Vanaf negen jaar

JEUGDBOEKEN NR. 7, MEI 2016

M.G. Leonard: Keverjongen

door Frauke Pauwels

Net zoals ik wijn wel eens durf te kiezen op basis van het mooie etiket, kan een boek me verleiden met zijn vormgeving. Zo ging het ook met Keverjongen. Dat stevig ogende boekblok met blauwe opdruk op snee, de speelse roestoranje kaft en de naïeve tekening van een jongen met neushoornkever op het hoofd: het werkte. Een tikje argwanend werd van ik de buzz errond – vertaalrechten meteen verkocht aan 25 landen, overvloedig genoemd op sociale media, vermelding in DWDD... De achterflap doet daar nog een schep bovenop. Die zet Keverjongen neer als ‘het eerste deel van een spannende serie vol humor, echte vriendschap en superslimme insecten. Voor de fans van Roald Dahl en voor heel veel andere lezers’. Dat is, geef toe, geen bescheiden opzet. 
Toch lost het boek flink wat van de verwachtingen in. Keverjongen is een vlot avontuur, dat met de nodige stereotiepe elementen de lezer een herkenbaar verhaalpatroon biedt. Darkus’ vader verdwijnt op een dag spoorloos. Aangezien zijn moeder overleden is, komt Darkus onder de voogdij van zijn oom te staan, een archeoloog die haastig komt overgevlogen vanuit de Sinaï-woestijn en meteen aangeeft geen kinderen gewoon te zijn. Dat ‘verstrooide wetenschapperschap’ lijkt overigens in de genen te zitten: ook Darkus’ vader wordt getypeerd als een verstrooide professor, ‘een man die aan de eettafel oude boeken las en gebakken ei in zijn baard morste’, en Darkus zelf aardt ook niet erg tussen andere kinderen. Zijn korte passage langs een nieuwe school blijkt echter net lang genoeg om vrienden te vinden die hem in de speurtocht naar zijn vader bijstaan. Er is de uitbundige Virginia, middelste kind van een groot gezin met ‘dat syndroom waarbij je een beroemde ontdekkingsreiziger moet worden of de wereld rond moet zeilen om aandacht te krijgen’. Daarnaast is er de nerdy Bertolt, bijgenaamd Einstein, die ‘voor zijn plezier “werkende prototypes van nieuwe uitvindingen die vlammen of explosieven werpen” bouwde’. Beide kinderen zitten de buitenstaander Darkus als gegoten en vormen daarmee de zoveelste variant op het groepje achtergeschoven kinderen dat in een boek eindelijk de bovenhand kan halen.

Die herkenbare karakterisering zit het verhaal echter niet in de weg, eerder integendeel. Het verhaal komt snel op gang en houdt het tempo er aanvankelijk goed in: al in de eerste zin wordt de verdwijning genoemd, oom Max is er enkele pagina’s later, en weer wat verder spelen ook Virginia en Bertolt mee. Nadat ook de buren zijn ingeleid, eeuwig ruzieënde neven Humphrey en Pickering, gaat de bal echt aan het rollen. Darkus vindt een kever met wie hij kan communiceren, noemt hem Baxter en adopteert hem als huisdier. Dat dit hoornige beest in het verhaal een belangrijke rol zal krijgen is meteen duidelijk. Keverjongen maakt het de lezer dan ook nergens moeilijk. Heel wat bekende motieven worden hernomen en wat er te gebeuren staat, wordt overvloedig geseind. Toch slaagt M.G. Leonard erin het boeiend te houden. Baxter vormt dan ook slechts de voorbode van een ‘leger’ insecten dat gemanipuleerd is tot het een vorm van intelligentie bezit, en zo genoeg mogelijkheden heeft om het verhaal spannend én komisch te maken. Hoewel genetische manipulatie en de ethische grenzen van wetenschappelijke vraagstukken voorzichtig worden aangeraakt, exploreert M.G. Leonard die niet ten volle. Dat is spijtig, want daarmee had de auteur het boek misschien wel boven de middenmaat kunnen uittillen — en kunnen voorkomen dat het boek even voorbij de helft aan spankracht verliest en zelfs wat gaat vervelen.

En Roald Dahl dan? Dat is, of wat dacht u, hoog gemikt. Het filmische Keverjongen deelt met Dahls oeuvre de excentrieke figuren en humor en spanning op het randje van gruwel. Denk maar aan hoe Humphrey en Pickering de betrapte Darkus bedreigen, aarzelend tussen door de worst draaien of insmeren met cranberrysaus tot de insecten ‘smikkelen van je spieren tot alleen je miezerige botten over zijn’. Of aan een personage als Lucretia Cutter — bij een mogelijke verfilming vast een genot voor de kostuumafdeling én de vertolkende actrice: de gitzwarte modeontwerpster en voormalig wetenschapster bevreest én intrigeert.

Insecten zitten de laatste jaren duidelijk in de lift: we moeten ze meer gaan eten, ze vormen motieven en patronen op designvoorwerpen en textiel, ze duiken op in boeken. Met Keverjongen schreef M.G. Leonard een boek dat past in die hype. Wil ze een grote schare fans strikken, dan zullen de vervolgdelen echter niet te lang op zich mogen laten wachten. Darkus, Baxter en zijn vrienden weten voor (bijna) de duur van het verhaal te boeien, maar echt beklijven doet het boek niet. Om lezers écht in te pakken, moet het verhalenweb sterker gesponnen zijn.

Amsterdam : Querido 2016, 284 p. : ill. Vert. van: Beetle boy door Esther Ottens. ISBN 9789045119045

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 9, OKTOBER 2020

De Ghanese diaspora in het werk van Yaa Gyasi

Ontworteling en identiteit

De opgang

Stefan Hertmans

Het hele leven

Bart Moeyaert, Peter Van den Ende (ill.)

Het huis met de kersenbloesem

Sun-mi Hwang

Het leven speelt met mij

David Grossman

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 9, OKTOBER 2020

De lijst van dingen die niet zullen veranderen

Rebecca Stead

Dier vrienden. Een boek vol beestige duo's

Coco & June

Het geheim van de tuin

Jan Paul Schutten, Joris Bijdendijk, Floor Rieder (ill.)

Over het werk van Joukje Akveld

Speels, scherpzinnig en met heldere inzichten

Stilte heeft een eigen stem

Ruta Sepetys

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri