Vanaf twaalf jaar

JEUGDBOEKEN NR. 12, NOVEMBER 2016

Brian Selznick: De Wonderlingen

door Frauke Pauwels

12+ - Een storm, een schipbreuk, een eiland. Het is een vertrouwd vertrekpunt voor avonturenverhalen, maar de manier waarop Brian Selznick dit in De Wonderlingen – letterlijk – in beeld brengt, is bijzonder, en tegelijk tekenend voor zijn oeuvre. Selznick opent het verhaal met beeld in plaats van met tekst. Die pagina’s lange beeldenstroom lijkt in niets op een stripverhaal, en des te meer op film. Fotografische potloodtekeningen in grijstinten nemen ruim de tijd om in te zoomen op gezichtsuitdrukkingen en sprekende details en leiden het oog van de lezer als een camera. Het motto van het boek, ‘Je ziet het of je ziet het niet’, wordt van bij het begin uitgewerkt: na enkele pagina’s toont een detailbeeld de aankondiging van een toneelstuk aan boord van de Kraken. Zo werkt Selznick toe naar een web van verhalen, waarin de grens tussen fantasie en werkelijkheid niet altijd duidelijk is.   
Net als in eerder werk combineert de auteur-illustrator daarvoor filmische beelden en tekst in een lijvig boek. Anders dan in De uitvinding van Hugo Cabret, waarmee hij internationaal doorbrak en wat leidde tot een verfilming door Martin Scorcese, wisselen tekst en beeld mekaar hier niet geregeld af, maar krijgen ze elk hun eigen ruimte en schuiven de verhalen pas gaandeweg in mekaar.

De enige overlevenden van de schipbreuk, Billy en zijn hond Teer, inspireren de decorateur van een schouwburg in opbouw en vinden daar ook hun vaste stek. Als Billy jaren later een vondeling onder zijn hoede neemt, vormt die de start van een lange stamboom beroemde, en vaak ook beruchte, bevreemdende acteurs. Nalateling Leo(ntes), die liever tekent dan acteert, trekt zich gedwongen terug in de coulissen en ontmoet er zijn verloren gewaande grootvader Alexander. Het is voor de lezer even wennen aan dit kluwen personages uit één machtige stamboom, vooral omdat die kennis moet opgebouwd worden uit fragmentarische teksten die in de tekeningen zijn verwerkt: uittreksels uit huwelijks- of geboorteregisters, krantenartikels en handgeschreven briefjes. Wanneer Leo op het punt staat de schouwburg achter zich te laten en in te schepen naar India, slaan de vlammen uit het dak. De lezer ziet hoe Leo terugrent om zijn grootvader te rennen, maar het – voorlopige – slotbeeld van om zich heen grijpend vuur laat je in het ongewisse over de afloop.

Na dit beeldverhaal, dat ruim de helft van het boek in beslag neemt, wordt de lezer naar 1990 gekatapulteerd, en naar Joseph. Als vanzelf ga je op zoek naar verbanden met wat je eerder zag. Er is de treinrit waarmee Joseph naar Londen komt nadat hij van school is weggelopen, er is de stem van het raadselachtige meisje Frankie die ‘Volg het schip’ roept, wat een goudkleurige windwijzer op het huis van de gezochte oom blijkt te zijn, er is een oud schilderij met een man en gordijnen als op toneel. Het duurt tot het derde hoofdstuk voor je zekerheid krijgt over die schijnbaar toevallige verbanden: Joseph ontwaart het woord ‘Kraken’ op de lijst van een schilderijtje van een schipbreuk, in het huis van zijn zonderlinge oom Albert.
 
Is Selznick niet de grote stilist en kiest hij voor een wat traditionele vertelstijl, dan is hij wel een sterk verhalenbouwer. Alle elementen haken in elkaar. Zo is er het motief van vuur en brand: de draak in het toneelstuk op de Kraken, het eiland dat vuur vat, de schouwburg die in vlammen opgaat, Joseph die van vlammen houdt ‘als herinnering aan zijn opa’, de vele kaarsen en open haarden in het huis van oom Albert… Ze symboliseren hoe periodes met een ruk kunnen worden beëindigd, en hoe vele van de personages onderhuids in rouw blijken gedompeld, een allesverterend verlies waar enkel de verbeelding tegenop kan.
 
De Wonderlingen bevat dan ook vele referenties aan literatuur als motor van spel en verbeelding: tussen de weinige spullen die Joseph bij zich heeft zitten, zijn lievelingsboeken (met onder meer Ontvoerd van Robert Louis Stevenson, Grote verwachtingen van Charles Dickens, De heksen van Roald Dahl) en de gedichten van William Butler Keats in het boek van Josephs vriend Knip (met daarin het onderstreepte gedicht met de versregel ‘Maar ik, arme man, heb slechts mijn dromen’). Verder zijn er verwijzingen naar personages als Pip, Mowgli en ‘honden die hij uit boeken kende: ‘Lassie! Toto! Bobbie! Pongo!’, plaatsen als Oz en Narnia, de theaterstukken van Shakespeare… Al die verwijzingen zijn dan wel geen deel van een intelligent intertekstueel spel, voor jonge lezers kunnen dergelijke volledige titels des te meer gelden als wegwijzers en nieuwsgierig maken naar literatuur.
 
Sterk is hoe de uiteindelijke ontknoping – ik mag echt niet te veel prijsgeven - de kracht van fictie aftast. Wat kunnen verhalen betekenen? In het nawoord verwijst Selznick naar zijn inspiratiebron, de levens van Dennis Severs en David Milne. In het overlijdensbericht van die eerste, dat hij integraal opneemt, wordt Dennis Severs ‘schrijver van een driedimensionale historische roman’ genoemd. Dat opentrekken van wat een roman kan zijn, tot een ervaring die de lezer zo veelzijdig mogelijk aanspreekt, is precies wat Selznick doet. Die vergelijking maakt hij overigens zelf, als de verteller over Josephs eerste bezoek aan het huis van zijn oom bericht:
 
‘[H]ij had ook nog nooit zoiets gevoeld als nu. Wat er nog het dichtst bij kwam, dacht hij, was als Knip en hij samen in een boek opgingen. Dan maakte zich soms een vreemd gevoel van hem meester terwijl ze door de bladzijden heen joegen, en dan verdwenen de woorden en zaten ze diep in Oz, of in Narnia, de Andes of Afrika, waar alles echt en intens was en lééfde.’
 
Het gevoel door bladzijden te kunnen jagen wordt door de in- en uitleidende beeldverhalen van Selznick aangewakkerd, zodat lezen hier soms een erg filmische ervaring wordt. Meer dan De uitvinding van Hugo Cabret vraagt dit boek doorzettingskracht van een minder ervaren lezer, maar De Wonderlingen bevat alle elementen om je diep in het verhaal te laten wegzakken.
 
Tielt : Lannoo 2016, 645 p. Vert. van The MArvels door Aleid van Eekelen-Benders. ISBN 9789401433815 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 6, JUNI 2019

Ik zal de wereld nooit meer zien. Aantekeningen uit de gevangenis

Ahmet Altan

Kamer in Oostende

Koen Peeters

Lief slecht ding

Frank Keizer

Onrustige dagen

F.B. Hotz, Thomas Heerma Van Voss (sam.)

SS Proleterka

Fleur Jaeggy

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 6, JUNI 2019

* De eerste avonturen van de Rode Ridder, 1959-1961

Een ridder voor alle seizoenen

De boom met het oor

Annet Schaap, Philip Hopman

Mijn mama

Annemarie van Haeringen

Poëzie hardop

Hans Hagen, Monique Hagen, Maartje Kuiper (ill.)

Twee maal op reis door het brein.

Verdwalen in Breinstein of inzicht in het hoofd

naar overzicht


‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri