Adolescenten

Christian Frascella: De woede-uitbarsting van Beth

door Kirstin Vanlierde

Het is Beths dag niet: ze wordt tijdens de eerste les meteen de klas uitgestuurd en komt al spijbelend per ongeluk terecht in een conflict met de politie. Haar baldadige actiedrang levert haar een paar uur op het politiebureau op. Daar kan ze dan ook nog eens ruzie over maken met haar moeder. Eigenlijk is het al een hele tijd Beths dag niet — al een aantal jaren, zelfs. Haar vader is vertrokken omdat haar moeder de dood van haar zusje niet kon verwerken, een dood waarvoor Beth zichzelf verantwoordelijk acht. Ze is dit jaar op school blijven zitten. Ze wordt woest van de machomentaliteit van het Italië waarin ze woont, dat vrouwen nog altijd als lustobjecten en tweederangsburgers beschouwt.
Beth staat er van op de eerste pagina. Frascella beitelt haar taal, het is alsof je haar hoort spreken. De lezer krijgt onmiddellijk het gevoel een balorige tiener voor zich te hebben die binnensmonds een tirade houdt — het is haar gewone manier van communiceren met zichzelf en de wereld. Beth is een vat vol frustratie en woede, en iedereen zal het geweten hebben: wee degene die te dichtbij komt en het waagt haar aan te raken, zoals de stotterende Livio, die een oogje op haar heeft, of de Gluurder, de mysterieuze bewoner van het gelijkvloerse appartement in haar gebouw, die misschien degene was die haar een anonieme mail stuurde met de vraag een briefwisseling te beginnen. Zelf heeft Beth een oogje op Andrea, schoolgenoot en vakbondsmilitant. En hij ziet haar duidelijk ook zitten, maar dat wil ze niet geweten hebben.
Alle gebeurtenissen in het boek werken toe naar de woede-uitbarsting die de lezer al sinds de titel verwacht. Beth houdt aan haar confrontatie met de politie een onverwachte vriendin over, de 22-jarige Viola, die hoogzwanger is, maar verspeelt haar vertrouwen door impulsief op zoek te gaan naar de man van wie ze denkt dat hij de vader van het kind is, en zo Viola voor schut te zetten. Ze droomt ervan dat haar vader weer in Turijn komt wonen, maar hij blijkt al jaren een relatie te hebben met een jonge buurvrouw en dat voor zijn dochter geheim te hebben gehouden. Wanneer Beths moeder niet alleen haar werk dreigt te verliezen, maar de vreedzame betoging daarover op een dag van nationale studentenstakingen ook nog eens hardhandig uit elkaar wordt geslagen door de politie, en de vernederde werknemers onder het oog van de werkgevers opnieuw aan het werk moeten, is voor Beth de maat vol.
Ze koopt een ketting, lokt de directeur van haar school met een smoes zijn bureau uit, ketent zichzelf vast aan de verwarming en begint haar eigen staking. Dat het haar nog maar eens een jaar zal kosten, kan haar in haar impulsiviteit niet schelen. Terwijl alle leerlingen van de school als een blok achter haar gaan staan en de leerkrachten met de politie overleggen wat er te doen valt, krijgen we van Beth eindelijk te horen hoe het nu precies zat met haar zusje. Haar dood op zesjarige leeftijd is het typische voorbeeld van een domme samenloop van omstandigheden. Beths schuldgevoel wordt er niet minder om, zeker omdat zij haar zusje uit de weg duwde voor de automobilist, maar precies in de richting waarin die in een reflex besloot uit te wijken. ‘Als ik haar naast me had gehouden, als ik haar tegen me aan had gedrukt, zou het niet gebeurd zijn.’ De zoveelste impulsieve daad dus die verkeerd uitpakt. Andrea, die haar bewondert ook al weet hij niet wat ze er nu precies mee wil bereiken, staat helemaal achter Beths actie en moedigt haar aan om zich te verantwoorden en te vertellen wat haar bezig houdt.
Frascella laat Beth niet aan het woord tijdens de bewuste uitbarsting. Maar de lezer komt wel een en ander te weten. Andrea zet het filmpje op het internet, en binnen één nacht heeft het meer dan veertigduizend kijkers. Kranten citeren eruit, mensen praten erover. Beth haalt alles en iedereen over de hekel en vereffent rekeningen met de nationale en internationale politiek, met de machomentaliteit van mannen en de slaafse behaagzucht van vrouwen.
Beth weet niet wat ze aanmoet met alle reacties. Ze weigert interviews en aandacht, en trekt zich terug. Ze overweegt om gewoon maar te stoppen met school. Maar toch is de woede-uitbarsting een soort catharsis gebleken: e communicatie met haar moeder en vader komt weer op gang, op een gezondere manier, ze doet eindelijk iets met haar gevoelens voor Andrea, en tussen haar en Viola worden de brokken gelijmd. En maar goed ook: het boek eindigt met een lichtjes hallucinante, maar daarom niet minder rauwe bevallingsscène in een lift, in het donker, waar Beth de enige is om Viola bij te staan.
Christian Frascella is een zeer getalenteerd auteur, die de lezer moeiteloos meekrijgt in de gedachtegang en emotionele achtbaan van zijn personages. De woede-uitbarsting van Beth is zonder meer op zijn plaats in zijn oeuvre. Is het Frascella’s beste boek tot nu toe? Misschien niet, maar het is een goed boek en het zou zonde zijn om de auteur af te rekenen op een onrealistische verwachting. Na Ik ben de sterkste, bekroond met de Dioraphte Jongerenliteratuur Prijs, keek de literaire wereld reikhalzend uit naar een opvolger, en met Zeven kleine criminelen bevestigde Frascella dat hij in staat was om dat hoge niveau vol te houden. Ook De woede-uitbarsting van Beth is een young-adultroman die er staat. Niet hoger op de ladder dan zijn voorgangers, hier en daar misschien zelfs een tikje zwakker, maar dat ligt dan vooral aan plot- en motiefkeuzes die de auteur voor dit verhaal maakte.
Zoals Zeven kleine criminelen een boek van (opgroeiende) jongetjes was, zo is dit boek er een over vrouwen. Ze zijn overal aanwezig, in de hoofd- of bijrol, en Frascella schetst aan de hand van hun verschijningen een heel palet aan mogelijkheden en sociale rollen. Beths moeder, de uitgebluste werknemer; Marilú, de excentrieke scharrel van Beths vader, een en al gekleurde haren en piercings; Viola, de zelfbewuste en zelfstandige hoogzwangere, de naamloze moslima die Beth wel eens kruist op de trappen van hun flat; Martina, het onschuldige zusje dat altijd kind zal blijven; de karikaturaal neergezette klasgenotes; Monica, de liefdesrivale; en natuurlijk Beth zelf, die al die tegenstellingen ziet en aanvoelt en niet weet wat ze ermee aanmoet.
Het is een sociale en emotionele staalkaart, al is het één keer te dik aangezet dat de auteur probeert zijn lezers een boodschap mee te geven. De moslima, die in de eerste scènes en in Beths gedachten het cliché van de onderdrukte zwijgende vrouw uitbeeldt, gecommandeerd door haar twaalfjarige etter van een broer, doorprikt op het einde van het boek zelf dat beeld en verwijt Beth vooroordelen en precies die cliché-ideeën. Het klinkt iets te geforceerd en het mist nuance, al komt de boodschap bij Beth wel aan: rechtschapenheid en oprechte verontwaardiging zijn niet voldoende legitimatie om anderen manu militari te willen overtuigen van het eigen gelijk.
Een ander minpuntje is dat Frascella iets te veel in één boek probeert te proppen. Beth heeft al meer dan genoeg te stellen met school, de situatie thuis en de scheiding van haar ouders, en de lezer kan zich afvragen of het trauma van het dode zusje er per se nog bij moest. Het is eigenlijk niet eens nodig voor de realistische afwikkeling van het verhaal en het portret van Beth als politiek kritische, en sociaal getormenteerde tiener. Ook de verschijning van de lichtgevende bollen ’s nachts, een ronduit bizar element, roept vragen op. Magisch realisme kan een verhaal een intrigerend en verrijkend randje geven, maar het gebruik ervan roept hier alleen vragen op. Het is een leuk detail dat die lichtgevende bollen Beth in het duister van de lift, als Viola in barensnood is, te hulp komen en het toont dat Frascella er wel degelijk een motiefbedoeling mee heeft, maar in het boek als geheel vallen ze als metafoor (waarvan eigenlijk?) te dun uit, en als magisch element vormen ze eerder ballast dan verrijking. Laat dat echter geen belemmering zijn om dit stevige boek te lezen. Veel jonge, kritische lezers, zullen het beslist goed met Beth kunnen vinden, en de taalkronkels van Frascella bieden ook volwassen lezers een paar aangename uren.


Christian Frascella, De woede-uitbarsting van Beth, Moon Amsterdam, 2013, 240 p., € 17,95. ISBN 9789048815524. Vert. van: La sfuriata di Bet door Henrieke Herber. Distributie: Agora Uitgeverscentrum

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 5, MEI 2020

De lus

Martha Heesen

In galop het duister in

Baltasar Porcel

Jaag je ploeg over de botten van de doden

Olga Tokarczuk

Melancholie II

Jon Fosse

Verdwijnpunt

Wytske Versteeg

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 5, MEI 2020

De fantastische vliegwedstrijd

Tjibbe Veldkamp, Sebastiaan Van Doninck (ill.)

De verhuisdieren

Pieter van den Heuvel

Doe die deur dicht

Koen Van Biesen

Dokter Vos

Daan Remmerts de Vries

Waar mijn vrienden wonen

Cláudio Thebas, Violeta Lópiz (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri