Vanaf twaalf jaar

: Dicht!

door Jan Van Coillie

12+ - Dicht! bundelt de honderd beste gedichten van Doe Maar Dicht Maar, de poëziewedstrijd voor jongeren, editie 2013-2014. Het juryrapport vooraan in het boek gaat in op wat ‘een verzameling woorden’ tot een goed gedicht maakt. Voorop staat wat de jury typeert als het ‘onderscheidende’, dat ze preciseren als ‘een oorspronkelijke gedachte, een bijzondere vorm of simpelweg door een ander onderwerp met andere woorden.’ In de korte commentaren bij de vijf winnende gedichten uit elke categorie (12-14 jaar en 15-19 jaar) verwoorden ze deze criteria nog concreter. Het gaat om het oog om detail, zoals in ‘ik lachte in / het kuiltje bij je rechtersleutelbeen’, originele en treffende beelden zoals ‘Ik ben het schilderij dat naast de Mona Lisa hangt / Een piramide achter de beroemde sfinx’, rake beelden inderdaad voor het gevoel in de schaduw te staan. En verder noemen ze verrassende rijmen, spannende zinnen, herhalingen met subtiele veranderingen, een spel met clichés en ‘volwassen inzichten’. Dit laatste verraadt de volwassen kijk van de jury.
Vanzelfsprekend bevatten de meeste gedichten onvolkomenheden zoals gezochte combinaties, zwakke rijmen of clichés, maar het dient gezegd dat die zeldzaam zijn in de selectie die voorligt. In de kleine selectie gedichten bij de speciale wedstrijd ‘4 mei’, valt die gezochtheid het sterkste op, behalve in de twee gedichten waarin de auteurs net kiezen voor eenvoud en herkenbaarheid.
Wat de gedichten echter vooral de moeite waard maakt, is de bijzondere manier waarop de jonge dichters proberen de worsteling met zichzelf en de pijn van het volwassen worden proberen te verwoorden. De winnaar bij de jongste groep bijvoorbeeld verdicht op een persoonlijke en originele manier wat het betekent altijd in iemands schaduw te staan. Daarbij gebruikt hij beelden uit literatuur en film. In de oudste groep spreekt de titel van het winnende gedicht meteen aan: ‘Nevermind’. Het gedicht is van een verrassende eenvoud, met elk woord op de juiste plaats, en veel te raden onder de woorden, als in de graven waarover de dichteres het heeft. Andere gedichten verwoorden op een spannende en oorspronkelijk manier gevoelens bij muziek, een eerste bril, puberteit, je afschermen en natuurlijk de liefde. Bij dit laatste onderwerp vallen de clichés het meest op, maar tegelijk ook de verrassendste vondsten, zoals in het slot van ‘1,71’: ‘Ik ken je lijfgeur als geen ander. Jouw lippen op mijn mond. / Jouw 1,71 / mijn voeten van de grond.’
Het blijft mooi hoe een organisatie als Het Poëziepaleis er elk jaar weer in slaagt duizenden jongeren te motiveren om gedichten in te sturen en zo niet alleen een kweekvijver voor jonge talent biedt.


, Dicht!, Clavis Hasselt, 2014, 119 p., ill. € 14,95. ISBN 9789044822847

Oorspronkelijk verschenen in de Leeswelp 2014

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 10, NOVEMBER 2020

Gesmoorde woorden

Olivier Rolin

Het verdriet van Spanje

Christiane Stallaert

Op weg naar De Hartz

Wessel te Gussinklo

Precieuze mechanieken. Nieuwe gedichten

Erwin Mortier

Tien jaar later

Harry Mulisch

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 10, NOVEMBER 2020

De Baron von Münchhausen

Wouter Deprez, Randall Casaer (ill.)

Gloei; interviews en gedichten.

Edward van de Vendel, Floor de Goede (ill.)

Het sleutelbeengebaar

Hilde Van Cauteren

Sterker dan elk afscheid

Enrico Galiano

Woorden temmen: Van kop tot teen

Charlotte Van den Broeck en Jeroen Dera

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri