Vanaf zes jaar

JEUGDBOEKEN NR. 13, DECEMBER 2016

Gerda Dendooven: Stella, ster van de zee

door Frauke Pauwels

Stella, ster van de zee draagt onmiskenbaar de handtekening van Gerda Dendooven. Een man en een vrouw vissen een kind op uit zee, dat uitgroeit tot een 'reuzin'. Dat licht absurde uitgangspunt leidt naar fundamentele vragen over het menszijn, die Dendooven ook al in eerder werk exploreerde: Wat behelst ouderschap? Hoeveel zorg kan de mens dragen? Wie is de ander? En wat doet angst met de mens? De wat onbeholpen, weerbarstige figuren met buitenmaatse handen en neuzen zoeken hun weg doorheen het verhaal en deze vragen.   
Doet de openingsscène op het eerste gezicht nog denken aan de visser uit de sprookjesbewerking van ‘De keizer en de nachtegaal’ door het Geluidshuis (‘Maar het is een kindje!’), dan wordt die lichte toon al snel wranger. In de tweede helft kantelt het verhaal, en worden angst en groepsmechanismen steeds dominanter. Bij een zorgvuldige lezing ademen de vele vooruitwijzingen en allusies op de actuele maatschappij als een dreigend dier in je nek. Nochtans blijft Dendoovens verteltrant luchtig. Het is pas wanneer je dit verhaal onderdompelt in zijn maatschappelijke context, de vluchtelingencrisis en de toenemende, polariserende angst voor ‘onvatbare anderen’, dat het je als een donker net insluit.

Toch doe je Stella, ster van de zee onrecht aan als je dit verhaal enkel vanuit die samenhang leest. Het verhaal is universeler dan die actuele context, en kan bijvoorbeeld net zo goed gelezen worden als een kritiek op (het gebrek aan) inclusief onderwijs. Die universele verhaalkracht bereikt Dendooven door met bestaande verhaalmotieven en -elementen te spelen, zoals reuzen of zeewezens.

Stilistisch drijft het verhaal op de orale verteltraditie, wat blijkt uit de vele dialogen, de herhalingen, het ritme… Nu en dan mocht aan de tekst nog wat geschaafd worden ('knikkende knietjes' voor een extreem groot kind?), op andere momenten duiken mooie vondsten op, zoals de bijna terloopse alliteraties, omkeringen als in 'Af, Bruno,' blafte de man./ 'Zit,' kefte de vrouw.' of 'Van een twee drie kon ze tot tien tellen'.

Echt sterk blijft Dendooven op de eerste plaats in haar beeldend werk, dat zonder de dwang van de geldende esthetiek krachtig emoties weet over te brengen en op te roepen. Daartoe gebruikt ze bevreemdende verhoudingen, een combinatie van knipwerk, fijne potloodstrepen en bredere verfstreken en zorgvuldige composities. Opvallend zijn de donkere tonen in de prenten, die de lezer aanzetten het geheel somberder te lezen dan het verhaal op het eerste gezicht aangeeft. Beklijvend is het beeld van Stella in de kolkende zee onder een bloedrode donderwolk, waarbij ze als een verdwaalde Dulle Griet met ontredderde blik mensen opvist om ze weer in de schepen te zetten.

Het is overigens ook Stella zelf die naar een oplossing zoekt in dit verhaal. Of ze daarmee ook op weg is naar 'Groot geluk', zoals het bootje van haar vissende vader en moeder heet, is aan de lezer. Die kan het boek lezen als een sprookjesachtig avontuur of als een maatschappijkritische stellingname, doordrenkt van een ironische, wrange humor — het soort grappen die je tegen beter weten in gebruikt om in moeilijke tijden het hoofd boven water te houden.
 
Amsterdam : Querido 2016, 45 p. : ill. ISBN 9789045119397  

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 11, DECEMBER 2018

Berta Isla

Javier Marías

De klaverknoop

Paul Demets

Het amusement

Brecht Evens

International Bakery (voorheen Cinema Royale)

David Nolens

Michael Ondaatje

Blindganger

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 11, DECEMBER 2018

De blauwe vleugels

Jef Aerts, Martijn Van der Linden (ill.)

De pittige pruim die een pop werd

Vojtěch Mašek, Chrudoš Valoušek (ill.)

De torens van Beiroet

Paul Verrept

De waarheid volgens Mason Buttle

Leslie Connor

Het mysterie van niks en oneindig veel snot

Jan Paul Schutten, Floor Rieder (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri