Vanaf zes jaar

Randall Casaer: De ridder die niet slapen wilde

door Kyra Fastenau

6+ - De ridder van Randall Casaer heeft een kast vol met gruwelijke wapens: zwaarden, messen, speren, knotsen en zelfs een kanon. Zijn dierbaarste bezittingen bewaart hij echter in zijn schatkist: een roskam, hoefijzers en een paar wortelen voor zijn paard Parcifal. Voor het slapengaan spelen ze altijd samen, maar vandaag is Parcifal een avond van huis. En dan komt zo’n wapenuitrusting goed van pas om je frustraties bot te vieren.
Smijten met meubels en speelgoed omdat je — stoer als je bent — je teleurstelling niet wil uitspreken, welk kind (of volwassene) heeft het niet gedaan? Dat dit riddertje zich flinker voordoet dan hij is, merk je niet alleen aan zijn gedrag, maar aan zijn hele fysiek. Hij heeft zelf wel iets weg van een jong veulen, met ledematen die te lang lijken voor zijn lichaam, en zijn ‘lange flabbermantel’ doet denken aan een supermankostuum. Ook zijn attributen tonen een combinatie van mannelijkheid en kinderlijkheid: tussen de moordwapens op de schutbladen ontdek je een tandenborstel en een speelgoedraket, en zijn enorme zwaard en schild – hij heeft zelfs een krukje nodig om ze vast te houden – laten al zien dat hij eigenlijk nog te klein is om te vechten. Deze ridder gebruikt zijn wapens voor nuttiger doeleinden: een dolk is heel geschikt om boterhammen mee te smeren, een schild doet dienst als surfboard en als je voor de lol je kanon wil afschieten, gebruik je gewoon je voetbal.
Casaer speelt subtiel met kleur, bijvoorbeeld in de slaapkamer van de ridder. Die is steevast geschilderd in oranje- of geeltinten, maar wanneer het bedtijd is, gebruikt de auteur net een iets warmere gloed, die nog eens extra wordt benadrukt door de contrasterende blauwgrijze ramen. De kamer straalt gezelligheid uit, maar die zien we niet terug in het boze riddertje: hij staat boven op het bed, zijn armen nijdig in zijn zij, een donderwolk boven zijn hoofd en zijn gezicht vertrokken van woede omdat zijn beste maatje hem in de steek heeft gelaten. Hierna volgt een geweldige sequentie van prenten waarin de ridder zijn meubilair te lijf gaat met allerlei wapentuig. Eerst krachtig en snel, dan sierlijk, alsof hij er lol in begint te krijgen. Een moment van gelatenheid wordt gevolgd door totale chaos waarin ridder, wapens en meubels nauwelijks nog te onderscheiden zijn. Daarna staat de trotse overwinnaar op de berg puin — geeuwend, want zo’n sloopfestijn is best vermoeiend. Maar waar moet hij slapen nu zijn bed is vernield? Het krukje, dat als een motief in bijna elke prent opdook, zal nu zijn dienst bewijzen.
Je verwacht een hereniging met Parcifal, vooral vanwege de paardjes die op de schilden en wandkleden in het paleis zijn afgebeeld. Maar de ridder trekt niet naar de stallen; in plaats daarvan gebruikt hij zijn krukje om in het ouderlijk bed te kruipen. In slaap vallen tussen papa en mama — met deze pointe toont Casaer opnieuw heel herkenbaar kindergedrag.
En Parcifal? Die speelt slechts een bijrolletje in dit verhaal, maar wel een interessante. Op de eerste titelpagina zie je hem enthousiast achter de bladrand vandaan springen, alsof hij iemand wil begroeten — een beeld dat herhaald wordt op de dubbelpagina in het midden van het boek, die met zijn contrasterende grijsblauwe tinten extra opvalt. Waar galoppeert hij zo enthousiast naartoe? Een hint wordt al gegeven op de tweede titelpagina, waar je de achterkant van een paard ziet: Parcifal zit achter een merrie aan! Daarmee heeft hij wel iets weg van een oudere broer die uitgaat, terwijl zijn jaloerse kleine broertje thuis achterblijft.
Tot slot is ook nog de typografie noemenswaardig: de belangrijkste zinnen staan vetgedrukt, de rest van de tekst is afgedrukt in een heel klein lettertype en heeft daardoor iets weg van bijschriften. Het nodigt de voorlezer uit om zelf te vertellen en de jonge lezer te sturen bij het bekijken van de prenten. In een nóg kleiner lettertype vinden we extra uitleg (een maliënkolder is ‘een turnpak van ijzeren ringetjes’) of wat geforceerde grapjes (onderbroeken en sokken zijn niet gevaarlijk ‘tenzij je ze allemaal tegelijk in je mond propt’), die wat mij betreft gerust achterwege mochten worden gelaten. De echte humor schuilt immers in het gedrag en de lichaamstaal van de ridder. Een aansprekend prentenboek over een stoere bink met een klein hartje.


Randall Casaer, De ridder die niet slapen wilde, De Eenhoorn Wielsbeke, 2014, 44 p., ill. € 15,5. ISBN 9789058389336

Oorspronkelijk verschenen in de Leeswelp 2014

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 4, APRIL 2020

Bloot

Ted van Lieshout

De gek van de tsaar

Jaan Kross

De veelstemmige man. Verzameld toneelwerk 2007-2020

Ilja Leonard Pfeijffer

De vlakte

Gerald Murnane

Hogere natuurkunde

Ellen Deckwitz

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 4, APRIL 2020

De bende van Lieke

Robbert-Jan Henkes, Aart Clerkx (ill.)

De jongen op het dak

Aline Sax, Sassafras De Bruyn (ill.)

Een giraf met een probleem

Jory John, Lane Smith (ill.)

Elke dag iemand anders

Jef Aerts & Merel Eyckerman

Rodrigo de Ruige en Hummel, zijn hulpje

Michael Ende, Wieland Freund, Regina Kehn (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri