Peuters en kleuters

JEUGDBOEKEN NR. 4, FEBRUARI 2016

Imme Dros, Harrie Geelen: Karel Appel uit de kapperszaak in de Dapperstraat

door Jan Van Coillie

5+ - ‘Jan Appel, kapper in de Dapperstraat
die scheert, knipt en kapt van vroeg tot laat
Hij heeft een zoon Karel die als hij sterft
de kapperszaak in de Dapperstraat erft.’

Mooi niet dus. Karel gaat zijn eigen weg. Als dreumes veegt hij nog het haar bij elkaar, maar daar maakt hij al vormen mee en later schildert hij samen met zijn oom en naamgenoot. Eenmaal vijftien vertelt hij zijn vader ‘waar het op staat:/ ‘Ik word geen kapper in de Dapperstraat!’ In deze regels steekt meteen de kern van het boek. Karel is een groot kunstenaar geworden omdat hij zijn eigen weg is durven gaan. In een interview met Radio Een antwoordt Imme Dros op de vraag wat ze met het boek aan kinderen wil vertellen:   
‘Ik vertel het niet zozeer aan kinderen. Maar als er iets instaat waar kinderen iets aan zouden kunnen hebben, dan is het dat, als je doet wat je zelf wil doen, en je gaat door roeien en ruiten desnoods, dat je dan het gelukkigst wordt. […] Je moet een stuk van jezelf bewaren voor datgene wat je het liefste doet.’
  
De berijmde tekst van Imme Dros geeft het verhaal iets speels en lichtvoetigs dat past bij Appels werk, al steken er enkele zwakke plekken in, waar het verhaal ongewild iets gekunstelds krijgt zoals in de volgende regels: ‘De schrik bij kapper Jan Appel is groot. /  
Geen sprake van, je verdient geen droog brood!’,  of  ‘Voor Karel kan de toekomst beginnen. / Hij beeldhouwt, schildert op hout en linnen. Het speelse van Appels beelden verwerkt Dros in haar taal, bijvoorbeeld als ze de kritiek op Appels werk samenbalt in de zin: ‘Geen kunst aan, dat kan mijn zoontje van vier.’ Wat verder refereert ze aan het schandaal rond Appels werk ‘Vragende kinderen’ in de kantine van het Stadhuis in Den Haag. Omdat het personeel het maar niets vond, verdween het jarenlang onder behang. Ze verwerkt ook beroemde uitspraken van de kunstenaar zelf, waaronder misschien wel zijn bekendste: ‘Ik rotzooi maar zo’n beetje an.’ Het is een uitspraak die overigens niet klopt. De tentoonstelling in het Gemeentemuseum maakt heel duidelijk hoe Appel soms al jaren voordien voorstudies maakte. Het verhaal eindigt met een variant op ‘wie schrijft, die blijft’:  
 
‘Zijn leven werd al geschiedenis.
Zijn werk is wat van hem over is.
En daar waar het Karel Appelhuis staat,
was een kapperszaak in de Dapperstraat.’
 
Daarmee is de cirkel rond, wat Dros ook de gelegenheid geeft om haar voorliefde voor klankspel nog eens in de verf te zetten, de slotregels zijn een en al klank. De kernregels staan echter op de bladzijde ervoor, als een versterkte echo van wat Karel zijn vader vertelde. Ze ballen de boodschap voor de jonge lezer samen:  
 
‘Als kind had hij maar een enkele wens:
elke dag schilderen ook als groot mens,
te doen en te maken wat hij graag wou.
Hij bleef die droom en zichzelf altijd trouw.’
  
De tekst van Imme Dros is zeker verdienstelijk, maar wat het boek echt bijzonder maakt zijn de illustraties van Harrie Geelen. Op het eerste gezicht denk je: dit is werk van Appel. Als je ze aandachtiger bekijkt, zie je al gauw dat de schilderijtjes enkel op diens werk lijken. Maar verwantschap is er. Ook Geelen schildert graag met grove borstelstreken en ook zijn werk doet vaak abstract aan en is geïnspireerd door kindertekeningen en primitieve kunst. De uitspraak van Cornald Maas in de Volkskrant over Geelens Herman het kind en de dingen (1993) had ook over het werk van Appel kunnen gaan: ‘Harrie Geelen illustreert er letterlijk en figuurlijk de expansiedrift van zijn talenten mee.’ Geelen gebruikt in dit prentenboek een vergelijkbare expressieve stijl als Appel en een gelijkaardig kleurgebruik. Hij refereert ook aan zijn beroemde kunstwerken zoals ‘Vragende kinderen’ en ‘Vrijheidsschreeuw’. En ook hij laat zich inspireren door Afrikaanse maskers. Ten slotte laat hij terecht ook meerdere kanten van Appels kunstenaarschap zien, zo schildert hij ook op een pot en maakt hij een kunstwerk van gebruiksvoorwerpen. Op de slotpagina maakt hij een collage van clowneske figuurtjes die over het blad lijken te zweven rondom een kunstenaar aan het werk, als een speels eerbetoon aan de ongebreidelde fantasie.  
 
Karel Appel uit de kapperszaak in de Dapperstraat is het vijftiende deel in de serie kinderkunstboeken van het Gemeentemuseum Den Haag in samenwerking met uitgeverij Leopold, na prentenboeken over onder meer Mondriaan, Ensor en Vermeer. Het boek verschijnt ter gelegenheid van de tentoonstelling over Appel naar aanleiding van zijn tienjarig overlijden. De tentoonstelling loopt nog tot 16 mei. Wie meer wil weten over de kunstenaar, kan zich ook de ‘volwassen’ catalogus aanschaffen, een schitterend overzichtswerk, maar wel minder leuk en minder ‘dapper’ dan dit verfrissende kinderboek.  
 
Amsterdam : Leopold 2016, 26 p. [ill.]. ISBN 9789025868703 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 10, NOVEMBER 2020

Gesmoorde woorden

Olivier Rolin

Het verdriet van Spanje

Christiane Stallaert

Op weg naar De Hartz

Wessel te Gussinklo

Precieuze mechanieken. Nieuwe gedichten

Erwin Mortier

Tien jaar later

Harry Mulisch

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 10, NOVEMBER 2020

De Baron von Münchhausen

Wouter Deprez, Randall Casaer (ill.)

Gloei; interviews en gedichten.

Edward van de Vendel, Floor de Goede (ill.)

Het sleutelbeengebaar

Hilde Van Cauteren

Sterker dan elk afscheid

Enrico Galiano

Woorden temmen: Van kop tot teen

Charlotte Van den Broeck en Jeroen Dera

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri