Vanaf twaalf jaar

Sanne Parlevliet: Pitstop

door Jürgen Peeters

13+ - ‘Mama begint te stinken.’ Met deze intrigerende openingszin begint Arnold zijn opmerkelijke relaas. Nadat zijn vader het gezin verlaten heeft, blijft Arnolds depressieve moeder ‘als een egel in de winterslaap’ aan haar bed gekluisterd. Arnold rest weinig anders dan wachten tot zijn vader een teken van leven geeft. Daarbij vestigt hij al zijn hoop op Sjon, de postbode. Arnold is een levensecht personage met een eigen stem en gevatte overpeinzingen: ‘Om half elf komt Sjon. Hij wil dat ik Sjonnie tegen hem zeg. Maar hij heeft haren op zijn rug.’ Het feit dat de levens van Arnold en zijn moeder na vaders vertrek on hold worden gezet, weerspiegelt zich feilloos in Sanne Parlevliets stijl: haar trage, bedachtzame manier van vertellen maakt Arnolds eenzaamheid en zijn moeders apathie voelbaar. Soms gaat de auteur daarin weleens te ver, en verliest ze de ontwikkeling van de verschillende verhaallijnen uit het oog of kan een enkele scène niet geheel overtuigen. Daartegenover staan echter schrijnende passages en rake typeringen waarin Parlevliet blijkt geeft van diepgaand psychologisch inzicht: ‘Tijdens de les is het veilig, maar in de pauze ga ik naar de wc op de vierde verdieping. Daar staat van alles op de deur en de muren wat leuk is om te lezen. Voor je het weet is de pauze om.’ Arnolds nuchtere zogenaamd lichtvoetige mededelingen herbergen tussen de regels een verlangen naar geborgenheid. In een onthutsende scène verbeeldt Parlevliet hoe Arnold te langen leste toch in contact komt met leeftijdgenoten. Tijdens de pauze neemt hij het toiletpapier in de hem omringende hokjes weg, zodat hij de toevallige toiletbezoekers ‘pleepapier’ kan aanbieden. Als medeleerlingen hun anonieme weldoener bedanken, voelt Arnold zich erkend. Het is Parlevliets verdienste dat ze Arnolds situatie niet expliciet problematiseert, maar in schijnbaar onbewogen observaties aantoont hoe hij het hoofd boven water probeert te houden.
Een bijzondere vriendschap ontwikkelt zich als Sjon tweemaal per week bij Arnold thuis een ‘pitstop’ houdt. Aanvankelijk betekent het niet meer dan een korte koffiepauze waarin Arnold en Sjon, die eveneens een afwezige vader heeft, over hun bekommernissen praten. De dialogen benaderen de soepele gesproken taal en overtuigen omwille van de afgemeten stijl. Gaandeweg wint de pitstop sterk aan belang voor de eenzame tiener: ‘De tussenuren met Sjon worden de belangrijkste momenten, al het andere slechts de randen van die veel te korte tijd.’ Tegelijkertijd relativeert Sjon deze ontmoetingen: ‘Als het erop aankomt zijn we allemaal alleen.’ Parlevliet laat subtiel in het midden waarom Sjon als jongvolwassene per se een vriendschap met een tiener aangaat. Omgekeerd beseft Arnold dat het geenszins een gelijkwaardige relatie is, maar tegelijkertijd projecteert hij zijn verlangen naar zijn afwezige vader op Sjon. Parlevliet werkt dit trefzeker uit wanneer Arnold de postbode scheert, een intiem moment dat hij vroeger met zijn vader deelde. Via deze sterk uitgewerkte jeugdherinnering komt een stroom aan scènes uit Arnolds kindertijd bovendrijven. Als Arnold steeds dieper in zijn herinneringen afdaalt, komt een onthutsende waarheid aan het licht: Arnold was de stille getuige van fysiek geweld tussen zijn ouders nadat zijn moeder haar echtgenoot beschuldigde van het feit dat Arnold ‘niet normaal’ is, ‘een schlemiel’ zonder vrienden.
Het is niet verwonderlijk dat precies deze herinnering wordt ingezet. Arnold besluit dan de permanente zorg voor zijn afstandelijke moeder niet langer op zich te nemen. De ‘vriendschap’ met Sjon komt eveneens onder druk te staan als Arnold een schokkende ontdekking doet. Parlevliet
creëert een onderhuidse spanning in de onuitgesproken vraag hoe lang Arnold de schijnbaar uitzichtloze situatie nog kan volhouden. Aan het slot laat de auteur echter kansen liggen. De knap uitgewerkte spanningsboog en subtiele benadering worden te makkelijk ingeruild voor een sterk geconstrueerd einde, met de suggestie dat Arnolds situatie zich ten goede zal keren.
Over Parlevliets vorige adolescentenroman schreef An Stessens in De Leeswelp: ‘Juttersjong wordt wellicht geen publiekslieveling, daarvoor is het te traag en te complex en geeft het te weinig concrete antwoorden.’ Ik vermoed dat Pitstop evenmin een ruim lezerspubliek zal bereiken. Het gevoelvol aftasten van complexe intermenselijke relaties, waarbij de pogingen tot sociaal contact belangrijker zijn dan de actie, is waarschijnlijk slechts voor een select groepje lezers weggelegd. Maar voor hen schreef Parlevliet een heftig, intens verhaal over een buitenbeentje in een impasse, vertwijfeld op zoek naar diepgaand menselijk contact.


Sanne Parlevliet, Pitstop, Hoogland en Van Klaveren Amsterdam, 2014, 176 p., € 14,5. ISBN 9789089671530

Oorspronkelijk verschenen in de Leeswelp 2014

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 6, JUNI 2019

Ik zal de wereld nooit meer zien. Aantekeningen uit de gevangenis

Ahmet Altan

Kamer in Oostende

Koen Peeters

Lief slecht ding

Frank Keizer

Onrustige dagen

F.B. Hotz, Thomas Heerma Van Voss (sam.)

SS Proleterka

Fleur Jaeggy

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 6, JUNI 2019

* De eerste avonturen van de Rode Ridder, 1959-1961

Een ridder voor alle seizoenen

De boom met het oor

Annet Schaap, Philip Hopman

Mijn mama

Annemarie van Haeringen

Poëzie hardop

Hans Hagen, Monique Hagen, Maartje Kuiper (ill.)

Twee maal op reis door het brein.

Verdwalen in Breinstein of inzicht in het hoofd

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri