in een knalblauwe hemel. En dan zou ik schrijven: Dag Moussa, ik verveel me zonder jou, kom nu maar snel terug.’
Ten slotte maken net als in de vorige drie delen de levendige dialogen een groot deel van de aantrekkingskracht van het boek uit. Meteen bij het begin van het boek sleept het gekibbel in de klas tijdens een repetitie voor het toneel de lezer mee. Veel gesprekken bevatten humor, zoals tijdens het bezoek aan de bejaarde maar kwieke mevrouw Van Hemelrijk, die meteen voelt wat er tussen Rosie en Moussa bloeit, waarop Rosie haar vraagt: ‘Maar als we ooit trouwen, wil jij dan ons bruidsmeisje zijn?’
Naast de sprankelende taal maakt ook de bijzondere band tussen tekst en illustraties dit boek tot een aanrader. Geregeld vullen de tekeningen van Judith Vanistendael de tekst op een originele manier aan, lopen ze voorop of nodigen ze uit tot aandachtig kijken of lezen. Wanneer Rosie met Moussa op de spoorwegberm rupsen gaat vangen, staat er in de tekst: ‘”Hebbes”, roept ze, en ze laat een glibberige rups over haar vinger lopen.’ Op de tekening zie je echter een slak. Wanneer mevrouw Hemelrijk zegt dat ze graag een tafel zou reserveren in het restaurant dat Rosies papa wil openen, tekent Vanistendael haar met Rosie en Moussa aan een tafeltje met Rosies vader die opdient.
Als Rosie na een conflict met haar mama boos de deur dichtgooit en de trap oploopt, volgen twee illustraties waarop haar moeder treurig op een grote bank zit en Rosie Moussa tegenkomt op de trap. Op het einde nemen de prenten het verhaal helemaal over van de tekst. Zoals Rosie door de bloemblaadjes de hemel kan zien, zo kan de lezer door de reeks prenten van het toneel niet alleen zelf invullen wat er gebeurt op de scène en in de zaal, maar ook voelen wat spelers en toeschouwers ervaren.
Precies door deze wisselwerking tussen woorden en beelden en door de beeldende kracht van de woorden is dit boek een van de sterkste uit de reeks.


Michael De Cock, Judith Vanistendael (ill.), Het geheim van Rosie en Moussa, Querido Amsterdam, 2014, 82 p., ill. € 13,99. ISBN 9789045116778. Distributie: WPG Uitgevers

Oorspronkelijk verschenen in de Leeswelp 2014

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 4, APRIL 2020

Bloot

Ted van Lieshout

De gek van de tsaar

Jaan Kross

De veelstemmige man. Verzameld toneelwerk 2007-2020

Ilja Leonard Pfeijffer

De vlakte

Gerald Murnane

Hogere natuurkunde

Ellen Deckwitz

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 4, APRIL 2020

De bende van Lieke

Robbert-Jan Henkes, Aart Clerkx (ill.)

De jongen op het dak

Aline Sax, Sassafras De Bruyn (ill.)

Een giraf met een probleem

Jory John, Lane Smith (ill.)

Elke dag iemand anders

Jef Aerts & Merel Eyckerman

Rodrigo de Ruige en Hummel, zijn hulpje

Michael Ende, Wieland Freund, Regina Kehn (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri