Adolescenten

Patrick Ness: Het mes dat niet wijkt

door Kyra Fastenau

14+ - Patrick Ness is the next big thing. Zijn boeken zijn al jaren een hype in het Engelse taalgebied, de filmrechten van de ‘Chaos’-trilogie zijn inmiddels verkocht aan Lionsgate Studios, dat eerder bewerkingen van Twilight en De hongerspelen uitbracht, en ook critici loven zijn werk: Ness ontving de Carnegie Medal, de hoogste onderscheiding in de Britse jeugdliteratuur, voor het derde deel van de ‘Chaos’-trilogie, Lawaai dat nooit stopt, en zijn jeugdroman A Monster Calls.
Zijn introductie in het Nederlandse taalgebied lijkt onderdeel van een slim marketingplan, met vertalingen die elkaar in een hoog tempo opvolgen. Gelukkig heeft de ‘Chaos’-trilogie genoeg te bieden om niet te vervallen tot een vluchtige hype: zowel taaltechnisch als inhoudelijk zijn het bijzonder knappe boeken, met een rijke thematiek, complexe personages en talloze allusies naar maatschappelijke kwesties.

Chaos alom

Het verhaal speelt zich af op een planeet genaamd Nieuwe Wereld (een verwijzing naar de beroemde sciencefictionroman van Aldous Huxley?), waar menselijke kolonisten samenleven met de inheemse bewoners, de Spakkels. Op Nieuwe Wereld zijn gedachten hoorbaar, waardoor privacy vrijwel niet bestaat. In het eerste deel, Het mes dat niet wijkt, centreert de plot zich rond Todd Hewitt. Todd groeit op in Prentissdorp, een nederzetting waar alleen mannen wonen. Hem is verteld dat de vrouwen zijn omgekomen tijdens de oorlog met de Spakkels, die een virus zouden hebben verspreid dat alle vrouwen doodde en de gedachten van mannen en dieren hoorbaar maakte. Later in de roman blijkt dit alles echter één grote leugen.
Todd is bijna dertien — althans, volgens de jaartelling op Nieuwe Wereld, waar een jaar dertien maanden heeft. Volgens de wetten van Prentissdorp wordt hij dan volwassen en moet hij een soort initiatierite doorlopen. Wat dat precies inhoudt, blijft tot het einde van het boek onduidelijk. Maar het betekent zeker niet veel goeds, aangezien Todd door zijn pleegvaders Ben en Cillian zonder verdere uitleg op de vlucht wordt gestuurd met alleen een mes, zijn hond Manchee en het dagboek van zijn moeder. Hij wordt achternagezeten door de gestoorde dorpspriester Aaron en het leger van Burgemeester Prentiss, en komt oog in oog te staan met iets dat hij nog nooit gezien heeft: een meisje. En het mysterie wordt nog groter, want hij kan haar gedachten niet horen.
Het mes dat niet wijkt begint in medias res en is in het begin vooral verwarrend. De raadsels en gebeurtenissen volgen elkaar in hoog tempo op — wat dat betreft doet de ‘Chaos’-trilogie haar naam zeker eer aan. Ook Todds onconventionele vertelstijl draagt hieraan bij, met ellenlange zinnen, fonetische spelling en excentriek taalgebruik, en dat meteen op de eerste pagina:

Van Ben moest ik moerasappels plukken en ik moest Manchee meenemen, ook al weten we allemaal dat Cillian hem alleen heeft gekocht om het Burgemeester Prentiss naar de zin te maken, en opeens zat ik vorig jaar met een splinternieuwe hond opgescheept, als een kadootje voor m’n verjaardag, ook al wílde ik helemaal geen hond, ook al had ik heel duidelijk gezegd dat ik alleen maar wilde dat Cillian eindelijk es de splitsfiets ging repurreren zodat ik niet overal naartoe hoefde te lopen in dat stomme dorp, maar nee hoor, hartelijk gefeliciteerd Todd, en hier heb je een splinternieuw pupje, Todd, en ook al wil je hem helemaal niet, ook al heb je d’r nooit om gevraagd, raad eens wie hem moet voeren en africhten en wassen en uitlaten en wie d’r naar z’n gewauwel moet luisteren nu hij oud genoeg is voor de praatbaksil en z’n bek nooit stilstaat? Nou, raad eens?

Zulke passages zorgen voor een bevreemdende leeservaring die in het begin wat tegenzin kan ingeven, maar wel degelijk een functie heeft: ze maakt ons deelgenoot van de verwarring die Todd voelt. Bovendien wisselt Ness deze lappen tekst af met korte, maar veelzeggende zinnetjes, bijvoorbeeld aan het einde van het eerste hoofdstuk: ‘“Bek houden,” zeg ik en ik schop naar [Manchee]. Opzettelijk mis.’ In dit soort frases, waarin veel tussen de regels te lezen valt, komt zijn schrijftalent echt naar voren.
Qua thematiek is Het mes dat niet wijkt een echte young adult-roman. Zoals Ness zelf al aangeeft in het interview dat ik met hem had (zie pag 222), weerspiegelen Todds emoties die van een doorsneetiener: de verwarring, de eenzaamheid, het hoge tempo van de gebeurtenissen, het bijstellen van een heersend wereldbeeld, de raadselachtige introductie tot het andere geslacht… In dit boek ligt de nadruk vooral op Todds coming-of-age, terwijl de daaropvolgende delen ook wat meer maatschappijkritisch zijn. Dit maakt de ‘Chaos’-trilogie, à la ‘Harry Potter’, een serie die meegroeit met zijn fans — iets wat de haastige uitgave in het Nederlandse taalgebied enigszins tenietdoet.

Een reëel beeld van oorlog

Om het tweede en derde deel van de trilogie te kunnen bespreken, volgen nu wat spoilers. Het blijkt dat de Spakkels helemaal geen virus veroorzaakt hebben, maar dat de Herrie een natuurlijk fenomeen van Nieuwe Wereld is. Vrouwen zijn er immuun voor, wat de jaloerse mannen van Prentissdorp ertoe bewoog hen massaal uit te moorden. Als gevolg hiervan keerden de andere nederzettingen zich van hen af — er leven dus nog meer mensen op de planeet, ook vrouwen! —, maar inmiddels is het leger van Prentiss bezig deze dorpen te onderwerpen. Bovendien is er een nieuwe lading kolonisten in aantocht, waarvan het meisje Viola, dat haar ouders verloor toen hun ruimteschip neerstortte, een afgevaardigde is.
Deel twee, Het donkere paradijs, draait vooral om de spanningen tussen Burgemeester Prentiss, die geleerd heeft zijn eigen Herrie te beheersen en die van anderen te manipuleren, en zijn tegenstanders: een terreurbeweging genaamd het Antwoord, die voornamelijk bestaat uit vrouwen en geleid wordt door de hardvochtige Madame Coyle. In dit boek wordt het verhaal beurtelings verteld door Todd en Viola, die elk gevangengenomen zijn door een andere partij: hij door de mannen, zij door de vrouwen. Ze zijn tegen wil en dank ingedeeld bij een bepaald kamp en moeten nu voor zichzelf uitmaken of ze daar bij willen horen of niet. En dat is geen eenvoudige beslissing: soms sympathiseren ze met hun ‘leiders’, soms verachten ze hen; in sommige opzichten lijken ze sterk op hen en in andere opzichten totaal niet. Ook hier duikt opnieuw een parallel op met de situatie van een doorsneetiener, die zich afzet tegen zijn opvoeders en zijn eigen waarden leert bepalen. Bovendien twijfelen Todd en Viola voortdurend of ze elkaar nog wel kunnen vertrouwen, een onzekerheid die veel tieners zullen herkennen: zijn je vrienden wel echte vrienden?
Naast die innerlijke ontwikkelingen is er ook voldoende ruimte voor maatschappijkritiek. De bomaanslagen van het Antwoord, dat over lijken gaat om emancipatie te bereiken, roepen herinneringen op aan de diverse terreuracties uit onze eigen geschiedenis. Bovendien vertoont de situatie van de vrouwen en Spakkels sterke overeenkomsten met die van onderdrukte minderheden: beide groepen worden gemarteld en de laatsten worden zelfs in concentratiekampen gestopt. Hoewel Ness zelf ontkent dat er sprake is van directe parallellen, wijzen de termen ‘Eerste en Tweede Spakkeloorlog’ en ‘Misdaden tegen het Land [een andere benaming voor de Spakkels]’ toch sterk in de richting van de Holocaust.
Het moet worden gezegd: in dit deel boet de ‘Chaos’-trilogie wat in aan spanning. Op een enkele bomaanslag of relletje na, wordt er in Het donkere paradijs vooral veel gepraat. Een grote schare personages, niet allen even memorabel, doet hun zegje over oorlog en uit al die verschillende opinies moeten Todd, Viola en de lezer hun eigen oordeel vellen. Geen gemakkelijke keuze, aangezien zowel Prentiss als Coyle niet bepaald sympathiek is en de pacifistische visie van een empathisch personage als zuster Corinne (‘De enige misdaad, echt de énige misdaad, is iemand anders van het leven beroven’) praktisch onhaalbaar. Daarmee biedt de ‘Chaos’-trilogie dus geen epische strijd tussen Goed en Kwaad, maar een veel reëler en ook actueler beeld van oorlog.

Je eigen denkbeelden vormen

De verloren spanning wordt ruimschoots goedgemaakt in deel drie, Lawaai dat nooit stopt. In dit boek moeten de twee partijen samenwerken tegen een gemeenschappelijke vijand, de Spakkels. Die hebben een gigantisch leger verzameld en zijn uit op wraak. Ook in dit deel komt er een nieuwe verteller bij, die we al kennen uit deel twee. Het is 1017, de enige Spakkel die het concentratiekamp heeft overleefd. Daarmee krijgt ook de derde partij een stem, en wel een hele bijzondere. De Spakkels, of ‘Het Land’, zoals ze zichzelf noemen, communiceren als één groep via een democratisch gekozen leider, ‘De Lucht’. De Herrie is hun enige communicatiemiddel, ze ‘tonen’ in plaats van te spreken. Doordat ze andere benamingen voor eerder geïntroduceerde termen gebruiken (‘De Kaalslag’ voor de mensen, ‘De Terugkeer’ voor 1017, ‘Het Mes’ voor Todd…) voelt het voor de lezer alsof hij een nieuwe taal aanleert; het kost opnieuw even tijd om aan de bevreemdende vertelstijl te wennen.
Via het personage 1017 komt Ness terug op een cruciale gebeurtenis uit het eerste deel van de trilogie, namelijk de allereerste confrontatie tussen Todd en een Spakkel. De naïeve Todd voelde destijds een intense haat jegens het angstige wezen, wiens soort hij verantwoordelijk achtte voor de moord op zijn moeder, en stak het ter plekke dood — een beslissing die hij gedurende de rest van de trilogie betreurt. In het concentratiekamp zien de Spakkels in Todds Herrie wat er gebeurd is, maar voor 1017 is zijn berouw geen reden voor vergiffenis. Integendeel, hij haat Todd juist het ergste van alle mensen, omdat hij volgens hem wél een geweten heeft, maar daar niet naar handelt: ‘De rest is niet meer waard dan hun lastdieren […] maar het ergst is degene die beter weet maar níéts doet.’ 1017 weet echter niet dat Todd de Spakkels juist probeert te helpen door mee te doen aan de wreedheden in het concentratiekamp. Hij behandelt hen zo humaan mogelijk en beschermt hen tegen Davey Prentiss, het etterige zoontje van de burgemeester: ‘Als ik het niet doe […] dan komt d’r gewoon iemand anders die het een zorg zal wezen of het zeer doen. Dan kunnen ze beter mij hebben […]’ Maar Todds goedbedoelde acties lopen fataal af wanneer hij een Spakkel — uitgerekend 1017s geliefde — probeert te redden van een sadistische grap van Davey. 1017 houdt Todd onterecht verantwoordelijk voor de dood van zijn ‘enige’ en zint op wraak, net zoals Todd aanvankelijk deed bij de Spakkels. Beide jongens handelen zonder dat ze de hele waarheid kennen, waarmee Ness aangeeft hoe geweld, en bij uitbreiding oorlog, dikwijls gebaseerd is op onbegrip.
Daarnaast keert in dit deel steeds de vraag terug of je oorlog persoonlijk mag maken. Vooral Viola is hier veel mee bezig. Ze stelt de vraag aan talloze personages, maar krijgt geen eenduidig antwoord. Opnieuw laat Ness het dus aan de lezer over om zijn eigen conclusies te trekken — volwassen worden betekent immers je eigen denkbeelden leren vormen, en dat geldt evengoed voor de personages als voor de lezer. Meer nog dan de voorgaande delen zet Lawaai dat nooit stopt aan tot nadenken over rechtvaardigheid, en daarmee is het voor mij het beste en ook meest volwassen boek uit de reeks.

Zure bijsmaak

Door het complexe taalgebruik van de diverse personages zal de vertaling van de ‘Chaos’-trilogie beslist een uitdaging geweest zijn. Dat Ineke Lenting slechts drie maanden tijd per boek kreeg om deze klus te klaren, is dan ook onbegrijpelijk. Over het algemeen heeft ze zich hier heel knap doorheen geslagen — vooral haar vertaling van Todds taalgebruik verdient complimenten —, maar wat betreft namen of uitdrukkingen is ze niet altijd even consistent. In Het mes dat niet wijkt vertaalt ze ‘The Land’ als ‘Het Volk’, om dit vervolgens in deel drie te veranderen in ‘Het Land’ en zo het verband met ‘The Sky’ (‘De Lucht’) te behouden; in Het donkere paradijs vertaalt ze ‘boy colt’ heel mooi als ‘mensveulen’, om dan in Lawaai dat nooit stopt bij de term ‘girl colt’ toch te kiezen voor ‘meisjesveulen’.
Aan dit soort kleine inconsequenties merk je dat ze de serie echt per boek vertaald heeft, in plaats van eerst de volledige
Engelse trilogie te lezen, die al in zijn geheel verschenen was toen ze aan haar eerste
vertaling begon. Daardoor proef je als lezer de vaart die achter de Nederlandse publicaties zit, de zure bijsmaak van een gelikte marketingcampagne. Ik vind dat persoonlijk een blaam op zo’n meesterwerk en geef de voorkeur aan de originele boeken, maar desalniettemin blijven ze ook in vertaling uitzonderlijk goed. Zo’n rijk, actueel en haast filosofisch verhaal verzinnen en dit vervolgens in zo’n experimentele doch meeslepende vorm gieten, getuigt van het grootst mogelijke schrijftalent.


Patrick Ness, Het mes dat niet wijkt, Moon Amsterdam, 2013, 479 p., € 19,95. ISBN 9789048816262. Vert. van: The knife of never letting go door Ineke Lenting. Distributie: Agora Uitgeverscentrum

Oorspronkelijk verschenen in de Leeswelp 2013

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 5, MEI 2020

De lus

Martha Heesen

In galop het duister in

Baltasar Porcel

Jaag je ploeg over de botten van de doden

Olga Tokarczuk

Melancholie II

Jon Fosse

Verdwijnpunt

Wytske Versteeg

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 5, MEI 2020

De fantastische vliegwedstrijd

Tjibbe Veldkamp, Sebastiaan Van Doninck (ill.)

De verhuisdieren

Pieter van den Heuvel

Doe die deur dicht

Koen Van Biesen

Dokter Vos

Daan Remmerts de Vries

Waar mijn vrienden wonen

Cláudio Thebas, Violeta Lópiz (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri