Vanaf twaalf jaar

JEUGDBOEKEN NR. 6, NOVEMBER 2015

Bettie Elias: Jongen zonder naam

door Karen Woets

12+ - Over de systematische en meedogenloze isolering, vernedering en uitroeiing van Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn de nodige jeugdboeken verschenen. Toch zijn het er voorlopig niet genoeg, zeker niet als een nieuw verhaal een licht werpt op specifieke gebeurtenissen die niet vergeten mogen worden, zoals Bettie Elias doet in Jongen zonder naam. Voor dit verhaal liet Elias zich inspireren door wat zich afspeelde in de Dossinkazerne in Mechelen, een plaats waar met name Joden vanuit verschillende plaatsen naartoe werden gebracht met het doel om hen en masse per trein te transporteren naar kampen in Duitsland en Polen. Mensen verbleven soms weken in deze kazerne, waarin de slechte omstandigheden en wreedheden vergelijkbaar leken te zijn met die in de kampen waar ze uiteindelijk terecht zouden komen. 
 
De jongen zonder naam is Samuel, een twaalfjarige Joodse jongen, die vol spanning een laatste nacht in zijn Antwerpse huis doorbrengt voordat hij met z’n ouders, zus en grootvader door een kennis van zijn vader naar een veiliger plaats gebracht zal worden. Hoe spannend zijn leven op dat moment al is, wordt meteen aan het begin van het verhaal duidelijk: 
 
‘De houten vloer kraakt onder zijn blote voeten. Hij durft de lamp niet aan te steken. Zelfs het schemerlampje naast zijn bed niet, ook al verspreidt het maar een zwak, geelachtig licht. Dat zou te gevaarlijk zijn, zoals de laatste tijd alles te gevaarlijk is. Elke minuut van de dag is beladen met angst.’
 
Helaas is hun vluchtplan ook bekend geworden bij de Duitse bezetter en wordt het gezin door de Gestapo afgevoerd naar de Dossinkazerne. Daar wordt Samuel nummer 362 en is zijn prachtige naam dus niet meer het eerste kenmerk van zijn identiteit. Hoewel het verblijf in de kazerne op zich al stressvol is, heeft Elias enkele elementen in het verhaal geweven die voor extra spanning zorgen. Zo heeft Samuel in een opwelling de trouwring van z’n moeder verstopt, iets waar een zware straf op staat. En hij ontmoet de aardige Herta, van wie Samuel vermoedt dat ze met zéér verboden zaken bezig is. Tussen de belevenissen van Samuel door staan vier korte hoofdstukken over wat Aaron, een Joodse jongeman, meemaakt. Hij zit met niet-Joodse vrienden in het verzet. Twee dagen voordat de trein waarin ook Samuel zich zal bevinden, naar het oosten gaat, vatten Aaron en zijn vrienden het plan op om gevangen uit de trein te bevrijden. Zo zullen de wegen van Samuel en Aaron elkaar kruisen. 
 
Als lezer wil je graag wat meer over Aaron’s leven lezen, maar Elias heeft er blijkbaar bewust voor gekozen om deze verhaallijn zo kort mogelijk te houden. De kracht van Elias ligt in de korte, krachtige zinnen waarmee ze dit schrijnende verhaal vertelt. De nadruk ligt op de beschrijving van gebeurtenissen, maar er is ook ruimte voor overdenkingen van Samuel en voor zijn innerlijke groei in korte tijd. Het onbegrijpelijke van het leed wordt bijvoorbeeld duidelijk gemaakt door enkele vragen die Samuel zichzelf stelt: 
 
‘Waarom zijn ze zo tegen ons? Wij, de Schweine Juden. Wat hebben we dan fout gedaan? Papa ging elke dag werken in het lederwarenfabriekje en heeft met zijn spaarcenten een viool voor mij gekocht. Mama is altijd thuisgebleven om voor Johanna en mij te zorgen en kookte elke dag verse soep. […] Johanna is altijd een goede studente geweest en haalde hoge punten. Tenminste toen Joden nog naar school mochten gaan. En ik deed ook mijn best op school. Meestal toch. […] Waarom worden we nu als beesten behandeld? Weggejaagd uit onze huizen? Waarom verraden mensen ons? Zelfs goede kennissen.’
  
In een nawoord licht Elias toe welke feiten haar voor haar verhaal hebben geïnspireerd en geeft ze enkele schriftelijke en digitale bronnen. Een detailopmerking: Samuel stort zich aan het eind van het verhaal hongerig op brood, eieren en spek. Niet echt waarschijnlijk in het geval van een Joodse jongen, maar extreme honger maakt blijkbaar niet alleen rauwe bonen, maar ook spek zoet. 
 
Leuven : Davidsfonds 2015, 149 p. ISBN 9789059086845

deze pagina printen of opslaan



ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri