Vanaf zes jaar

JEUGDBOEKEN NR. 14, DECEMBER 2016

Pieter van Oudheusden, Inge Bogaerts (ill.): Toen mijn vader een reus was

door Ine Muys

8+ - Een meisje in salopette klampt zich vast aan vaders kriebelige baard. De omslag van Pieter van Oudheusdens en Inge Bogaerts’ Toen mijn vader een reus was herinnert aan een kindertijd vanop schouderhoogte, vol ontzag voor de ‘wereld der volwassenen’. Ook andere recente prentenboeken als Appelmoes (Klaas Verplancke, 2010) en Zo groot als papa (Bettie Elias en Frow Steeman, 2015) en het geïllustreerde De kleine ballerina hebben een vader met kind in de nek op de cover.
 
Kinderboeken over vader-kindrelaties zijn er kennelijk in overvloed. Waar de papa uit Iedereen prinses (Brigitte Minne en Merel Eyckerman, 2009) zijn dochter van eenieders bijzonderheden overtuigt, hoopt de zoon uit De papawinkel (Sanne Miltenburg, 2015) op een vaderruil. En in Pa en Julia (David Ezra Stein, 2015) beklaagt en bewondert kikkerpa de groeivorderingen van zijn dochtertje. Maar voor een terugblik op avontuurlijke familiebelevenissen of tragische verliezen zoals (respectievelijk) in De kleine ballerina en Vader en dochter (Michael Dudok De Wit, 2015) is er in kinderboeken en prentenboeken doorgaans geen ruimte.
 
In tegenstelling tot wat Bogaerts’ coverillustratie doet vermoeden, koos Van Oudheusden wel degelijk —en conform de titel van het prentenboek — voor het veelbelovende vertelperspectief van een tienermeisje. Op de schutbladen prijken allerlei vrolijke maar grof geschilderde aquarellen, verbleekte vakantiekiekjes als het ware. Niettemin blijkt het hoofdpersonage zich haar vroege kinderjaren nog levendig te herinneren. Op eenvoudige, maar beeldrijke wijze laat Van Oudheusden de jonge vrouw herinneringen aan haar vader ophalen. Hij was voor haar een thuishaven (‘Zijn reuzenarmen waren de beste knuffelarmen die ik kende’) en tegelijkertijd een uitkijktoren (‘Hij was te groot voor het kleine huis waarin ik woonde’). Vaders reusachtige gestalte werd door het meisje als de aanleiding voor een verkenning van de buitenwereld geïnterpreteerd:
 
‘Op zijn schouders droeg mijn vader me rond. Ik zag de hele wereld: de mensen, de straten, de bossen en in de verte de zee.’
 
Bogaerts koppelt deze weidse passage aan een viertal gedetailleerde dierentuintaferelen. Het jonge meisje heeft de jungle nog niet verkend, of haar papa leidt haar al naar het ijskraampje van Antarctica. De aandachtige lezer ontdekt overigens niet alleen een humoristische correlatie tussen het dochtertje op vaders schouders en de kabouter op de rug van de olifant, maar weet ook de overige familieleden van het meisje te identificeren. 

Ondanks het geslaagde contrast tussen tekst en beeld en de visuele mopjes ontbreekt het Bogaerts’ illustraties geregeld aan kracht en eenvoud. In een dierentuin maken vele kleurrijke toevoegingen een geloofwaardige indruk en ook de episodische weergave van het bezoekje getuigt van een geslaagde stilistische keuze. De sprong konijnen die geregeld op het voorplan treedt, draagt echter alleen bij tot de schattigheidsfactor van het verhaal. En ook het coming-of-age-motief wordt naar het einde toe wel erg letterlijk verbeeld. Zo krijgt de jonge meid de wereld(bol) op een hoorntje voorgeschoteld en gaat ze met een lasso in de hand op mannenjacht.
 
Daarenboven combineert Bogaerts verschillende perspectieven op een (schijnbaar?) willekeurige wijze. Nu eens kiest ze voor het kleinemeisjes-standpunt (alleen papa’s lange lange benen of enorme voeten komen in beeld) dan weer opteert ze —in overeenstemming met de tekst— voor het totaaloverzicht van de (jong)volwassene (de ontdekking van de wereld wordt ontmaskerd als dierentuinbezoek, gevaren blijken ‘luchtkastelen’). Dergelijke associatieve opeenvolging wekt de indruk van een onsamenhangend prentenboek.
 
De laatste twee spreads daarentegen sluiten naadloos op elkaar aan. In enkele doortastende zinnen ontmaskert het pubermeisje haar grote vriendelijke reus, waarna ze —op de volgende pagina— in een mensenzee opgaat. Verrassend genoeg ontvouwt er zich een omvangrijke zoekplaat waarin Bogaerts’ voorliefde voor kleurrijke details (zie ook Iets, 2012) wel tot haar recht komt. Het hoofdpersonage claimt haar plekje in een superdiverse maatschappij waarin Annemiekes en Rozemiekes, gesluierde vrouwen, dierenliefhebbers, punkers en vooral ook kersverse reuzen elkaars pad kruisen.
 
In Toen mijn vader een reus was belicht Van Oudheusden een vader-dochterrelatie vanuit het retrospectieve standpunt van een pubermeisje. Bijzonder jammer is het dat dit perspectief in de illustraties weinig consequent wordt uitgewerkt. Van Oudheusden overleed in 2013 en liet behalve de tekst voor Toen mijn vader een reus was en een omvangrijk oeuvre aan beeldverhalen ook de manuscripten voor Zelda de piraat (Merel Eyckerman, 2014) en De jacht op de sabeltandtijger (Benjamin Leroy, 2014) na.  
 
Tielt : Lannoo 2016, [24] p. : ill. ISBN 9789401435642 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 4, APRIL 2020

Bloot

Ted van Lieshout

De gek van de tsaar

Jaan Kross

De veelstemmige man. Verzameld toneelwerk 2007-2020

Ilja Leonard Pfeijffer

De vlakte

Gerald Murnane

Hogere natuurkunde

Ellen Deckwitz

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 4, APRIL 2020

De bende van Lieke

Robbert-Jan Henkes, Aart Clerkx (ill.)

De jongen op het dak

Aline Sax, Sassafras De Bruyn (ill.)

Een giraf met een probleem

Jory John, Lane Smith (ill.)

Elke dag iemand anders

Jef Aerts & Merel Eyckerman

Rodrigo de Ruige en Hummel, zijn hulpje

Michael Ende, Wieland Freund, Regina Kehn (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri