Adolescenten

Kevin Brooks: Naked

door Kyra Fastenau

14+ - Sinds zijn debuutroman Martin Big (De Harmonie, 2003) is Kevin Brooks een begrip in de young adult-literatuur. Zijn boeken kenmerken zich door een rijke thematiek, sterke personages en een zeer vlotte schrijfstijl, waarmee hij bewijst dat inhoudelijke diepgang de vaart van het verhaal geenszins hoeft te belemmeren. In zijn recentere romans reflecteert Brooks steeds op een bepaald thema, zoals religie in Dood aan God (2011) en geweld in iBoy (2012). Zijn talent blijkt vooral uit de scherpzinnige manier waarop hij zijn onderwerpen presenteert. Zo toont hij in Dood aan God aan dat het geloof niet alleen een bron van kracht, maar ook van destructie kan zijn, een verslaving. En iBoy is meer dan een spannend superheldenverhaal, omdat de held worstelt met de vraag of het wel rechtvaardig is om geweld met geweld te bestrijden. Ook Brooks’ nieuwste roman Naked heeft zo’n centraal thema: het is een portret van rebellie in verschillende gradaties.
Het verhaal speelt zich af in het Londen van 1976, tijdens de opkomst van de punkscene. Brooks heeft duidelijk zijn huiswerk gedaan en weet de broeierige sfeer van die tijd perfect te treffen. Londen is als een snelkookpan die op het punt staat over te lopen: de plotselinge opkomst van een nieuwe, rebelse generatie zet de mode- en muziekwereld op zijn kop, tegen de achtergrond van een zinderende hittegolf. De beschrijvingen van de diverse optredens zouden niet misstaan in de Rolling Stone of NME, en alle sleutelfiguren uit de Londense punkscene passeren de revue: Malcolm McLaren en zijn Sex Pistols, Vivienne Westwood, The Clash, de Buzzcocks, Siouxsie and the Banshees… Aan dit rijtje voegt Brooks de fictieve band Naked toe, geleid door de schooljongen Curtis Ray. Curtis is het prototype van de anarchistische punker: hij struint alle feestjes af, pompt zichzelf vol met drank en drugs, lokt regelmatig gevechten uit en ramt zonder gêne andermans gitaren kapot. Dat hij uit een zeer conservatief nest komt en zich afzet tegen zijn strenge opvoeding, hoeft niet te verwonderen.
Het verhaal wordt verteld door Lili Garcia, die terugblikt op het jaar dat ze zeventien werd en deel uitmaakte van Naked. Ze beschrijft hoe Curtis haar ontdekt terwijl ze pianospeelt in het muzieklokaal en zo onder de indruk is dat hij haar overhaalt om de bassiste van zijn band te worden, ook al heeft ze nog nooit een noot op de bas gespeeld. De twee krijgen een relatie, maar al gauw blijkt dat ze eigenlijk niet bij elkaar passen. In tegenstelling tot Curtis moet Lili namelijk niets hebben van seks, drugs en rock ’n roll. Vermoedelijk heeft dit te maken met haar eigen familiegeschiedenis. Haar vader, een bekend filmregisseur, liet haar moeder, een voormalig topmodel, nog voor Lili’s geboorte in de steek. Haar moeder is die breuk nooit te boven gekomen en heeft zich op verdovende middelen gestort, wat mogelijk verklaart waarom Lili zelf nooit verder gaat dan het roken van een jointje. Voor haar betekent opstandigheid juist een zo normaal mogelijk leven ambiëren: ‘Ik dacht dat ik al de gebruikelijke ‘terug-naar-schoolkletspraat heel saai zou vinden […] Maar toen, na een tijdje, besefte ik dat ik het eigenlijk best leuk vond. […] Het was gewoon.’ Dat Lili desondanks niet weggaat bij de egocentrische Curtis, wijt ze eveneens aan haar liefdeloze opvoeding: ‘[…] ik weet wel dat het voor een groot deel kwam doordat ik daarvoor nooit veel liefde had gekend — opgroeiend zonder vader en een niet veel voorstellende moeder — en nu ik in elk geval iets van liefde had gekregen, kon ik gewoon niet zonder.’
Maar dan verschijnt William Bonney op het toneel. Deze Noord-Ierse immigrant passeert toevallig het kraakpand waar Naked op dat moment audities houdt voor een nieuwe gitarist, speelt een paar riedeltjes en wordt op slag het tweede muzikale genie van de band. Lili is direct geïntrigeerd door William, omdat hij wordt omgeven door mysterie. Curtis wil dolgraag cool zijn, maar William is cool. Hij is niet alleen degene die een bezopen Curtis redt uit de klauwen van een groep agressieve skinheads, maar ook degene die de band uiteindelijk op het niveau van de Sex Pistols brengt, en dat beseft Curtis maar al te goed. Hij is jaloers en zijn problematische relatie met William is er een die in veel bands voorkomt, denk maar aan Bono en The Edge in U2 of John Cale en Lou Reed in The Velvet Underground. Dat er vervolgens een driehoeksverhouding tussen Lili en de twee jongens ontstaat, is alvast geen verrassing.
Het geheim dat William verbergt, laat zich al even gemakkelijk raden. Hij is betrokken bij de Provisional IRA, een terroristische afsplitsing van het Ierse onafhankelijkheidsleger. Zijn moeder werd vermoord door protestanten, waarna zijn vader zich aansloot bij de IRA. Toen hij vervolgens verliefd werd op een protestante vrouw en zich uit de organisatie wilde terugtrekken, werd hij geliquideerd. William vluchtte met zijn jongere broertje en stiefmoeder naar Londen. Toen hij daar de vermoedelijke moordenaar van zijn vader tegen het lijf liep, sloot hij ook zich aan bij de IRA — deels omdat hij sympathiseert met het nationalistische gedachtegoed, deels omdat hij via infiltratie de dood van zijn vader hoopt te wreken.
Net als Curtis is William dus een rebel, maar dan op een ander niveau. Door de opkomst van de punkscene te spiegelen aan de terreuracties van de IRA, tilt Brooks de opstandigheid naar een politiek niveau. Met als resultaat dat de acties van de punkers niet alleen vrij onschuldig lijken — verder dan wat smijten met glazen of een borst ontbloten komt het niet —, maar vooral onzinnig. Ze missen een gegronde reden. William verzet zich tegen de gevestigde orde uit liefde voor zijn ouders en vaderland, terwijl Curtis enkel uit lijkt op stennis schoppen en roem. En doordat Lili en William beiden beseffen dat er belangrijker dingen in het leven zijn dan een platendeal, groeien ze naar elkaar toe. Geleidelijk aan nemen ze elkaar steeds meer in vertrouwen, geven ze zich aan elkaar bloot. Hieruit blijkt ook de dubbele betekenis van de romantitel: ‘naakt’ is een vorm van provocatie, maar ook een vorm van kwetsbaarheid. Het vergt lef om uit de kleren te gaan, maar moed van een ander soort om iemand je geheimen te vertellen.
Of is Curtis misschien minder oppervlakkig dan hij op het eerste gezicht lijkt? Immers, de songtekst van zijn hit ‘Naked’ lijkt, zoals William al insinueert, wel heel erg op het gedicht ‘Enfance’ (‘Kindertijd’) van Arthur Rimbaud: ‘IDLE BLACK EYES / AND DRUG-YELLOWED SKIN / THE DREAM FLOWERS DIE / ON HER COLD NAKED SKIN’ — vergelijk: ‘Deze godin met zwarte ogen en gele haardos […] de droombloemen tinkelen, schitteren, fonkelen […]’ (Rimbaud in een vertaling van Paul Claes). De Franse dichter staat bekend als een van de voorlopers van het modernisme en kan in die zin dus ook als een soort rebel gezien worden. Misschien dat hij daarom een inspiratiebron was voor diverse muzikanten: Bob Dylan, Patti Smith en Jim Morrison — de dood van die laatste vertoont trouwens opvallende overeenkomsten met die van Curtis én William.
De dood hangt als een zwaard van Damocles boven het verhaal, omdat je als lezer natuurlijk aanvoelt dat het met die opstandige personages niet goed zal aflopen. En toch blijf je daarop hopen, dankzij het enigszins open einde. In feite deel je de hoop van de twee rebellen, die beiden hun doel bereiken, maar dit (vermoedelijk) wel met de dood moeten bekopen. Echter, in die korte tijd hebben ze wel écht ergens voor geleefd — hetzij roem, hetzij vergelding. Dit in tegenstelling tot Lili, die de hele roman lang nogal doelloos lijkt. Alleen haar kortstondige romance met William lijkt haar leven zin te geven, maar die liefde wordt haar bruut ontnomen en die klap komt ze — net als haar moeder — nooit te boven. ‘Leven en dood […] het één kan niet zonder het ander’, zegt Lili tegen het einde van het boek. En wat is dan erger? Sterven voor je idealen, of niets hebben om voor te leven?
Genoeg om over na te denken dus. Brooks biedt ons opnieuw op een rijk en spannend verhaal met aansprekende personages en een haast tastbare setting. Ook de dialogen overtuigen, gekleurd door de jongerentaal van toen (‘alles kits?’, ‘puik’). Lili’s vertelstem daarentegen rammelt. Inmiddels moet ze zo’n vijftig jaar zijn, maar ze klinkt soms als een hedendaagse puber: ‘Natuurlijk zeg ik niet dat ik me plotseling realiseerde dat ik een fantastisch leven had, of zo.’ Of erger: ‘Als het woord duh! toen bestaan had, had ik het gezegd…’ Het lijkt erop dat Brooks zich de tienerstem zo eigen gemaakt heeft, dat hij hem maar moeilijk kan loslaten. Maar dat is slechts een schoonheidsfout in een verder uitstekende roman, waarmee Kevin Brooks opnieuw bewijst dat hij met kop en schouders boven het maaiveld van de hedendaagse jongerenliteratuur uitsteekt.


Kevin Brooks, Naked, De Harmonie Amsterdam, 2013, 383 p., € 17,9. ISBN 9789076168555. Vert. van: Naked door Jenny De Jonge. Distributie: Elkedag Boeken

Oorspronkelijk verschenen in de Leeswelp 2013

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 6, JUNI 2020

Alleen de bergen zijn mijn vrienden

Behrouz Boochani

Autobiografie van een lijk en andere verhalen

Sigizmoend Krzjizjanovski

De straffeloze

Huub Beurskens

De zwarte klok

Paulus Hochgatterer

Tegendraads

Mia Doornaert

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 6, JUNI 2020

De gemene moord op Muggemietje

Ted van Lieshout

De vuurvogel

Bette Westera, Djenné Fila (ill.)

Het fortuin van Fausto. Een fabel verbeeld

Oliver Jeffers

Oorlog in inkt

Annemarie van den Brink, Suzanne Wouda, Steef Liefting (ill.)

Patrick

Annelies Verbeke

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri