Adolescenten

JEUGDBOEKEN NR. 5, MAART 2016

Esther Walraven: Daan & Nadia

door Karen Woets

14+ - Jeugdboeken waarin een ernstige ziekte of een andersoortige traumatische ervaring een van de hoofdthema’s vormt, zijn er al enige tijd. De laatste tijd verschijnen er echter opvallend veel verhalen waarin twee hoofdpersonen, ieder met hun eigen innerlijke of uiterlijke litteken, elkaar vinden. Zo ook in Daan & Nadia van gezondheidswetenschapper en jeugdboekenauteur Esther Walraven.
  
De 17-jarige Daan zit in het eindexamenjaar van de havo. Hij groeit op in een typisch jongensgezin, heeft hartelijke ouders, is sportief en ook nog succesvol als gitarist in een band. Nadia, 15 jaar, komt elke dag in een kil huis thuis, waarin de vader ook afwezig lijkt als hij er is, en waarin de moeder soms weken niet echt met haar dochter spreekt. Sinds Nadia zich een gothic stijl heeft aangemeten, heeft ze geen vriendinnen op school of daarbuiten. Als gevolg van grensoverschrijdend gedrag van de jongste broer van haar moeder, oom Gert, snijdt ze zichzelf.
 
Wat ik hier samenvat, is niet wat je als lezer op een presenteerblaadje van de auteur krijgt aangereikt: je ontdekt langzaam alle puzzelstukjes die het beeld van de twee hoofdpersonen steeds completer maken. Het verhaal begint met de ziekenhuisopname van zowel Daan als Nadia. Daan wordt onwel na een optreden en er wordt eerst uitgegaan van alcoholvergiftiging. Nadia heeft een overdosis medicijnen genomen en zichzelf in haar polsen gesneden. Ze liggen in kamers tegenover elkaar. Ze zijn meteen geïntrigeerd door elkaar, maar van een echt gesprek is in het ziekenhuis geen sprake. Gesprekken komen er later pas, als Daan weer thuis is, maar wel met de diagnose hersentumor. Afwisselend vertellen Daan en Nadia in de ik-vorm, in een of twee korte hoofdstukken, over de zich ontwikkelende vriendschap en hun omgang met respectievelijk een potentieel dodelijke ziekte en een depressie. Dit doen ze gedurende drie seizoenen, wat ook de indeling van het verhaal is: winter, lente en zomer.  
 
Esther Walraven heeft een gedetailleerde en tevens vlotte vertelstijl. Hoewel die af en toe wat clichématig overkomt, weet ze wel treffend te verwoorden hoe schuchter jonge mensen zich vaak kunnen voelen en gedragen in de nabijheid van iemand op wie ze eigenlijk stapelgek zijn: 
 
‘Ik voel een zenuwachtig fladderen in mijn borst. Zou hij me gaan zoenen? En wil ik dat wel? Snel sla ik mijn ogen neer. Ik durf hem niet meer aan te kijken en frutsel wat met mijn jas. Daans hand glijdt van mijn schouder en hij doet een stap naar achteren. Als ik weer opkijk zie ik hem verlegen naar me lachen’

Zoals door jongvolwassen lezers op diverse eigen sites is opgemerkt, is de vertelstijl mogelijk iets te ‘jong’ voor de hoofdpersonen, of ten minste voor de beoogde lezersgroep van ‘young adults’, al wordt het boek, gek genoeg, al gepromoot voor lezers vanaf 11 jaar. Zoals hierboven opgemerkt, lijkt de manier waarop Daan en Nadia zeer stapsgewijs hun vriendschap en liefde kenbaar maken, zeer sterk op puberliefde. Daar past ook wellicht bij dat Nadia heel lang voor zich houdt wat er nu precies tussen haar oom en haar is voorgevallen en waardoor ze depressief is geraakt. Op het moment dat ze het Daan wel toevertrouwt, weet Daan haar nog wel wijze raad te geven, maar kan hun liefde niet meer echt een kans krijgen, omdat Daan dan al weet dat hij niet lang meer te leven heeft. Nadia verandert ondertussen steeds meer in iemand die wel in zichzelf en het leven gelooft, en is daardoor vaak meer met zichzelf bezig dan met Daan, die haar aandacht misschien nog wel meer nodig heeft.  
 
Een vondst zijn de grijsgetinte pagina’s: afhankelijk van hoe Daan en Nadia ervoor staan, zijn die pagina’s lichter of donkerder grijs. Waar Walraven opvallend sterk in is, is het beschrijven van de behandelingen die Daan ondergaat: bestralingen en chemokuren. In haar nawoord bedankt de auteur medewerkers van een oncologiecentrum. Wat ze hier heeft gehoord en gezien heeft ongetwijfeld bijgedragen aan de realistische beschrijving van wat de behandelingen inhouden, maar vooral wat ze teweegbrengen bij degene die ze helaas moet ondergaan.  
 
Houten : Van Goor 2016, 268 p. ISBN 9789000346417 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 6, JUNI 2020

Alleen de bergen zijn mijn vrienden

Behrouz Boochani

Autobiografie van een lijk en andere verhalen

Sigizmoend Krzjizjanovski

De straffeloze

Huub Beurskens

De zwarte klok

Paulus Hochgatterer

Tegendraads

Mia Doornaert

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 6, JUNI 2020

De gemene moord op Muggemietje

Ted van Lieshout

De vuurvogel

Bette Westera, Djenné Fila (ill.)

Het fortuin van Fausto. Een fabel verbeeld

Oliver Jeffers

Oorlog in inkt

Annemarie van den Brink, Suzanne Wouda, Steef Liefting (ill.)

Patrick

Annelies Verbeke

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri