Vanaf zes jaar

JEUGDBOEKEN NR. 2, FEBRUARI 2016

Edward van de Vendel, Floor de Goede (ill.): Sofie en het geheime paard

door Karen Woets

6+  
 
  7+ - In 2011 verscheen Sofie en de pinguïns, waarin de achtjarige Sofie zich ontpopte tot een dierenactiviste en het plan opvatte om pinguïns uit het circus te bevrijden en naar de dierentuin te brengen. Het verhaal werd verteld in woorden, illustraties en strips, en aangevuld met een humoristische fotostrip over pinguïns en met informatieve stukjes tekst als ‘weetjes’ in aparte kadertjes. Sinds 2011 verschenen Sofie en het vliegende jongetje (2012), Sofie en het ijsbeertje (2013) en Sofie en de dolfijnen (2014), en recent dus Sofie en het geheime paard (2015). In elk boek krijgt Sofie er een dier bij om van te houden, maar dat pinguïns haar lievelingsdieren zijn en blijven, staat als een paal boven water. Het is niet voor niets dat Sofie’s oma haar liefkozend ‘pinguïnnetje’ noemt.
 
Sofie en het geheime paard bevat wederom alle ingrediënten waardoor dit een aantrekkelijke serie is om voor te lezen aan zesjarigen, en zelf te lezen vanaf een jaar of acht: een eigenzinnige hoofdpersoon, die nadenkt, gevoelig is én over de nodige fantasie beschikt, trouwe (maar wel een beetje drukke en soms maffe vrienden), een liefdevolle thuisomgeving, dieren, een avontuur en een aantal geheimzinnigheden.   
 
In dit vijfde verhaal is Sofie inmiddels 9 jaar. Samen met vaste vrienden Billie en Timmie én met Ulrik, de zoon van oma’s werkster, gaat ze op avontuur na de ontvangst van een brief over een dier in nood. Het is een avontuur waarover ze niets mogen vertellen aan volwassenen. Het dier dat blijkbaar hun hulp hard nodig heeft, is een paard in een weitje tussen twee spoorbanen in. Wat het dier precies nodig heeft, ontdekken ze zelf: ten eerste drinkwater in een oude badkuip, en vervolgens gezelschap van een ander dier. En als ze denken dat alles geregeld is en dat ze de nog onbekende eigenaar duidelijk kunnen gaan maken dat het dier in nood was, blijkt de werkelijkheid heel anders te zijn dat ze hadden kunnen vermoeden.  
 
Ondanks de stripachtige manier waarop de kinderen zijn getekend, met bijvoorbeeld grote ogen en gezichtsuitdrukkingen die met zeer beperkte middelen duidelijk zijn gemaakt, zijn de kinderen wezens van vlees en bloed, met hun eigen kenmerken, angsten en wensen. De kinderen delen veel met elkaar en komen op de juiste momenten voor elkaar op. Ze zijn echte vrienden dus. De vertelling bestaat voor het grootste gedeelte uit dialogen, wat het aantrekkelijk maakt om voor te lezen. De tekeningen dienen niet alleen ter illustratie, maar maken vaak een integraal onderdeel uit van het verhaal. Hoewel de fotostrip over pinguïns gaat, gaan ze bijna terloops wel over de thema’s die in het verhaal een rol spelen: vriendschap, het hebben van een huisdier en het overwinnen van angsten. Het verhaal als geheel is een knappe combinatie van thema’s die ertoe doen in een kinderleven, een genre dat veel kinderen aanspreekt (avonturen) en een aantrekkelijke vertelstijl (ernst en humor).  
 
Amsterdam : Querido 2015, 129 p. : ill. ISBN 9789045118734  

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 7, JULI 2020

Brieven in de nacht

Hoda Barakat

De onvolmaakten

Ewoud Kieft

De poort

Natsume Sōseki

Het verschroeide land

Emiliano Monge

Ieder zijn eigen meer

Nenad Joldeski

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 7, JULI 2020

Dick Bruna

Bruce Ingman, Ramona Reihill

Het boek van Jongen

Catherine Gilbert Murdock, Ian Schoenherr (ill.)

Ik heet Reinier en ons huis is afgebrand

Joke van Leeuwen

Offerkind

Rob Ruggenberg

Vogel Vliegop

Julia Donaldson, Catherine Rayner (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri